Digitalisering wordt in de geestelijke gezondheidszorg steeds belangrijker. Vanuit de overheid stijgt de druk om ggz-patiënten binnen de eerste lijn te behandelen. Tegelijkertijd ontstaat er vanuit de patiëntenpopulatie behoefte aan meer regie over de eigen behandeling. Voor beide doeleinden worden innovaties op het gebied van e-health ingezet. Modernisering relatie patiënt en behandelaar Diensten en processen van ggz-instellingen worden gedigitaliseerd en daarnaast wordt binnen het behandeltraject in toenemende mate gebruik gemaakt van apps, games en zelfs virtual reality. De verwachtingen rondom e-health zijn hooggespannen, vooral met de gedachte dat het kostenbesparend zou zijn, vertelt Jean-Luc Klompenhouwer, psychiater en voorzitter Commissie Informatiebeleid bij GGZ Nederland. Die kostenbesparing moet de focus niet zijn, gezien het ontwikkelen van e-health flinke investeringen vergt. Belangrijker is dat patiënten zelf aan de slag kunnen met hun behandeling, meestal naast de bestaande therapie. “E-health moet je zien als modernisering van de relatie tussen patiënt en behandelaar.” Dat het daarom goedkoper wordt, is volgens Klompenhouwer een illusie. Om bijkomende kosten te beperken en de administratieve last, die erg hoog is, niet verder te laten stijgen, moet naar standaardisering in de systemen gezocht worden.

Digitalisering en samenwerking

Er komen steeds meer modules en programma’s beschikbaar die los van elkaar gebruikt kunnen worden. Er zijn ongeveer net zoveel toepassingen van e-health als er softwaresystemen en -leveranciers zijn, vertelt Sergej van Middendorp. Hij is architect en inhoudelijk manager van Stichting Koppeltaal, waar verschillende ggz-organisaties – met IT-ers en zorgverzekeraars – samenwerken middels een gemeenschappelijke ‘taal’ waarmee e-healthtoepassingen kunnen worden uitgewisseld. Van Middendorp: “Iedere instelling heeft eigen software(leveranciers). De uitwisseling van kennis en applicaties gaat niet als elk ICT-platform zijn eigen ‘taal’ gebruikt en systemen niet communiceren.” Door gebrek aan samenwerking zijn instellingen veel geld kwijt en hebben patiënten en behandelaars beperkte keuze in e-healthtoepassingen. Met de ontwikkelde Koppeltaal is het idee dat systemen onderling kunnen communiceren en kunnen ‘praten’ met applicaties. Een welkome ontwikkeling, volgens Klompenhouwer, want als elke instelling op eigen houtje investeert en ontwikkelt, ontstaat een wildgroei aan toepassingen.

Persoonlijk portaal

Stel: een behandelaar wil een cliënt een app laten gebruiken die niet standaard binnen de instelling aangeboden wordt. Nu is dit nog lastig, maar naar verwachting kan de patiënt straks in een persoonlijk portaal de app gebruiken en worden de resultaten automatisch met de behandelaar gedeeld, die de activiteiten kan bekijken en de vooruitgang volgen. Met de nieuw taal zijn dit soort koppelingen mogelijk geworden, legt Van Middendorp uit. Niet alleen de communicatie tussen ggz-instellingen en cliënten is meegenomen, maar ook de toegankelijkheid voor app-ontwikkelaars. Wie een app of game voor de ggz wil ontwikkelen, kan dat nu doen in een voor hem begrijpelijke ‘taal’. Dit moet volgens Van Middendorp de markt voor ontwikkelaars vergroten, in een tot voor kort gesloten wereld. In plaats van aparte koppelingen voor alle elementen, is er middels een verdeelstation voor elk systeem aansluiting bij alle aangesloten applicaties en systemen. De stichting is in het leven geroepen om samenwerkingen te vergemakkelijken en verdiepen, legt Van Middendorp uit.

