De World Health Organization (WHO) heeft flinke vorderingen gemaakt met het terugdringen van tropische ziekten. Dit bleek uit het onlangs verschenen rapport Integrating neglected tropical diseases in global health and development.

Maar uit datzelfde rapport blijkt dat het werk nog niet af is. Het sluit namelijk af met de boodschap: “no one must be left behind.” Wat moet er gebeuren om tropische ziekten verder terug te dringen?

Tropische ziekten

Tropische ziekten als slaapziekte en elefantiasis zijn de afgelopen jaren sterk teruggedrongen. Dit komt onder anderen door politieke ondersteuning van de getroffen landen, medicijndonaties en verbetering van de leefomgeving.

Toch sterven er nog jaarlijks veel mensen aan tropische ziekten, en het tragische is dat veel van deze doden relatief makkelijk te voorkomen zijn. In 2015 stierven er bijvoorbeeld zo’n 303.000 Afrikaanse kinderen onder de vijf aan malaria. Een ziekte waarvoor je in Nederland pillen kunt kopen van twee tot drie euro.

Daarnaast lijkt de financiële steun voor de behandeling van deze ziekten tegen te vallen. Vandaar dat er vaak aan deze ziekten wordt gerefereerd als neglected tropical diseases (NTD). Uit het rapport blijkt immers dat NTD-programma’s met beperkte financiële bronnen blijven worstelen.

Andere uitdagingen zijn organisatorisch van aard, maar ook het overbruggen van belangrijke barrières als armoede en stigmatisering worden genoemd. In de getroffen landen hebben veel patiënten namelijk geen geld voor medicijnen, of zijn ze bang voor hardnekkige vooroordelen. In sommige landen is er immers nog veel onwetendheid en bijgeloof over bepaalde ziekten.

WHO-strategieën

In het rapport worden 5 strategieën beschreven die erg succesvol zijn bij het terugdringen van tropische ziekten. Deze worden ook verder ingezet om de targets van 2020 te behalen.

  • Preventive Chemotherapy and Transmission Control (PCT)
  • Innovative and Intensified Disease Management (IDM)
  • Vector Ecology and Management (VEM)
  • Veterinary Public Health (VPH)
  • Provision of Safe Water, Sanitation and Hygiene (WASH)

1. Preventive Chemotherapy and Transmission Control (PCT)

PCT richt zich op tropische ziekten waarvoor zowel een behandelstrategie bestaat als wel behandelapparatuur en veilige, effectieve medicatie. Dit maakt het mogelijk om grootschalige preventieve vaccinaties uit te voeren in risicogebieden. Hierdoor wordt de verspreiding van besmettelijke ziekten zoveel mogelijk beperkt en neemt het dodental af. Het is natuurlijk beter om ziekten te voorkomen dan te genezen.

PCT wordt o.a. toegepast bij de Guinese wormziekte en parasitaire worminfecties door besmet water of voedsel, muggenbeten en bodemvervuiling.

2. Innovative and Intensified Disease Management (IDM)

IDM focust op tropische ziekten waarvoor geen of weinig kosteneffectieve behandelapparatuur bestaat, en beperkte medicatie beschikbaar is. Deze ziekten zijn vaak moeilijk te diagnosticeren en slecht behandelbaar. Er wordt daarnaast ook weinig in onderzoek en ontwikkeling geïnvesteerd. IDM houdt dus ook in dat er druk op landen en organisaties wordt gelegd om meer onderzoek te doen en geld te investeren voor de “verwaarloosde” ziekten.

Dit zijn o.a. huidinfecties, de ziekte van Chagas, de Afrikaanse slaapziekte, zandmugziekte en framboesia.

3. Vector Ecology and Management (VEM)

VEM ontwikkelt strategieën en richtlijnen gebaseerd op de omgeving en vector management. Een vector is een organisme dat ziekten overbrengt van het ene organisme naar het andere, zonder er zelf altijd last van te ondervinden. Een bekend voorbeeld hiervan zijn de rattenvlooien tijdens de pestepidemie in de 14e eeuw. Bij deze aanpak hoort dus het gebruik van pesticiden en andere bestrijdingsmethoden van ongedierte. Deze strategie heeft veel raakvlakken met Veterinary Public Health en Provision of Safe Water, Sanitation and Hygiene.

Bekende tropische ziekten die door vectoren overgedragen worden, zijn malaria, knokkelkoorts (dengue) en zika.

4. Veterinary Public Health (VPH)

Veterinaire volksgezondheid wordt door de WHO gedefinieerd als “de som van alle bijdragen aan het fysieke, mentale en sociale welzijn van mensen middels toepasbare diergeneeskunde.” De gezondheid van de mens is namelijk onlosmakelijk verbonden aan de gezondheid en productiviteit van dieren. Deze band is bijzonder sterk in ontwikkelingsgebieden, waar dieren en hun producten voor transport, trekkracht, brandstof, kleding en voeding gebruikt worden. Maar zowel in ontwikkelings- als geïndustrialiseerde landen kan een slecht dierenwelzijn een risico vormen voor de volksgezondheid.

Sommige overdraagbare ziekten worden van dier naar mens overgebracht. Deze staan bekend als zoönosen en voorbeelden hiervan zijn hondsdolheid, ebola, Q-koorts en salmonella.

5. Provision of Safe Water, Sanitation and Hygiene (WASH)

Het verschaffen van schoon drink- en waswater, sanitaire voorzieningen en verbeteren van algehele hygiëne is de vijfde belangrijke strategie van de WHO. Dit vermindert de transmissie van vectoren en infecties met zoönosen. Deze strategie heeft een sleutelpositie in het terugdringen van tropische ziekten. Want wat veel tropische ziekten van normale ziekten onderscheidt, is dat ze ontstaan in gebieden waar de hygiëne ondermaats is.

Een belangrijk voorbeeld van een van deze ziekten is diarree, wat veroorzaakt wordt door gebrekkige hygiëne, een virus- of bacteriële infectie of het eten van bedorven voedsel.