Naar schatting speelt bij dertig tot vijftig procent van de mensen die voor psychische problemen in behandeling komen ook verslaving een rol. Het is van belang om bij de behandeling van de klachten deze combinatie als uitgangspunt te nemen. Vaak is onduidelijk of de verslaving de psychische problemen heeft veroorzaakt of omgekeerd. Feit is dat de twee aandoeningen elkaar meestal versterken. Middelen zoals soft- en harddrugs kunnen bijvoorbeeld een psychose uitlokken en van nicotine is bekend dat dit de werking van medicatie kan beïnvloeden. Ook zorgt bepaalde medicatie ervoor dat de werking van nicotine wordt geremd waardoor mensen meer gaan roken om toch de door hen gewenste roes te kunnen ervaren.

Screenen op verslaving

In veel ggz-instellingen wordt nauwelijks gescreend op de mogelijkheid van een verslaving aan middelen. En, vaak uit schaamte, vertellen cliënt en diens naasten niet uit zichzelf over dit probleem. Soms is de gedachte achter die schaamte dat een verslaving verwijtbaar gedrag is. “Als artsen de verslaving niet herkennen en alleen de depressie, angststoornis of posttraumatische stoornis behandelen, is herstel onmogelijk”, stelt Vincent Hendriks, hoogleraar verslaving en psychiatrische comorbiditeit bij jeugdigen. Probleem is dat bij ggz-artsen de kennis om de verslaving te herkennen en vervolgens te behandelen vaak ontbreekt. Als sprake is van comorbiditeit moet de eerste aandacht uitgaan naar het behandelen van de verslaving. Dat deze aanpak werkt, blijkt uit onderzoek onder mensen die zich melden met een depressie waarbij ook sprake is van een verslaving. “Bij ongeveer de helft van de mensen verdwijnt de depressie zodra het middelengebruik is gestaakt”, meldt Hendriks. Maar ook als de psychische klachten niet direct verdwijnen, wordt deze aanpak geadviseerd omdat alleen dan een goede diagnose kan worden gesteld.

Specifieke kennis

De behandeling van een verslaving vereist specialistische kennis. Als je bijvoorbeeld bij een alcoholverslaving acuut ophoudt met drinken, kan dat zelfs de dood tot gevolg hebben. “Maar ook voor de behandeling van ander middelengebruik is de diagnose van een verslavingsarts van groot belang”, vindt prof. dr. Gabriël Anthonio, bestuurder bij een instelling voor verslavingsreclassering en bij het kenniscentrum verslaving Resultaten Scoren. Een verslavingsarts heeft de kennis om te beoordelen wat de invloed is van de verslaving op de psychische aandoening en omgekeerd, en kan ook de lichamelijke klachten die mogelijk ontstaan bij afkicken goed begeleiden. Anthonio is voorstander van multidisciplinaire teams waarbij de kennis van ggz-artsen, psychiaters, psychologen en geriaters (steeds meer ouderen kampen met een verslaving) wordt aangevuld met die van de verslavingsarts. Zeker in het geval van de ggz is een geïntegreerde aanpak gewenst. Bij de EPA-doelgroep, mensen met een ernstig psychiatrische aandoening, speelt in zestig tot zeventig procent verslaving een rol. Probleem is dat er een groot tekort is aan verslavingsartsen. Daarom is in Noord-Nederland een consultatiedienst voor (huis)artsen opgezet waarbij verslavingsartsen telefonisch geconsulteerd kunnen worden. Anthonio verwacht dat deze opzet ook elders in Nederland navolging zal krijgen.

Basisvoorwaarden voor herstel

De behandeling van de verslaving en de psychische aandoening is, zo stellen Hendriks en Anthonio, slechts de start van het herstel. Een stabiele woonsituatie, de aanwezigheid van een steunsysteem, inkomen en werk of een andere zinvolle dagbesteding zijn basisvoorwaarden voor herstel.