De geëmancipeerde patiënt

Waar ggz-patiënten vroeger weinig inspraak hadden in de behandeling, worden zij steeds mondiger en vanuit overheid en zorgaanbieder wordt meer aanspraak gedaan op hun zelfredzaamheid. E-health kan dit bevorderen, zegt Martin de Heer, bestuursvoorzitter van Stichting Koppeltaal. “Cliënten hebben eens in de week of twee weken gesprekken met hun therapeut, maar daartussen gebeurt weinig.” E-health biedt de cliënt mogelijkheden om zelf aan het werk te gaan en concrete aspecten van het ‘beter worden’ aan te pakken: beter slapen, dag- en nachtritme herstellen en minder piekeren bijvoorbeeld. Bij sommige aandoeningen, zoals autisme, hebben cliënten veel behoefte aan het oefenen van sociale situaties. Ook bij het monitoren van het eigen gedrag kunnen veel cliënten gebaat zijn. Zo kan middels apps bijgehouden worden welke stresssituaties er gedurende de dag voorbijkomen en hoe je spanningen kunt voorkomen. Een toepassing als beeldbellen kan voor cliënten in begeleid wonen interessant zijn. Het gaat vooral om hulpmiddelen die in het dagelijks leven helpen met klachten om te gaan, complementair aan therapie. Dat is iets anders dan het inzetten van e-health in plaats van psycholoog of psychiater, stelt De Heer, al kan het de duur en frequentie van de therapie wel verminderen. Dit maakt cliënten onafhankelijker van de therapeut en geeft ze meer controle over de klachten.

Meer te kiezen

Door de ontwikkelde koppeltaal kunnen behandelaars en cliënten straks zelf kiezen uit beschikbare apps en games die bij de behandeling passen. De Heer: “Op dit moment krijgen cliënten een paar opties; de programma’s die jouw instelling toevallig heeft afgenomen.” Daarnaast kan een cliënt in het gebruik kiezen welke modules of onderdelen prioriteit hebben. Ook kan de cliënt bepalen wanneer en op welke locatie gebruik wordt gemaakt van de applicatie, zeker wanneer die op de smartphone gebruikt kan worden. Klompenhouwer benadrukt deze voordelen van e-health: “Het haalt de passiviteit weg en maakt van de behandeling een gezamenlijke inspanning tussen patiënt en behandelaar.” Aan het eind van de rit heeft de patiënt het gevoel zelf iets bereikt te hebben. Daarbij is gamification vaak ook gewoon leuk, stelt De Heer. Zeker in een van oudsher vrij zware wereld als de ggz is dat zeer welkom. Het taalgebruik wordt aangepast op de patiënt en er komen meer mogelijkheden voor costumized applicaties. Een stap verder is virtual reality, dat voor mensen met angststoornissen interessant kan zijn, om problematische situaties levensecht te trainen.

Volledige digitalisering?

Niemand weet hoe de toekomst van de ggz eruit zal zien in het tijdperk van verregaande digitalisering. Voor nu blijven er cliënten die minder happig zijn op e-health. Dat zijn overigens niet per se ouderen. De Heer: “Senioren maken graag gebruik van apps, mits die toegankelijk en makkelijk verkrijgbaar zijn.” Mensen die moeite hebben met digitale ontwikkelingen kun je alleen maar stimuleren en begeleiden in het gebruik. Daarbij geldt ook dat jongeren niet per definitie enthousiast zijn over e-health, legt Klompenhouwer uit: bij hen moet je oppassen dat het geen ‘huiswerk’ wordt. Voor toekomstige generaties, die volledig digitaal onderlegd zijn, zal e-health mogelijk de therapie vervangen. Klompenhouwer benadrukt dat dit wel nog even zal duren. “Het idee dat binnen vijf jaar alleen nog e-health gebruikt wordt, is niet realistisch. De patiënt staat centraal, dus moet gerespecteerd worden zo lang nog behoefte is aan persoonlijk contact.”

Een andere digitale ontwikkeling is niet gericht op de behandeling zelf, maar de processen daaromheen. De verwachting is dat elektronische communicatie steeds verder zal uitbreiden: meer mogelijkheden voor online afspraken maken en inzage in de eigen dossiers door patiënten. Ook groeit de vraag naar anonieme (en preventieve) e-health, voor iedereen vrij toegankelijk. Deze opdracht op het public health-vlak staat nu nog in de kinderschoenen, legt Klompenhouwer uit, maar vraagt om grote investeringen. Een laatste ontwikkeling is de opkomst van online communities waar mensen met bepaalde aandoeningen ervaringen uitwisselen en ook therapeuten toegang toe hebben. Of dit allemaal onder de noemer ‘e-health’ valt, is volgens De Heer te betwijfelen. “Ik zou die term overboord willen gooien, en heb het liever over ‘modernisering van de ggz’. Digitale ontwikkelingen doen hun intrede in de gehele maatschappij, er is geen reden waarom de gezondheidszorg daar afgezonderd van zou zijn.”