De termen ‘hartinfarct’ en ‘acute hartdood’ worden nogal eens door elkaar heen gebruikt. Ten onrechte.

Wat is een hartinfarct?

Een hartinfarct wordt veroorzaakt door een plotselinge afsluiting van een kransslagader. Een gedeelte van de hartspier krijgt dan geen zuurstof meer, wat vaak gepaard gaat met pijn op de borst en tussen de schouderbladen, eventueel uitstralend naar de kaken of de armen. De patiënt trekt wit weg, begint hevig te transpireren, wordt duizelig, misselijk en kortademig. Soms verliest hij of zij kort het bewustzijn zonder dat te voelen aankomen.

Een levensbedreigende complicatie van een hartinfarct is ‘kamerfibrillatie’ of ‘ventrikelfibrillatie’. Dit is een totaal chaotisch en ongecoördineerd samentrekken van de hartspier, door elektrische instabiliteit in het hart. In deze toestand kan het hart niet meer effectief pompen en de bloedcirculatie valt volledig stil. Vandaar dat kamerfibrillatie vroeger ook wel hartstilstand werd genoemd. Zonder reanimatie en elektrische defibrillatie met een AED (een defibrillatie-apparaat) leidt kamerfibrilleren meestal binnen enkele minuten tot de dood.

De oorzaak van acute hartdood

“Bij ouderen is een hartinfarct inderdaad vaak de oorzaak van acute hartdood”, bevestigt Liem.  Jongeren kunnen echter ook getroffen worden door acute hartdood. Bij hen ligt de oorzaak eerder in aangeboren hartafwijkingen of een ontsteking van de hartspier. Het gebeurt wel eens dat bijvoorbeeld een sporter plotseling dood neervalt in het veld. Dat levert een hoop media-aandacht op. “Men is in shock: zo’n jong en oergezond iemand! Hoe kan dit? Bij obductie blijkt dan vaak dat deze jonge mensen afwijkingen hebben aan de hartspier zelf (wij noemen dit cardiomyopathieën), klepafwijkingen, of DNA-afwijkingen die leiden tot stoornissen in het elektrisch systeem van de hartcellen.”

Risicofactoren van een hartinfarct

Een hartinfarct ten gevolge van een plotselinge afsluiting van een kransslagader kan ons in principe allemaal overkomen. De kans daarop neemt met de leeftijd toe en is sterk afhankelijk van onze levensstijl. Ongezonde voeding, roken en onvoldoende beweging verhogen de kans op een hartinfarct aanzienlijk. Wie genoeg beweegt (minimaal 30 minuten per dag), niet rookt en matig is met vooral verzadigd zout en vet, vermindert de kans op overgewicht, hoge bloeddruk, een verhoogd cholesterolgehalte en suikerziekte en daarmee ook de kans op een hartinfarct. Erfelijkheid en stress zijn echter ook risicoverhogend en die factoren zijn nu eenmaal niet (altijd) in de hand te houden.

Nauwelijks voortekenen

Hoewel een gezonde levensstijl het risico op hart- en vaatziekten, en dus ook op een hartinfarct, aanzienlijk verlaagt, krijg je als bewust levend persoon jammer genoeg geen garantiebewijs uitgereikt. Een hartinfarct zie je in de meeste gevallen niet aankomen. Een enkeling krijgt bij wijze van waarschuwing last van geleidelijk toenemende klachten op de borst. Maar meestal presenteert een hartinfarct zich plotseling, zonder voorverschijnselen.

Acute hartdood kan het eerste en enige verschijnsel zijn van een hartinfarct. In die zin is de verwarring van beide termen dan ook heel begrijpelijk.

Het belang van reanimatie / AED’s

Bij kamerfibrillatie kan onmiddellijke reanimatie, liefst gecombineerd met defibrillatie met een AED, het leven van de patiënt nog redden. Deze vorm van hulpverlening moet, door de acute aard van een hartinfarct, meestal van omstanders komen. In principe kan iedereen in één avond leren hoe je moet reanimeren. Vooral de Hartstichting spant zich daarom al jaren in om het publiek te overtuigen van het belang van een brede verspreiding van de basiskennis van reanimatie. Zogenoemde ‘basale reanimatie’, een combinatie van borstcompressie en beademing, houdt de bloedtoevoer naar de hersenen van de patiënt enigszins op gang tot professionele hulp arriveert.