Een nationaal actieprogramma is nodig om het aantal mensen met astma en COPD niet verder te laten stijgen en de zorg te verbeteren. 20 procent meer rendement van inhalatiemedicatie is een van de vijf pijlers van het Nationaal Actieprogramma Chronische Longziekten (NACL).

Het NACL en de Landelijke infrastructuur eenduidige inhalatie-instructie

Het NACL wordt gecoördineerd door de Longalliantie Nederland (LAN). Dit is een bundeling van alle partijen die zich in Nederland met de longzorg bezighouden: patiëntenverenigingen, beroepsverenigingen, zorgverzekeraars en bedrijven. Deze samenwerking van verschillende organisaties en partijen moet tot een win-win-situatie leiden. Niemand kan het namelijk alleen, legt projectleider Ingrid van der Gun uit: “Het aantal mensen met een longziekte neemt nog steeds toe: steeds meer volwassenen krijgen te maken met de diagnose COPD en vele kinderen krijgen de diagnose astma.”

Apotheker Gerrit van Ommeren is betrokken bij de werkgroep Landelijke infrastructuur eenduidige inhalatie-instructie. De aanleiding was dat zorgverleners allemaal verschillende protocollen hanteerden, legt Van Ommeren uit. “Dan krijgen patiënten verschillende instructies en dat komt het juiste gebruik van een inhalator vanzelfsprekend niet ten goede. En dat juiste gebruik is van essentieel belang. Als mensen door verkeerd inhalatiegebruik hun medicijnen niet binnenkrijgen, werkt het niet en daardoor stoppen zij ermee.” De werkgroep richt zich naast het beschrijven van eenduidige protocollen ook op scholing van de zorgverlener: huisarts en praktijkondersteuner, longverpleegkundige en apotheker. De site inhalatorgebruik.nl biedt hierin ondersteuning.

De rol van apothekers bij inhalatiemedicatie

Apothekers zijn bij uitstek zorgverleners die het gesprek over het gebruik van inhalatiemedicatie kunnen aangaan, vindt Van Ommeren. “Er zijn veel contactmomenten, mensen komen immers hun medicijnen bij ons ophalen. Op dat moment kunnen we nog eens uitleggen wat het belang is van het medicijn en voorstellen om het instructieprotocol door te nemen.”

Dit protocol moet continu herhaald worden: “De patiënt vragen om voor te doen hoe hij de inhalator gebruikt, want het is lastig genoeg. Wat het moeilijk maakt, heeft met zowel patiëntkenmerken als inhalatorkenmerken te maken. Sommige inhalatoren zijn zo lastig te hanteren dat goed inhaleren bijna niet is aan te leren. En niet iedere inhalator is voor iedereen geschikt.”

De individuele patiënt moet centraal staan

Er gaan vele miljoenen euro’s om in de inhalatiemedicatie. Als we ons meer realiseren dat veel mensen hun medicijnen niet innemen of niet juist innemen, is er nog een wereld te winnen. Volgens Van Ommeren kunnen de zorgverlener en de longpatiënt daar samen voor zorgen: “De zorgverlener heeft tot taak om de patiënt te motiveren voor een bepaalde therapie. Maar het doel van de behandeling is wel iets dat door zorgverlener en patiënt samen moet worden bepaald en vastgelegd.” Iedere behandeling moet op de individuele patiënt zijn afgestemd, vindt hij. “Stel dat iemand altijd onderweg is voor zijn werk. Dan is een inhalator met voorzetkamer wellicht geen goed idee. Rekening houden met de individuele patiënt kan ook nog veel meer bijdragen aan het innemen van medicijnen.”

Kosten van de gezondheidszorg

  • Astma: 287 miljoen, waarvan 70% voor inhalatiemedicatie
  • COPD: 415 miljoen, waarvan 36% voor inhalatiemedicatie
  • Van de 4,4 miljard euro aan geneesmiddelen per jaar gaat 12% op aan inhalatiemedicatie, ofwel 529 miljoen euro

[mc4wp_form]