Toenemende vergrijzing, stijgende zorgkosten en een groeiend personeelstekort; de zorg is er anno 2018 veel aan gelegen oplossingen te zoeken voor enkele problematische trends. Niets doen is geen optie, want de toekomstverwachtingen schetsen een somber vooruitzicht. Ter illustratie: de komende vijfentwintig jaar zal het aantal mensen met dementie in Nederland verdubbelen tot meer dan een half miljoen. Veel van hen vereisen een intensieve vorm van verzorging. Mede daardoor geldt eenzelfde trend voor de zorgkosten, die zonder ingrijpen zouden stijgen van 92,5 miljard euro (2018) naar 173,3 miljard euro (2040). Bovendien blijft ook het personeelstekort de komende jaren in stand, becijferde de Universiteit van Maastricht onlangs.

Hoe kunnen deze problemen worden opgelost? Innovatie kan uitkomst bieden, denkt Eveline Wouters, hoogleraar bij het wetenschappelijke centrum Tranzo (onderdeel van Tilburg University) en gespecialiseerd in technologieacceptatie en -implementatie in de zorg. “Het kan zorgverleners enorm veel werk uit handen nemen. En gelukkig raken steeds meer instellingen daarvan overtuigd.” Toch ziet Wouters nog enkele beren op de weg, want de ontwikkelingen gaan razendsnel. “Wat vandaag wordt uitgevonden is morgen alweer verouderd. Het probleem is dat mensen niet zo snel veranderen en organisaties vaak al helemaal niet.”

Big data, virtual reality en robots

Wouters ziet dat vooral grote, top-down-ingerichte organisaties moeite hebben met de implementatie van nieuwe technologie. “Platte organisaties zijn op dat vlak duidelijk in het voordeel, want zij betrekken het personeel vaker bij nieuwe ontwikkelingen en zijn bovendien flexibeler.” En dat is belangrijk, want het personeel moet zich bewust zijn van het feit dat zaken zullen veranderen. Die betrokkenheid kan bovendien een hoop onterechte zorgen wegnemen, denkt Wouters. Zo vreesden veel zorgverleners dat nieuwe technologie hen hun baan zou kosten, terwijl het huidige personeelstekort het tegendeel bewijst. “Uiteindelijk zal innovatie het werk van zorgverleners een stuk makkelijker maken”, denkt Peter Joosten, TEDx-spreker en als gastdocent onder meer verbonden aan de TU in Eindhoven en de Bildung Academie in Leiden. “Voor veel personeel zal de technologische vooruitgang een verlichting van de werkdruk betekenen. Op de lange termijn kunnen namelijk veel taken worden geautomatiseerd.”

Wouters beaamt dit. “Neem diagnostiek: big data kunnen artsen helpen associaties te leggen die zij zelf niet hadden kunnen bedenken. Of virtual reality, die als interventiemethode uitkomst kan bieden, bijvoorbeeld bij een angststoornis.” Ook over robotica is Wouters optimistisch, al denkt ze dat die in eerste instantie vooral ondersteunend van waarde kunnen zijn. Het is immers lastig een robot empathisch vermogen bij te brengen, een vaardigheid waar een doorsnee mens van nature wel over beschikt en waar juist diens meerwaarde ligt.

Lifestyle monitoring en sensoren

Een andere innovatie die experts veel waarde toedichten, is de ontwikkeling van sensortechnologie.Joosten verwacht dat sensoren en lifestyle monitoring een grote rol gaan spelen bij het verlichten van de zorgdruk. “Op dit moment wordt sensortechnologie al steeds meer gebruikt door het grote publiek. Bijvoorbeeld in mobiele telefoons of in wearables, die continu je hartslag kunnen meten.”

Joosten ziet voor dit soort innovaties in de toekomst dan ook een belangrijke functie weggelegd. “Voor de verzorging van ouderen is deze techniek heel interessant. Zo kun je op afstand metingen verrichten of signaleren of iemand uit bed is gevallen. Dan heb je niet meer overal ogen en oren nodig.” Lifestyle monitoring en de sensortechnologie die daarbij gebruikt wordt, stelt mensen in staat langer thuis te wonen. Niet alleen worden zij hierdoor zelfredzamer, ook de zorgkwaliteit neemt toe. Metingen die thuis worden verricht, zijn namelijk veel representatiever dan bij de dokter. Als voorbeeld noemt Joosten het meten van de bloeddruk, dat doorgaans door de huisarts wordt gedaan. Een momentopname, vindt hij. “Misschien is de persoon in kwestie wel een beetje zenuwachtig. Als de bloeddruk thuis op verschillende momenten kan worden gemeten, geeft dat een veel beter beeld.”

Privacy ligt gevoelig

Joosten denkt dat technologische ontwikkelingen vooral invloed zullen hebben op het werk van de huisarts en de inrichting van diens praktijk. Zo denkt hij dat huisartsen in de toekomst wellicht vaker op bezoek gaan bij patiënten, zoals sinds kort bij de Erasmus Universiteit het geval is. Een andere mogelijkheid is dat videobellen meer toegepast zal worden dan nu het geval is. Op de lange termijn zouden ook drones en zelfrijdende voertuigen een rol kunnen spelen bij eerstelijnszorg. Joosten schetst een scenario waarin zelfs alledaagse producten als auto’s en toiletten van waarde kunnen zijn. Want, zo stelt hij, in de toekomst is alles meetbaar. “Gewicht door middel van een stoel, bloedsuiker op basis van je ogen, zelfs een toiletbezoek zou een hele stroom aan biologische data over je lichaam kunnen opleveren. De vraag is alleen: wil je deze data wel delen en zo ja, met wie?”

En dat is de vinger op de zere plek, want in het huidige informatietijdperk is privacy al jaren een heet hangijzer. En met de nieuwe privacywetgeving zullen zorginstellingen hier nog nadrukkelijker rekening mee moeten houden. Ook Wouters beschouwt dit als een risico. Vanuit haar ervaring als implementatiedeskundige, weet zij dat het introduceren van innovaties op gefronste wenkbrauwen kan rekenen waar het om privacy gaat. “Je kunt dit soort technologie niet zomaar invoeren. Privacy in de zorg ligt natuurlijk erg gevoelig. Je moet de patiënt en diens omgeving zorgvuldig bij de ontwikkelingen betrekken.”

Hoewel privacy een groot obstakel is, zijn technologische ontwikkelingen essentieel om de uitdagingen voor de komende jaren te overwinnen. Voor zorgspecialisten, maar daarmee uiteindelijk ook voor de patiënt, zegt Joosten. Want als een zorgverlener geholpen wordt diens werk makkelijker te kunnen uitvoeren, dan heeft een patiënt daar ook baat bij. Joosten: “Bovendien kun je ook data over jezelf verzamelen en heb je daarmee zelf de regie in handen. Uiteindelijk wordt iedereen beter van deze technologische ontwikkelingen. Mits we er slim mee omgaan.”