We zitten overal. In de auto. In het restaurant. Thuis voor de buis. En veel mensen zitten tijdens hun werk. Wat zijn de gevolgen van al dat zitten en hoe kunnen we ons gedrag veranderen?

Gevolgen van het vele zitten

Nederlanders zijn zitters. Meer dan 45 procent van alle Nederlanders ouder dan 15 jaar zit elke dag minstens zeven uur. Dat is flink meer dan de ons omringende landen. Ook in onze vrije tijd zitten we graag en veel – geen comfortabele stoel of bank is ons te gek. Al dat zitten is echter funest voor onze gezondheid: zitten wordt wel ‘het nieuwe roken’ genoemd.

Recent onderzoek toont aan dat ieder extra uur dat mensen op een dag zitten, kan leiden tot een verhoogd risico van 22% op diabetes type 2. Universiteit van Maastricht onderzocht 2497 deelnemers; de gemiddelde leeftijd was 60 jaar oud en 52% was man.

Bewegingswetenschapper Simone Caljouw van het UMCG: “Als we kijken naar de epidemiologische gegevens, dan zien we dat mensen die dagelijks veel zitten een verhoogde kans hebben op vroegtijdig overlijden. Interessant is dat we ook een relatie zien met algemene factoren die horen bij minder fysiek actief zijn, zoals overgewicht, diabetes en cardiovasculaire ziekten. Dit effect is minder aanwezig, omdat mensen soms compenseren voor al dat zitten door fysiek actief te zijn.” Wie veel zit gebruikt de grote beenspieren niet, waardoor vet en suiker uit het bloed minder snel worden opgenomen. Dat geeft een hoger risico op het ontwikkelen van hart- en vaatziekten en diabetes.

Cultuur en routines

“Voorheen waren we meer gefocust op fysiek actief zijn: minstens een half uur bewegen per dag. Nu zijn er gegevens die laten zien dat zo nu en dan sporten niet volledig compenseert voor de negatieve effecten van langdurig zitten. Er zijn redenen genoeg om aan te nemen dat veel zitten niet goed is, maar hoe erg het precies is, is nog niet bekend.”

Belangrijk is wel om een en ander in een breed perspectief te zien. Zaken als milieu, levensstijl en het eet- en drinkgedrag spelen eveneens een rol. Toch: “We weten dat mensen tijdens hun werk veel zitten. En als je ziet dat langdurig zitten niet zo goed is, is het verstandig om te zorgen dat mensen op hun werk meer gaan bewegen. Dat geeft een flinke positieve boost aan het aantal beweegmomenten op een dag.”

Makkelijker gezegd dan gedaan, want zitten zit in onze routines en cultuur. Iemand uitnodigen om te gaan zitten is een teken van gastvrijheid. En onze omgeving daagt ons voornamelijk uit om te gaan zitten. “Want waarom zou je blijven staan als je kan gaan zitten? De mens zoekt van nature de gemakkelijkste weg, het meest energiezuinige gedrag. Mensen nemen de lift of roltrap in plaats van de trap. Zo verbruiken we minder dan dat we consumeren. We leven in overvloed en in de loop der jaren zijn bijvoorbeeld ook onze borden groter geworden. Dus scheppen we meer op en eten we meer. Zo belemmert onze omgeving soms zonder dat we het doorhebben actief gedrag”, aldus dr. Caljouw.

Hoe stimuleer je beweging?

Derhalve lastig om de routine te doorbreken. Hoe kun je dit probleem binnen een kantooromgeving goed oplossen? De eerste stap is om uit te leggen dat veel zitten niet goed is, en dat het slim is om af en toe een kleine wandeling te maken. “Dan blijkt dat mensen dat toch heel moeilijk vinden. Er zijn tegenwoordig allerlei technologische middelen, zoals slimme horloges die je een seintje geven als je weer wat moet bewegen. Maar niet iedereen is daar op gesteld; ze interfereren met het werkgedrag.”

Dr. Caljouw ziet meer oplossingen om bewegen als een natuurlijk automatisme te stimuleren. Dat kan bijvoorbeeld door in een kantoorgebouw de trap goed te positioneren of ontmoetingsplekken als koffiecorners en vergaderzalen strategisch te plaatsen en/of in te richten, bijvoorbeeld met statafels. “Creatief nadenken en kijken hoe je je omgeving kunt veranderen om bewegen meer routine te laten worden.”

De hele omgeving is ingericht op zitten

Het project van Erik Rietveld is in dat kader opvallend en interessant. Rietveld is filosoof en onderzoeker aan de Universiteit van Amsterdam. Van het NWO heeft hij voor vijf jaar een beurs gekregen voor een onderzoeksproject over de wijze waarop de omgeving ons gedrag beïnvloedt. Ook hij constateert dat tegenwoordig onze hele omgeving is ingericht op zitten. “Niet alleen in kantoren, maar ook bioscopen, auto’s, restaurants, vliegtuigen, scholen: overal wordt gezeten. Vaak is zitten de enige mogelijkheid om te doen waarvoor je kwam. De hele zit-epidemie wordt daarmee versterkt.” Sinds de typemachine in onze kantoren verscheen, gevolgd door computers en de standaardisering van de kantooromgeving, is zitten algemeen geworden.

Het project “The End Of Sitting”

Tijd om het anders te doen. Met het project The End Of Sitting geeft Erik Rietveld samen met zijn collega’s van RAAAF [Rietveld Architecture-Art- Affordances] daartoe een aanzet. “In mijn filosofie gaat het om affordances, handelingsmogelijkheden die de omgeving biedt. Die handelingsmogelijkheden bepalen voor een groot deel het gedrag. In The End Of Sitting willen we kijken of we affordances konden maken die uitnodigen om ondersteund te gaan staan en leunen, maar vooral om van positie te veranderen. De hele dag in dezelfde positie staan is ook niet gezond, het is belangrijk om af te wisselen.”

Erik ontwierp met RAAAF en beeldend kunstenaar Barbara Visser een compleet landschap met ondersteunde posities om te leunen, te liggen en te hangen. Een wereld zonder stoelen. Vorig jaar is een grote installatie gemaakt en getoond in samenwerking met een nieuwe Amsterdamse tentoonstellingsruimte, Looiersgracht 60. In november 2014 werd de opstelling geopend en bovendien getest door studenten. “In het landschap waren honderden posities waarin mensen ondersteund staand of op een andere manier dan zittend konden werken. Psycholoog Rob Withagen en Simone Caljouw onderzochten dit. Zijn proefpersonen hebben een dagdeel gewerkt in het landschap van The End Of Sitting en ter vergelijk in een traditionele kantooromgeving. De proefpersonen rapporteerden dat The End Of Sitting beter was voor hun welbevinden, en dat hun benen vermoeider waren, maar dat ze zich wel energieker voelden.”