Transities in de zorg spelen op vele vlakken. Om te focussen op de ouderenzorg: verzorgingshuizen verdwijnen en de rol van verpleeghuizen verandert. Omdat de zorgbehoefte alleen maar groeit, ligt er een uitdaging om de leemte te vullen.

Welke verschuivingen zijn er in de ouderenzorg?

Prof. dr. Wilco Achterberg is hoogleraar Institutionele Zorg en Ouderengeneeskunde en verbonden aan het LUMC. Hij constateert dat de zorg als het ware opnieuw in stukjes is geknipt. “In 2013 is geriatrische revalidatie bijvoorbeeld naar de zorgverzekeringswet (ZVW) gegaan, verder hebben we verschuivingen naar de WMO (Wet Maatschappelijke Ondersteuning) en instelling van de WLZ (Wet Langdurige Zorg). Dit geeft volgens mij de meeste problemen.”

In een bekend speelveld zijn nieuwe definities gekomen voor bijvoorbeeld geriatrische revalidatie en eerstelijns verblijf. Maar sluit het aanbod zo goed aan bij de zorgvraag van ouderen, zodat elke oudere de zorg krijgt die hij nodig heeft? En werkt het in de praktijk? “Nee”, is het duidelijke antwoord van Achterberg. “Er zijn te veel veranderingen in een korte tijd geweest. Iedereen moet uitzoeken hoe het zit en geeft er een eigen interpretatie aan. Dat geeft een chaotisch beeld. De kaders zijn niet duidelijk en daardoor komen mensen op de verkeerde plekken.”

Zorg als economische drijfkracht

Achter de transitie zit de filosofie dat de zorg dichter bij huis georganiseerd en uitgevoerd moet worden. De maatschappelijke ontwikkeling dat (oudere) mensen mondiger worden en beter weten wat ze willen, voedt de beweging naar een meer vraaggedreven zorg. Daarnaast speelt kostenbesparing een rol. Opvallend is echter dat de stijging in zorgkosten aantoonbaar niet door de vergrijzing komt.

Achterberg vindt het te verdedigen dat een samenleving die vergrijst, een groter percentage van het BNP aan zorg zou moeten besteden. “Je kunt zorg ook zien als een economische drijfkracht. Ook in de zorg wordt winst gemaakt, is werkgelegenheid en vinden innovaties plaats. Veel bedrijven hebben daar voordeel bij.” Het nieuwe systeem gaat daarbij uit van een mondige burger. Maar kwetsbaarheid, wat bij veel ouderen speelt, gaat samen met een verminderde mondigheid en mogelijkheid om zelfstandig zaken te regelen.

Wat is de juiste organisatie van ketenzorg?

Hoe zou ketenzorg zo georganiseerd moeten worden om de zorg voor kwetsbare ouderen goed te regelen? Want een verbetering is nodig, bepleit Achterberg. “Momenteel sluiten de definities van het CIZ [Centrum Indicatiestelling Zorg] voor toegang tot de WLZ en de indicatie voor de geriatrische revalidatie niet op elkaar aan. En er is geen gezamenlijke verantwoordelijkheid. Iedereen bewaakt nu zijn eigen hokje, zonder te kijken naar wat voor de patiënt de beste oplossing is.”

Een oplossing is het zogenoemde eerstelijns verblijf, maar deze mogelijkheid wordt te weinig door verpleeg- en verzorgingshuizen ingekocht, ook omdat ze de financiële risico’s niet altijd goed kunnen nemen. De uitkomst is: veel ouderen met een hulpvraag op de verkeerde plek. Momenteel blijven ze te lang in het ziekenhuis of belanden ze oneigenlijk in de geriatrische revalidatie, eigenlijk bedoeld voor maximaal een half jaar revalidatie.

Nieuwe oplossingen

De verschillen per regio zijn talrijk. Achterberg noemt ketenverantwoordelijkheid als een oplossing voor het probleem. “Met een gezamenlijk budget en inhoudelijk kijken om mensen zo snel mogelijk de goede zorg te geven. Een goede regionale implementatie met indicatoren. Maar dat kan alleen in gezamenlijkheid.”

