Het ondersteunen van ‘zelfmanagement’ door patiënten geldt als de kern van de professie van verpleegkundigen. Maar hoe doe je dat? Susanne van Hooft, zelf verpleegkundige, concludeert op basis van haar promotieonderzoek dat het er vooral om gaat patiënten te helpen bij het krijgen van regie over het leven met een aandoening. Dat vraagt om een andere basishouding van verpleegkundigen.

Hoe ondersteun je zelfmanagement?

In het beroepsprofiel van verpleegkundigen wordt het ondersteunen van zelfmanagement genoemd als kern van de professie. Tot nu toe was echter niet duidelijk hoe verpleegkundigen dat moeten doen. Reden voor Susanne van Hooft, verpleegkundige en docent-onderzoeker bij Hogeschool Rotterdam, om hier haar promotieonderzoek op te richten.

Het promotieonderzoek van Van Hooft geeft inzicht in hoe verpleegkundigen aankijken tegen het ondersteunen van zelfmanagement. Zij onderscheidt hierin vier verschillende perspectieven: het Coach-, Poortwachters-, Behandelaars- en Leraarperspectief. Het herkennen van deze verschillende perspectieven is belangrijk, omdat blijkt dat verpleegkundigen bij het ondersteunen van zelfmanagement uiteenlopende doelen nastreven. Waar bijvoorbeeld in andere perspectieven de nadruk ligt op het terugdringen van kosten of het opvolgen van behandeladviezen, geeft de Coach ruimte voor de eigen regie van patiënten. Dat past het beste bij zelfmanagementondersteuning.

Onderzoek onder ruim 500 verpleegkundigen

Op basis van literatuur en denkbeelden van experts heeft Van Hooft een lijst met essentiële verpleegkundige competenties voor zelfmanagementondersteuning samengesteld, zoals het samen met de patiënt een plan opstellen of de patiënt vragen wat hij zelf kan en wil doen in het zorgproces. In samenwerking met de Universiteit Gent werd hiervan een gevalideerde vragenlijst gemaakt (SEPSS-36). Met deze lijst werd aan ruim vijfhonderd verpleegkundigen gevraagd wat zij kunnen en wat zij doen aan zelfmanagementondersteuning in de dagelijkse praktijk.

Opvallende resultaten

Uit het onderzoek blijkt dat verpleegkundigen het vooral lastig vinden om samen met patiënten afspraken te maken over de te bereiken doelen. Het zorgen voor vervolgafspraken en het organiseren van de zorg krijgt van verpleegkundigen de minste aandacht, terwijl dat een belangrijk aspect van zelfmanagementondersteuning is. Volgens verpleegkundigen zijn vooral het gebrek aan tijd, de veronderstelde motivatie en te weinig kennis van de patiënt belemmerende factoren. Dit is opvallend, omdat het inspelen op de motivatie en de kennis van de patiënten juist een onderdeel is van het ondersteunen van de eigen regie.

Onderzoek onder studenten Verpleegkunde

Van Hooft concludeert dat het ondersteunen van zelfmanagement meer is dan het achterhalen wat iemand wil, of het geven van voorlichting over de aandoening. Het gaat er vooral om de patiënten te ondersteunen bij het krijgen van regie over het leven met een aandoening. Dat vraagt om een andere basishouding van verpleegkundigen.

In de opleiding tot verpleegkundige moet er volgens Van Hooft meer aandacht geschonken worden aan het organiseren van de zorg, als onderdeel van het ondersteunen van zelfmanagement. Dit blijkt uit een curriculumscan bij vier hbo-V opleidingen. Studenten ervaren tevens een groot verschil tussen wat zij leren op de opleiding en de verwachtingen die de praktijk van hen heeft. De opleiding kan studenten helpen door ze meer te laten oefenen en ze meer praktische handvatten te geven die kunnen helpen bij zelfmanagementondersteuning. Het gebruikmaken van authentieke situaties en meer reflecteren op het eigen handelen zijn oplossingen die kunnen bijdragen aan het beter kunnen ondersteunen van het zelfmanagement van patiënten in de praktijk.

Bron: EUR.