Wonen in groepsverband stijgt in populariteit. Voor ouderen kan een woongroep een aantrekkelijk alternatief voor het verzorgingshuis zijn. In Den Haag bestaat groepswonen al sinds de jaren tachtig. Oorspronkelijk bedoeld voor ouderen, zijn de woongroepen in de loop der jaren uitgegroeid tot uiteenlopend, met een eigen karakter. Dit vertelt wethouder Zorg Karsten Klein van de gemeente Den Haag.

De gemeente is actief betrokken bij de ontwikkeling en uitvoering van groepswonen. Er bestaan nu zo’n veertig groepswoonprojecten in de stad. De bewoners hebben een eigen appartement en delen gemeenschappelijke ruimten, die vaak al bij de complexen zijn ingebouwd.

“Men moet niet de deur bij elkaar platlopen, maar je kunt wel een goed systeem voor sociale controle organiseren.”

Een goede buur

De woongroep voor senioren ontstond vanuit het idee om met generatiegenoten te wonen, op elkaar te letten en aanspraak te hebben. Nu verzorgingshuizen sluiten en het beleid is om ouderen langer thuis te laten wonen, neemt de belangstelling toe, aldus Klein. Ook vanuit andere groepen. Mensen van verschillende achtergronden, leeftijden en economische posities vinden het prettig om in nabijheid van anderen te wonen, vanwege de geborgenheid, veiligheid en nabuurschap, denkt Klein. “Groepswonen kan van grote sociale waarde zijn voor zowel de groep als de buurt.”

Johan van Tuyn, voorzitter en bewoner van een woongroep voor 55-plussers in Den Haag, beaamt dat sociale controle en voor elkaar zorgen belangrijk is. “Naast prettig samenwonen, activiteiten ontplooien en kunnen zeggen ‘hier wil ik oud worden’.” Ouderen vinden het fijn dat ze buren om hulp kunnen vragen. Voor een prettige omgang is het zaak dat mensen dezelfde normen en waarden in een groep delen, vindt Van Tuyn. Dat kan onderzocht worden door geïnteresseerden eerst op een wachtlijst te plaatsen voordat ze daadwerkelijk een woning betreden. In die wachtlijstperiode kunnen mensen meedoen aan activiteiten en zo kennismaken met de groep. Op die manier ervaren zowel de wachtende kandidaten als de zittende bewoners of er een match is.

Eenzaamheid tegengaan met behoud van privacy

Het is daarnaast belangrijk dat iedereen de privacy behoudt, vindt Van Tuyn. “Men moet niet de deur bij elkaar platlopen, maar je kunt wel een goed systeem voor sociale controle organiseren.” Als iemand een tijd niet gezien is, zorgen dat er aan de bel getrokken wordt bijvoorbeeld. In de groep van Van Tuyn fungeert een van de bewoners als vertrouwenspersoon, die de afwezigheid van de anderen bijhoudt. Ook een draaiboek in geval van calamiteiten kan aan de sociale controle bijdragen.

Regelmatig organiseert de groep daarnaast koffiemomenten, borrel en verschillende activiteiten, van uitstapjes tot avonden met livemuziek. “Eenzaamheid wordt op die manier tot een minimum beperkt, maar: vrijheid blijheid.” Wie een avondje geen zin heeft, moet niet verplicht worden. Het gaat er volgens Van Tuyn om een balans te bewaren tussen bewoners van verschillende leeftijden, met meer en minder energie voor het organiseren van activiteiten. Ook is het nuttig om duidelijke regels omtrent veiligheid op te stellen.

Financieel haalbaar

Voor bewoners zijn de lage huren aantrekkelijk – de meeste woongroepen bevinden zich in de sociale huursector. Dat betekent dat er geen hoge bijdragen gevraagd kunnen worden voor gezamenlijke activiteiten, legt Van Tuyn uit. Sponsoren of donateurs uit de buurt benaderen, of de corporatie vragen een steentje bij te dragen, kan een oplossing zijn. De gemeente heeft een speciaal loket voor groepswonen ingericht, waar mensen terecht kunnen voor advies en begeleiding over de Haagse mogelijkheden voor groepswonen, vertelt Klein.
Daarnaast bestaat een subsidieregeling voor professionele begeleiding van nieuwe groepen en zijn er afspraken tussen gemeente en woningcorporaties over bestaande en nieuwe locaties. Dit alles is broodnodig om aan de groeiende vraag te voldoen, denkt de gemeente. “Wij willen graag ruimte bieden aan nieuwe initiatieven en vraag en aanbod samenbrengen.”