Wanneer de oorzaken van hart- en vaatziekten ter sprake komen, worden meestal lichamelijke factoren als overgewicht, roken of een te hoog cholesterol genoemd. Wetenschappelijk onderzoek heeft echter aangetoond dat psychosociale factoren eveneens een grote risicofactor vormen voor het krijgen en verergeren van hart- en vaatziekten. Wie zich langere tijd somber, gestrest of angstig voelt, heeft langdurig stresshormonen in het bloed, schrijft de Hartstichting op hun website. “Die hormonen hebben meerdere effecten. De bloeddruk en hartslag stijgen, en de afweer verslechtert, waardoor bijvoorbeeld de ontwikkeling van slagaderverkalking sneller gaat.”

Vrouwen vaker depressief en angstig

Hoewel psychosociale risicofactoren dus net zo belangrijk zijn als lichamelijke, wordt er in de zorg rondom hart- en vaatziekten momenteel nog weinig mee gedaan. Hoe komt dat? “Ik denk dat iedereen in mijn onderzoeksgebied weet van de relatie tussen mentale gesteldheid en hartklachten. Ik heb echter het idee dat het nog niet voldoende op de radar staat van zorgverleners in de praktijk”, zegt Paula Mommersteeg. Zij doet aan de Tilburg University onderzoek naar psychosociale klachten bij mensen met hart- en vaataandoeningen. Middels een meta-analyse van eerdere studies gaat ze na of de relatie tussen psychologische klachten en hart- en vaatziekten bij vrouwen anders is dan bij mannen. Aangezien vrouwen gemiddeld vaker depressief en angstig zijn, is het de vraag of vrouwen met angst en depressie een hoger risico hebben op het ontstaan of de verergering van hart- en vaatziekten dan mannen met angst en depressie.

Wetenschap en zorgpraktijk

Volgens Mommersteeg zijn zorgverleners niet altijd op de hoogte van resultaten uit de wetenschap, terwijl die bevindingen veel kunnen bijdragen aan het verbeteren van de zorg. Hoe belangrijk de afstemming tussen wetenschap en de zorgpraktijk is, kwam duidelijk naar voren op Puls 2018, een evenement over harten vaatonderzoek dat afgelopen februari plaatsvond. Tijdens diverse workshops ontmoetten patiënten, wetenschappers, zorgprofessionals en bedrijven elkaar om ervaringen uit de theorie en praktijk uit te wisselen.

Als wetenschapper werkt Mommersteeg met datasets, niet met patiënten zelf. Daarbij kijkt ze altijd naar gemiddelden in grote groepen, terwijl op Puls allerlei individuen aanwezig waren met elk een eigen verhaal. “Het was voor mij heel inzichtelijk om te horen waar mensen met hartklachten zelf mee zaten. Hoe herkenbaar zijn onderzoeksresultaten voor hen? Spelen psychosociale problemen een rol in hun leven?” Dat bleek wel degelijk het geval te zijn. In de workshop die zij verzorgde samen met vaatchirurg Ellen Rouwet kwam duidelijk naar voren dat mentale gezondheid voor mensen met hart- en vaatziekten een belangrijk thema is. De erkenning en herkenning van psychosociale problemen is er echter niet altijd, gaven de patiënten aan. “Er is weinig aandacht voor en weinig geld beschikbaar voor de behandeling, terwijl het een risicofactor is waar je veel mee kunt.”

Aandacht

Tijdens de workshop werd gebrainstormd over mogelijke manieren om mensen met klachten als stress, depressie, angst en eenzaamheid te ondersteunen. Daarbij kwam ‘aandacht’ naar voren als sleutelwoord. Het zou goed zijn als de lijnen tussen cardiologie en psychologie korter worden, maar ook als zorgverleners uit de praktijk zich meer bewust worden van het belang van mentale bijstand bij hart- en vaatziekten. Soms is het al voldoende als iemand tijdens het behandeltraject een aantal keer met een psycholoog of coach kan praten, zodat mensen hun verhaal kwijt kunnen, denkt Mommersteeg. “In tegenstelling tot in de wetenschap draait het bij behandelen om maatwerk en om oog hebben voor de persoon achter de ziekte.”