Nieuwe oplossingen als zorghotels, herstellingsoorden, particuliere zorgvilla’s, het omvormen van verzorgingshuizen in zorgwoningen et cetera kunnen in een leemte voorzien. Een flexibel aanbod van zorg kan helpen. Ouderen hebben verschillende noden en wensen en deze nieuwe initiatieven kunnen daarbij zeker een rol vervullen.

Is een goedkopere ouderenzorg mogelijk?

Onder de slogan Save Lives And Cost zoekt prof. dr. Guus Schrijvers naar mogelijkheden om de zorg goedkoper én beter te maken. Nochtans lijken zijn slogan en de situatie in de ouderenzorg op gespannen voet te staan met elkaar.

“Wat we nodig hebben is het besef dat veel ouderenzorg uit de particuliere portemonnee betaald moet gaan worden. Daar schrikken we van, maar niet iedere oudere is arm. Maar de eigen bijdrage in de WMO en WLZ zal de komende jaren stijgen. Zo hoog dat er een particuliere markt zal ontstaan, omdat mensen bereid zijn om voor een veilige en verzorgde oude dag te betalen”, zegt hij.

Zorg en wonen

Ter motivatie noemt Schrijvers een experiment, waarbij dertien verzorgingshuizen ‘oude stijl’ na dertig jaar werden geïntroduceerd. “Het is meer beschermd wonen dan het geven van zorg. Behalve veiligheid is er reuring. Er gebeurt wat, je hoort ergens bij, het roept emoties op.”

Dertig jaar geleden heetten deze plaatsen bejaardenhuizen. Een wat negatieve klank, maar Schrijvers is overtuigd van een gulden middenweg tussen toen en de toekomst: plaatsen waar 40 à 50 ouderen samen wonen. De zorg wordt dan van buitenaf gebracht door de huisarts, wijkverpleegkundige of verpleeghuis. “Een aantrekkelijke vorm. Gemeentebesturen die nu bezig zijn met ouderenzorg, zouden er goed aan doen om de planning van het woningbestand af te stemmen op ouderen, die op dit soort plekken beschermd willen wonen. En nogmaals, mensen zijn bereid daar voor te betalen, maar dan moet het er wel zijn.”

Scheiden van wonen en zorg is al in 2013 door de overheid geïntroduceerd. Nieuwe initiatieven als zorgvilla’s en zorghotels zijn op dit principe gestoeld. Schrijvers pleit er wel voor om te kijken welke zorg ook ambulant geboden zou kunnen worden.

Ouderen zijn kwetsbaar

Veel ouderen kampen met chronische aandoeningen. Hoewel ze eventueel wonen in een beschermde woonomgeving, hebben ze een vergroot risico om te vallen, om eenzaam te zijn en zichzelf te verwaarlozen. Samengevat: ouderen zijn kwetsbaar.

Ketenzorg zou daarom gericht moeten zijn op integratie van het medische domein en sociale domein. “De integratie in de eerste lijn van het medische domein is in Nederland gevorderd. Maar wat ontbreekt is een samenvoeging met het sociale domein, wat vooral voor ouderen belangrijk is. De wetenschap loopt op dit gebied ver voor op de praktijk, waar de verschillende domeinen elkaar nog helemaal niet vinden”, meent Schrijvers. Een integratie van maatschappelijk werk en zorg dus: meer dan ketenzorg.

Deskundige ouderenadviseurs

Het aanbod van zorg is groot en divers. Wat moet je doen als je je heup hebt gebroken? Casemanagers zijn dan de aangewezen persoon om dit in goede banen te leiden en voor een deel wordt dit ingevuld door huisartsen. In het geval van ouderen zouden dit ouderenadviseurs kunnen zijn, als het ware een zorgmakelaar. Schrijvers: “Het deskundigheidsniveau van ouderenadviseurs in Nederland moet omhoog. Dit moeten onafhankelijke mensen zijn die kwetsbare ouderen een goed advies kunnen geven. Een onafhankelijk advies, niet op provisiebasis.” Ten slotte kan IT een belangrijke rol gaan spelen in modernisering van de zorg. Dankzij the internet of things kunnen zaken als telemonitoring en ‘slimme huizen’ ingevoerd worden. Daar is veel winst te halen.