“Mensen die tegen een burn-out aanlopen, hebben als het ware een soort gevoelsthermostaat die te hoog staat afgesteld”, illustreert Petra Lambert, eigenaar van een gezondheidscentrum in Bilthoven. “Ze denken dat het nog best gaat en hollen na een korte ontspanning weer door. Terwijl de hersteltijd te kort was om tot rust te komen. Als je dat maar lang genoeg doet, herken je simpelweg het onderscheid tussen ontspanning en inspanning niet meer.”

Wie krijgen een burn-out?

Vaak zijn het de extreem harde werkers die over hun grenzen heen gaan, onderstreept collega-psycholoog Arina de Heer. “Mensen met een buitenproportionele loyaliteit leveren in op hun eigen ontspanning en sociale contacten, ten gunste van hun plichten. Ze kunnen geen ‘nee’ zeggen, geen grenzen stellen.” Na een vaak jarenlange periode van overbelasting stort men dan ineens in. Soms letterlijk. Mensen met een lichtere burn-out doen er zeker een jaar over om weer helemaal te herstellen; zwaardere ‘gevallen’ worden soms helemaal niet meer de oude. “Deze mensen scoorden vijf jaar na hun uitval nog steeds aantoonbaar slechter op neuropsychologisch onderzoek. Of die schade echt permanent is, is tot dusverre niet onderzocht.”

Lichaamsgerichte behandeling van burn-out

De manier waarop psychologen een burn-out-patiënt behandelen, verschilt sterk. Lambert: “De grote meerderheid werkt nog altijd vanuit een cognitieve aanpak. Zij zien lichaam en geest als twee gescheiden grootheden. Dan mis je volgens ons de fysieke component, die een burn-out heel sterk in zich heeft. Ernstige burnout-gevallen zijn ook fysiek zwaar van slag: hun bloeddruk is te hoog, bloedwaardes kloppen niet en er is sprake van verstoorde hormoonwaardes.”

Lichaamsgerichte therapeuten betrekken nadrukkelijk deze fysieke component in hun aanpak. Embodied cognition, heet dat. De Heer: “Patiënten moeten eerst leren voelen en accepteren hoe weinig ze eigenlijk nog kunnen: ze kunnen verminderd tegen licht, bijvoorbeeld, zijn te moe om te sporten en kunnen zelfs amper nog televisie kijken. Dat moeten ze eerst onderkennen, want je kunt pas iets loslaten als je het vast hebt.”

Onbegrip voor de ziekte

Verzekeraars zien een burn-out noch als psychische, noch als somatische ziekte. Zij vergoeden dus niet. Dat betekent dat de werkgever voor de kosten opdraait, terwijl deze door de burn-out juist één van zijn loyaalste werknemers zag uitvallen. Zelfstandigen, vaak zonder arbeidsongeschiktheidverzekering, zitten zonder inkomen. En daarbij krijgt een burn-outpatiënt vaak te maken met onbegrip uit de omgeving: ‘Je bent toch niet ziek?’, ‘Is het nou nóg niet over?’, ‘ ‘Heerlijk hoor, al die tijd voor jezelf.’ Alles bij elkaar is de druk groot om zo snel mogelijk weer aan het werk te gaan. Te snel, in veel gevallen.