Mensen met een verslaving krijgen vaak te maken met stigmatisering. Niet alleen vanuit het algemene publiek, maar ook vanuit de hulpverleners. Leonieke van Boekel, senior onderzoeker bij Tranzo, Tilburg University, deed onderzoek naar het fenomeen.

Wat wordt er precies bedoeld met een stigma?

“Stigmatisering is een proces waarbij iemand met afwijkend gedrag als minderwaardig wordt gezien door anderen. Bij verslaving werkt dit als volgt. Eerst wordt iemand gelabeld met het etiket ‘verslaving’, waarna stereotype gedachten ontstaan. Het gevolg is dat iemand met een verslaving kan worden buitengesloten of minder status krijgen.”

Wat zijn de meest voorkomende stigma’s over verslaving en verslaafden?

“Bij de algemene bevolking zagen we met name dat mensen iemand met een verslaving persoonlijk verantwoordelijk achten voor hun verslaving. Het wordt dus gezien als iemands eigen schuld. Dit zorgt voor een negatieve houding tegenover hen. Daarnaast ontdekten we dat men de verwachting heeft dat mensen met een verslaving agressief zijn en gevoelens van angst en woede oproepen.”

Hoe komt het dat de meeste mensen een dergelijke beeldvorming bij verslaving hebben?

“We weten uit eerder onderzoek dat de verwachting dat iemand voor zichzelf verantwoordelijk is, een grote rol speelt bij negatieve houdingen. Wanneer iemand dus vindt dat de verslaving iemands eigen schuld is, zal hij of zij vaak ook negatiever zijn in zijn of haar mening. Daarnaast zagen we heel duidelijk dat mensen die minder bekend zijn met verslavingsproblemen negatiever waren. Degenen die een naaste met verslavingsproblemen hadden of in het werk ermee te maken kregen, waren milder. Onbekendheid met het probleem verslaving zorgt dus voor meer stigmatisering.”

Is deze stigmatisering ook aan de orde bij hulpverleners?

“In ons onderzoek hebben we gekeken naar de houdingen van huisartsen, zorgverleners in de GGZ en verslavingszorg. Ook bij hen vonden we negatieve attitudes. We zagen duidelijk dat zorgverleners die vaker of intensiever werkten met verslaafden een tolerantere en positievere houding hadden. Ook hier speelde dus bekendheid met het fenomeen ‘verslaving’ een rol in de mening van zorgverleners.”

En hoe zit het bij de verslaafden zelf?

“De resultaten van ons onderzoek hebben laten zien dat mensen met een verslaving zeer frequent discriminatie ervaren. Cliënten voelen zich vooral ongelijk behandeld door hun directe omgeving, zoals familie, vrienden en partners. Als we een vergelijking maken met de ervaringen bij mensen met andere psychiatrische aandoeningen, zien we dat mensen met een verslaving meer discriminatie ervaren.”

Wat zijn de gevolgen van deze attitudes voor de hulpverlening aan verslaafden?

“Hier is nog maar weinig over bekend. We weten dat zorgverleners vrij negatief zijn over mensen met een verslaving, maar de precieze consequenties zijn lastig te onderzoeken. Er zijn wel enkele aanwijzingen dat deze houding minder goede zorg tot gevolg heeft. Voorbeelden zijn minder tijd besteden aan cliënten met een verslaving of minder betrokkenheid en empathie vanuit de zorgverleners.”

Zijn er manieren om deze stigmatisering te doorbreken?

“De beste manier om stigmatisering te doorbreken is het schetsen van een realistischer beeld van verslavingsproblemen. Mensen zouden meer en betere informatie moeten hebben over verslavingen. Dit kan op verschillende manieren worden bereikt. Bijvoorbeeld door voorlichting of het aangaan van een gesprek met iemand met een verslaving. Een belangrijke boodschap is dat het iedereen kan overkomen en dat mensen net zo veel of weinig ‘schuld’ hebben aan een verslaving als patiënten met een psychische of lichamelijke aandoening.”