Biotech is booming. De eerste goedgekeurde gentherapie komt van Nederlandse bodem, bedrijven ontwikkelen baanbrekende geneesmiddelen en de koersen van beursgenoteerde biotechbedrijven zitten in de lift: vertegenwoordigers van de Nederlandse biotechnologische sector hebben reden genoeg om trots te zijn op hun sector, die zich in de afgelopen tien jaar heeft verdubbeld. En de investeringen in de Topsector Life Sciences & Health blijven toenemen.

Toch zijn er enkele kanttekeningen. Een stimulans voor de verdere groei van de sector is het evidente maatschappelijk belang ervan. De innovatieve geneesmiddelen die de sector voortbrengt zijn cruciaal voor het verbeteren van zorg en kwaliteit van leven, zegt Nico van Meeteren, directeur van het bureau van de Topsector Life Sciences & Health (LSH). “De uitdaging is nu om de hoge kwaliteit van zorg, waarmee we al tientallen jaren hoog in allerlei ranglijsten staan, te continueren.”

Volgens het Sectorplan Life Sciences 2030, dat vorig jaar werd gepubliceerd door belangenvereniging HollandBIO is een sterk innovatie- en vestigingsklimaat essentieel, evenals efficiënt werkende Technology Transfer Offices (TTO’s), die academisch onderzoek vercommercialiseren. Ook is een slimme investeringsmix nodig die de groei van startups en het mkb kan bevorderen.

Bereidheid tot samenwerken

Met het R&D-klimaat zit het behoorlijk goed, zo stellen de betrokkenen. “Er is hier excellente wetenschap, entrepreneurship en een ongelooflijke drive en passie om de wereld te laten zien wat er in de labs bedacht is”, zegt Annemiek Verkamman, directeur van HollandBIO. “Daarnaast is er een enorme bereidheid van wetenschappers om kennis niet voor henzelf te houden, maar deze te delen met collega’s”, vult Van Meeteren aan. Er zijn verschillende samenwerkingsverbanden waarin wetenschappers van verschillende universiteiten volop samenwerken met het bedrijfsleven om kennis en innovaties te delen.

“Er is hier excellente wetenschap, entrepreneurship en een ongelooflijke drive en passie om de wereld te laten zien wat er in de labs bedacht is.” – Annemiek Verkamman, directeur van HollandBIO

Als gevolg van deze publiek-private samenwerkingen (PPS) groeide tussen 2013 en 2017 het budget van de jaarlijkse zogenoemde PPS-toeslag van Topsector LSH van 20 naar 200 miljoen euro. In de PPS-toeslag Onderzoek en Innovatie legt het ministerie 25 eurocent extra neer voor iedere euro private cash R&D-bijdrage van een bedrijf aan een onderzoeksorganisatie. Dat zou wat mkb-vriendelijker kunnen, vindt Verkamman. Het zou bijvoorbeeld ook mogelijk moeten zijn om tijd en mensen te leveren in plaats van geld, juist omdat financiering voor het mkb zo’n probleem is.

Meer Innovatiekrediet

Een cruciaal financieringsinstrument voor biotech mkb is het Innovatiekrediet, een overheidslening voor innovatieve bedrijven. Het budget voor 2017 is echter nu al overschreven, waardoor de ontwikkeling van bedrijven en hun producten onnodige vertraging oploopt, zo stellen Verkamman en Van Meeteren.

Zij hopen dat het budget snel wordt opgehoogd, bijvoorbeeld door het krediet dat wordt afgelost opnieuw in te zetten. “De nieuwe Tweede Kamer moet zich snel buigen over de vraag of het budget voor het Innovatiekrediet kan worden uitgebreid. Zeker nu blijkt dat er over 2016 een begrotingsoverschot van bijna 3 miljard is”, adviseert Van Meeteren.

Het Innovatiekrediet is namelijk goed voor de bv Nederland: voor het sectorplan berekende HollandBIO dat de sector vanuit het buitenland meer dan een miljard euro per jaar aantrekt. De Netherlands Foreign Investment Agency stelt dat er dankzij internationale investeerders in 2016 ongeveer duizend banen extra zijn in deze sector.

Trage ontwikkeling van innovatie

In het sectorplan werd ook de werking van de TTO’s aan de orde gesteld, de universitaire organisaties die zorgen voor de vermarkting van wetenschappelijke bevindingen. De processen bij die TTO’s zijn soms lang en onduidelijk, zegt Verkamman, iets dat volgens haar wordt onderkend door de universiteiten zelf. Ze haalt de Amerikaanse regio rondom Boston aan als voorbeeld, waar een licentie soms al binnen een week wordt uitgegeven, waardoor er snel verder kan worden gegaan met de innovatie.

In Nederland wordt er soms maanden onderhandeld. “Als een ontwikkelproces dan alsnog faalt, is er onnodig veel tijd in gestoken. Je zou zo’n licentie dus beter snel uit kunnen geven en dan de mogelijkheid moeten inbouwen om er afhankelijk van resultaten nog verder over te kunnen onderhandelen”, aldus Verkamman.

Strenge regelgeving

Die snelheid kan ook in de latere fasen van geneesmiddelenontwikkeling bes-poedigd worden, denkt VVD-kamerlid Arno Rutte. Als het aan hem ligt wordt er kritisch gekeken naar de strenge regelgeving rondom de toelating van nieuwe innovatieve geneesmiddelen voor ziekten met een hoge ziektelast. Dat is in de eerste plaats in het belang van patiënten voor wie zo’n geneesmiddel een laatste redmiddel kan zijn, maar indirect ook in het belang van de sector: wanneer producten sneller worden toegelaten is er ook eerder duidelijkheid over de werking ervan in de praktijk.

Natuurlijk moeten we geen afscheid nemen van bepaalde veiligheidsprocedures, benadrukt hij. “Maar er zijn nu veel vertragende maat-regelen waardoor medicijnen voor high impact diseases nodeloos duur zijn. Op Europees en mondiaal niveau moeten we hierover in gesprek gaan.” Iedereen is het erover eens dat geen van de stakeholders in de sector alleen verantwoordelijk is voor het succes ervan. Samenwerking is essentieel. Volgens Rutte zou de sector meer als ‘maatschappelijk partner’ kunnen optreden in alle discussies rondom gezondheidszorg. “Als ze daarnaast transparanter worden over de belemmeringen waar ze voor staan, kunnen wij als politiek gaan kijken naar hoe we die belemmeringen kunnen opruimen.”