Voor mensen met een psychische aandoening is het hebben van een baan erg belangrijk voor het herstelproces, daar zijn de deskundigen het over eens. Van deze groep is echter maar een klein deel daadwerkelijk actief op de arbeidsmarkt. Hoe komt dat en hoe kan dat aantal worden verhoogd?

Sneller herstel

“Steeds meer behandelaren erkennen het: als je ziek bent, is het beter om niet te lang buiten het arbeidsproces te staan. Het is juist goed om aan je herstel te werken terwijl je weer volop meedoet”, vertelt Jacobine Geel, voorzitter van GGZ Nederland.

Hoe mensen met een psychische aandoening hierbij kunnen worden ondersteund, hangt af van het ziektebeeld. Er is de laatste tijd relatief veel aandacht voor re-integratie van mensen met een ernstige psychische aandoening (EPA), terwijl volgens Geel ook in de omgang met tijdelijk zieke werknemers veel te winnen valt.

Het belang van openheid

Ze ziet nog te vaak dat mensen met bijvoorbeeld een burn-out moeite hebben om hun situatie bespreekbaar te maken bij hun werkgever, of op onbegrip stuiten. Geel roept werkgevers dan ook op om ruimte te creëren voor een gesprek over hoe het met iemand gaat.

“Ervoor openstaan om dergelijke gesprekken te voeren, kan meestal al heel veel verschil maken.” Waar die openheid bestaat kunnen beide partijen samen zoeken naar een aangepaste manier van werken en kan de werknemer in veel gevallen gewoon in dienst blijven.

Volgens Geel komt die openheid niet alleen het herstel van de zieke ten goede, maar ook de economie. Ggzcliënten zijn met name afkomstig uit het vitale deel van de beroepsbevolking en vormen daarmee economisch gezien een factor van betekenis, legt ze uit. Deze mensen helpen om te blijven werken, eventueel in enigszins aangepaste vorm, is veel voordeliger dan hen op de bank te laten zitten.

Re-integratie bij een ernstige psychische aandoening

Naast werknemers die uitvallen door tijdelijke ziekte, zijn er ook mensen met een EPA, zoals een psychotische of bipolaire stoornis, die graag terug willen keren naar de arbeidsmarkt. Hoe lastig dat is, weet Jaap van Weeghel, directeur wetenschap van kenniscentrum Phrenos. “Vaak zijn mensen er een hele tijd uit geweest, waardoor ze vaardigheden en werkervaring missen. Hoe langer je eruit bent, hoe meer dat je zelfvertrouwen aantast.” Daarnaast speelt volgens hem het stigma mee.

Mensen zijn bang om negatieve reacties te ontvangen als ze gaan solliciteren, anticiperen daar zelfs op. Hierdoor geven ze het solliciteren al bij voorbaat op, want wie zit er nu op hen te wachten?

Individuele Plaatsing en Steun (IPS)

Ter ondersteuning van deze groep zijn re-integratietrajecten als Individuele Plaatsing en Steun (IPS) ontwikkeld, bedoeld om mensen met een psychische aandoening aan betaald werk te helpen. Kenmerkend voor deze methode, die in Nederland door ongeveer 30 ggz instellingen wordt uitgevoerd, is dat mensen zo snel mogelijk aan de gewenste baan worden geholpen.

Vandaaruit ontvangen ze vervolgens training in de voor het werk benodigde vaardigheden. Bij andere re-integratietrajecten vindt die training juist voorafgaand aan het werken plaats, maar volgens Van Weeghel kan stapsgewijs naar een baan toewerken erg lang duren en daardoor een demotiverend effect hebben.

IPS: combinatie met ggz-behandeling

Een tweede kenmerk van IPS is de combinatie met een ggz-behandeling. De IPS-trajectbegeleider opereert naast andere behandelingen en de psycholoog, psychiater of woonbegeleider dragen elk op hun eigen manier bij aan het re-integratieproces. Zo kan de psychiater er in zijn medicatiebeleid rekening mee houden, kan de psycholoog werken aan het zelfvertrouwen van de cliënt en kan een woonbegeleider ervoor zorgen dat hij of zij op tijd op het werk komt.

“Het is dus een teambenadering, waarbij de IPS-trajectbegeleider uiteraard de hoofdrol heeft, maar alle andere teamleden onmisbare bijrollen vervullen”, licht Van Weeghel toe.

Langdurige IPS-trajecten

Van Weeghel besluit met het derde en laatste onderscheidende kenmerk: de begeleiding van de IPS-trajectbegeleider kan heel lang duren, want de behandeling stopt niet op het moment dat iemand een baan heeft gevonden. Als cliënten een terugval krijgen of tegen andersoortige problemen aanlopen, kunnen ze altijd terugvallen op hun begeleider, zelfs jaren later nog.

Van Weeghel benadrukt dat uiteraard lang niet alle IPS-trajecten succesvol zijn, en dat het soms lang duurt voor cliënten uiteindelijk de baan vinden die bij ze past. Mislukken en fouten maken zijn echter vaste onderdelen van het proces, weet hij. Waar het om gaat is dat mensen in hun zoektocht naar een baan vooruitkijken, en misschien alleen daarom al een stap dichter bij hun herstel zijn.