In Nederland start het bevolkingsonderzoek naar baarmoederhalskanker vanaf de leeftijd van 30 jaar. Dit wordt gedaan door een uitstrijkje af te nemen en deze te testen op de aanwezigheid van het HPV-virus (humaan papillomavirus). Voordat vrouwen deze leeftijd bereiken is het aan hen zelf om te beslissen of zij zich wel of niet laten screenen. Hier is niet altijd sprake van omdat klachten zoals tussentijds bloedverlies of waterige afscheiding niet altijd een indicatie hoeven te zijn voor baarmoederhalskanker. Desondanks blijft de kans op baarmoederhalskanker voor deze groep jonge vrouwen aanwezig en is het ook voor hen belangrijk om zich te laten screenen.

Het belang van een uitstrijkje en cytologie

Een afwijkend uitstrijkje kan te maken hebben met het hrHPV-virus (hoog risico humaan papillomavirus). Dit virus kan baarmoederhalskanker veroorzaken. Het duurt meestal 10 tot 15 jaar voordat matige tot ernstige afwijkingen kunnen uitgroeien tot baarmoederhalskanker.

Een positieve hrHPV-test laat alleen zien of iemand drager is van het virus. Om te achterhalen of een vrouw voorstadium van baarmoederhalskanker heeft, moet het uitstrijkje getest worden op afwijkende cellen door middel van cytologie. Laat de cytologie ook afwijkingen zien, dan moet ze direct een verwijsadvies krijgen voor diagnostiek en zo nodig behandeling. Door het opsporen en behandelen van een voorstadium kan baarmoederhalskanker voorkomen worden.

Uitstrijkje bij jonge vrouwen

Nederlandse vrouwen worden pas vanaf hun 30ste gescreend omdat de meeste HPV-infecties voor die leeftijd door het lichaam zelf worden opgeruimd. Een positieve HPV-test binnen deze leeftijdsgroep hoeft niks te betekenen en zou vaak alleen maar voor onrust zorgen.

Toch zijn er verschillende geluiden vanuit binnen- en buitenland die vervroeging van deze leeftijd aannemelijk maken. Allereerst is er de gemiddelde leeftijd van 14-15 jaar waarop de eerste seksuele contacten zich voordoen. Omdat een chronische infectie met HPV na circa 10 jaar kan resulteren in baarmoederhalskanker, zou deze zich al rond het 25ste jaar openbaren.
Volgens gynaecoloog Ruud Bekkers is hier zeker wat voor te zeggen. Ongeveer 20% van alle baarmoederhalskanker (cervixcarcinoom) wordt namelijk voor het 35ste jaar gevonden en daarnaast nog eens 6% voor het 30ste. Bekkers: “Voor al deze vrouwen begint screening te laat omdat het voorstadium 5-10 jaar eerder gevonden had kunnen worden. Het nadeel van overbehandeling wat vaak genoemd wordt, is te voorkomen door slimmer om te gaan met de screening.”

Screening vanaf de leeftijd van 25 jaar ligt ook in de lijn met andere grote landen die baarmoederhalskankerpreventie hoog in het vaandel hebben staan zoals de Verenigde Staten (VS), Australië en het Verenigd Koninkrijk (VK). Geheel volgens richtlijnen van de ECDC (European Centre for Disease Prevention and Control) en WHO (Wereldgezondheidsorganisatie), die stellen dat baarmoederhalskanker de tweede meest voorkomende vorm van kanker is, starten zij al met screening in de doelgroep 20 – 30. Andere Europese landen waar dit eveneens voor geldt zijn buurland België, Frankrijk, Denemarken, Noorwegen en Portugal.

“Er had een hoop ellende voorkomen kunnen worden”

Ruim 2 op de 10 vrouwen van 16 jaar of ouder heeft nog nooit een uitstrijkje laten maken. Dit blijkt uit cijfers van het CBS (2015). Hierbij zit een groot deel van vrouwen tot 30 jaar, waarvoor het belangrijk is om te weten dat op jongere leeftijd de gevolgen van baarmoederhalskanker groter zijn. De kanker manifesteert zich agressiever en er is meer kans op uitzaaiingen. Deze kunnen zich op verschillende manieren uiten; door directe groei in de omgeving, uitzaaiingen via het lymfestelsel en uitzaaiingen in het bloed. Daarnaast kan behandeling van de kanker leiden tot vruchtbaarheidsproblemen of een vervroegde overgang.

Leontien werd ook voor haar 30ste gediagnosticeerd met baarmoederhalskanker. Ze zegt hierover het volgende: “Bij een vroegere screening was er waarschijnlijk een verhoogde PAP (beoordelingsmethode voor het uitstrijkje) waargenomen en dan had daarop ingespeeld kunnen worden. Er had een hoop ellende voorkomen kunnen worden denk ik. Als ik naar mezelf kijk, vind ik het belangrijk voor vrouwen om ook voor het 30ste levensjaar regelmatig te laten screenen. Ik ben van mening dat wanneer vrouwen vanaf hun 25ste worden gescreend er een hoop gevallen van baarmoederhalskanker voorkomen kunnen worden.”