Succesvol herstel van psychische aandoeningen begint met een goede diagnose. Classificatie en interpretatie van de symptomen geven richting aan de behandeling en voorkomen dat er in den blinde medicijnen of psychotherapie wordt voorgeschreven. Ook patiënten willen graag weten wat er aan de hand is. Het stellen van een goede diagnose kan echter lastig zijn.

Een kwetsbaar proces

Volgens Aartjan Beekman, hoofd van de afdeling psychiatrie van het VUMC en oud-voorzitter van de Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie (NVvP), is de eerste fase van de diagnose betrekkelijk eenvoudig en overzichtelijk. Het gaat hier om de groepering van symptomen die, gecombineerd, een ziektebeeld aangeven zoals schizofrenie of depressie.

Daarna wordt diagnosticeren vaak moeilijker omdat ziektebeelden zich bij elke patiënt individueel manifesteren. De psychiater zoekt naar dieperliggende oorzaken, ernst en complicaties, om een zo gericht mogelijke behandeling te kunnen starten.

In het beste geval gebeurt er tijdens diagnostische gesprekken al iets positiefs met de patiënt, legt Beekman uit. Hij of zij krijgt inzicht, ziet plotseling verbanden tussen de klachten en voelt houvast. Dan is de eerste stap in de behandeling eigenlijk al gezet. Maar het gaat lang niet altijd zo voortvarend. “Je bent nieuwsgierig, maar de patiënt is soms nog helemaal niet aan openheid toe, is achterdochtig, soms angstig. Die moet je heel voorzichtig benaderen.”

Ervaringsdeskundige Martijn Kole denkt dat de problemen van psychiatrische diagnostiek voor een deel te wijten zijn aan te star omschreven ziektebeelden. “Een patiënt is in eerste instantie een unieke persoonlijkheid. Die past niet altijd in een algemene categorie of subcategorie, hoe gedetailleerd die ook is omschreven.”

Volgens Kole moet de psychiatrie veel meer naar persoons-georiënteerde diagnostiek toe, met shared decision making waarbij de patiënt minder in een vakje wordt ingedeeld en meer bij de diagnose wordt betrokken. “Er is niet altijd alleen iets mis in het hoofd van de patiënt, klachten vinden vaak ook hun oorzaak in problematische interactie met de steeds complexere samenleving.”

Sneller naar de hulpverlener

Hoe vroeger de psychiater een diagnose kan stellen, hoe beter. Door bij de eerste symptomen direct actie te ondernemen kan een patiënt, door gerichte hulp, veel leed voorkomen. Vaak wacht men echter te lang met de stappen naar de dokter. Deels komt dit door onwetendheid – mensen herkennen hun klachten niet als psychiatrisch, denken dat deze tijdelijk zijn.

Voor een ander deel komt dit door het stigma dat nog steeds op psychiatrische aandoeningen rust. De maatschappij ziet patiënten nog vaak als ‘abnormaal’, waardoor schroom ontstaat. Er zijn in dit opzicht wel grote verbeteringen gaande, stelt Beekman. “Huisartsen herkennen de ziektebeelden eerder en zijn sneller geneigd patiënten door te verwijzen. Maar vooral de mensen zelf zijn bewuster geworden.”

Dit is voornamelijk te danken aan betere voorlichting en meer openheid in de media. Het is geen schande meer als een bekende Nederlander wordt opgenomen met psychiatrische klachten. Dat helpt anderen enorm, denkt Beekman. Verder is het internet een grote aanwinst.

Mensen kunnen hun klachten voorleggen aan forums en er bestaan voor alle ziekten goede websites, bijvoorbeeld van patiëntenverenigingen. Dit maakt de stap naar de psychiatrie gemakkelijker en bewuster. Kole ziet ook vooruitgang, maar vindt dat er nog een lange weg te gaan is. “Als de psychiatrie patiënten helpt om een betekenisvol bestaan op te bouwen en dat ook uitdraagt, zullen mensen nog sneller en gemotiveerder hulp zoeken.”