Het dagelijks leven wordt in toenemende mate doordrongen van technologie. Zo ook de zorg; van zelfmanagementapps bij chronische ziekten tot virtual reality binnen de geestelijke gezondheidszorg (ggz). De ontwikkeling van deze digitale zorg kost tijd en geld, maar er wordt verwacht dat deze technologieën op termijn een positieve bijdrage zullen leveren. Zo zal e-health het mogelijk maken om zorg op maat te bieden, zal het de zorg toegankelijker maken, en mogelijk ook goedkoper.

De voordelen van de digitalisering van de zorg

Heleen Riper, hoogleraar eMental-Health/Klinische Psychologie aan de VU Amsterdam, is van mening dat het logisch is dat de zorg aan het digitaliseren is, omdat dit vele voordelen meebrengt voor zowel de patiënt of cliënt als voor de zorgaanbieder.

Ten eerste zorgt de mogelijkheid om via het web of apps zorg te krijgen ervoor dat interventies of behandelingen laagdrempeliger worden. Dit heeft als bijkomend voordeel dat zorg anoniem gezocht en aangeboden kan worden, wat anti-stigmatiserend werkt. Dit wordt beaamd door Willem-Paul Brinkman, universitair docent Technische Informatica aan de TU Delft, die stelt dat het grootste voordeel van online zorg de toegankelijkheid is.

Daarnaast speelt de besparing van (reis)tijd volgens hem een rol: “Patiënten of cliënten hebben vaak meerdere behandelingen nodig, waar zij elke keer weer vrij voor moeten nemen. Als zij digitaal hun behandeling kunnen doen, hoeft dit niet.” E-health zorgt er daarnaast voor dat ook gewerkt kan worden met preventieve interventies, waarbij de gebruiker zelf eerst een klachten kan verkennen.

Riper: “Deze persoon kan nagaan wat hij/zij heeft en kan dit in sommige gevallen al testen. De keuze voor e-health kan hiermee een opstap zijn naar het zoeken van face to face-hulpverlening.” Voor zorgaanbieders biedt online zorg ook de nodige voordelen. Ten eerste kan e-health de druk op de zorgverleners wat verlichten, vertelt Brinkman. Doordat de minder ernstige gevallen via online zorg al geholpen kunnen worden, hebben de hulpverleners meer tijd voor de echt zware gevallen.

Dit betekent volgens hem overigens niet dat er meer verwacht kan worden van de zorg, het gaat enkel om een andere verdeling van aandacht. Riper vult aan dat het gebruik van technologieën, zoals gamification (het toevoegen van spelelementen), daarnaast de therapietrouw kan verhogen en het mobiel monitoren kan zorgverleners helpen om hun patiënt of cliënt beter te volgen. Dit laatste maakt het mogelijk om patiëntengroepen te bekijken en te vergelijken. Een ander voordeel is dat zorgtechnologieën gebruikt kunnen worden voor peer to peer-ondersteuning.

Garanderen van zorg

Riper benadrukt dat ondanks dat er veel voordelen kleven aan e-health, oplettendheid is geboden. “Er is een groot geschakeerd aanbod. Er zijn apps die goed op zichzelf staand kunnen worden ingezet, zoals bij een beginnende depressie, maar de kans bestaat ook dat een onbegeleide interventie niet voldoende is.”

Het gevaar hiervan kan een onvoldoende behandelde ziekte of aandoening zijn, met alle mogelijke gevolgen van dien. Brinkman voegt toe dat daarom een grote uitdaging schuilt in het kunnen garanderen van zorg: mensen moeten niet zonder hulp komen te zitten. Hij vindt dan ook dat e-health alleen kan werken bij mensen van wie hun problematiek geschikt is voor deze online zorg. Het is daarom belangrijk dat dit van te voren goed in kaart wordt gebracht.

Zowel Brinkman als Riper pleiten voor een zogenaamde blended vorm van zorg, waarbij een combinatie wordt gemaakt van e-health en face to face-begeleiding. Op die manier krijgt de patiënt/cliënt de best of both worlds: de mogelijkheid van online zorg gecombineerd met de hulp van een menselijke hulpverlener.

Juiste inspanning van e-health

Nederland is een voorloper op het gebied van e-health, vertelt Riper. De overheid ondersteunt deze technologieën heel erg, licht ze toe, en er vindt veel onderzoek plaats. Ook is de vergoeding voor e-health in Nederland hoog. Toch is de implementatie in de dagelijkse zorg laag en dat vindt ze teleurstellend.

“Normaal duurt het achttien tot twintig jaar voordat een interventie echt zijn weg heeft gevonden binnen de zorg. Er werd vanuit gegaan dat dit in het geval van e-health wel sneller zou zijn, maar dat is niet zo.” Brinkman vult aan: “Het is best een klus om de juiste inpassing te vinden van e-health in een bestaande organisatie. Er komt meer bij kijken dan simpelweg een papieren behandeling omzetten naar een elektronische.”

Niet alle hulpverleners zijn bekend met e-health en zij hebben veelal hun eigen manieren om mensen te helpen. Doordat er veel van hen verwacht wordt, zullen zij wellicht minder snel kiezen voor het eigen maken van nieuwe behandelingen. Daarnaast kan wetgeving een struikelblok vormen. Brinkman: “Een wetsverandering kan ervoor zorgen dat bestaande constructies, die eerst mogelijk waren, ineens niet meer haalbaar zijn. Dan valt het bijvoorbeeld niet meer onder de zorgverzekering.”

Kosten en baten

De kosten die geïnvesteerd moeten worden spelen ook een rol in de lage implementatie, vertelt Riper. Niet alleen moeten zorgverleners investeren in het overtuigen en trainen van mensen, ook moeten zij investeren in de technologie zelf. Dit is voor vele organisaties een grote uitdaging, te meer omdat het onderzoeken van de kosteneffectiviteit van e-health erg lastig kan zijn. Dit kan eigenlijk pas echt onderzocht worden als de technologie volledig geïntegreerd is.

Hierdoor vormt dit een drempel om de implementatie überhaupt aan te gaan. Brinkman vertelt dat juist omdat er weinig ruimte is in de budgetten, dit een probleem kan vormen voor de implementatie, want: wie betaalt de nieuwe technologieën? Beide experts zijn ervan overtuigd dat nieuwe technologieën op den duur kunnen bijdragen aan de financiële beheersbaarheid van de gezondheidszorg. “Technologieën zullen het mogelijk maken om de beschikbare middelen anders in te zetten, zodat met hetzelfde budget meer mensen geholpen kunnen worden”, aldus Brinkman.

Daarnaast kan worden ingezet op preventie, vertelt Riper. Door gebruik te maken van apps kunnen mensen zelf hun fysieke en mentale gezondheid monitoren. Zo kan iemand bijvoorbeeld door middel van het meten van zijn/ haar stemming en slaappatroon alert worden gemaakt van het feit dat er een mogelijke depressie op komst is. Door hier vervolgens proactief op in te spelen, kan een zwaardere periode voorkomen worden, en kunnen daarmee kosten worden bespaard. “Wanneer iemand tijdig een behandeling krijgt, zal dit zorgen voor minder verzuim en leeft diegene langer in gezonde jaren.”

Lees ook: Vraag patiënten welke e-health tools nodig zijn

De toekomst

Riper stelt dat preventie wat betreft e-health op een breekpunt zit. De vraag is: wie betaalt? Zorgverzekeraars kijken niet verder dan een jaar vooruit, zij denken met name aan behandelen en niet aan preventie. De ggz, maar ook andere zorgverleners, staan onder grote druk en hebben moeite met het terugkrijgen van hun investeringen.

Om deze redenen blijft een structurele aanpak wat betreft online zorgtoepassingen moeilijk, terwijl dit toch van groot belang zal zijn. De hoogleraar concludeert: “Preventie loont, waarbij e-health een grote rol kan spelen, dat weet iedereen. Maar om hier daadwerkelijk op in te kunnen spelen, is een cultuurverandering nodig vanuit alle betrokken partijen. Dat is nu nog het knelpunt.”