Eén op de vijf Nederlanders krijgt te maken met een angststoornis. De impact van de stoornis is enorm op het functioneren van de patiënt en de directe personen in de omgeving. Door onderschatting zoeken mensen met een angststoornis vaak te laat hulp, terwijl in een vroeg stadium de angst die ze hebben nog goed beheersbaar is.

Wat is een angststoornis?

Angst is een normaal menselijk verschijnsel. In situaties waarin het gevoel van gevaar wordt ervaren zijn de impulsieve reacties vechten, vluchten of bevriezen. Hoogleraar gezondheidszorgpsychologie Sako Visser, voorzitter van het kenniscentrum voor angst en depressie (NedKAD) vertelt dat er bij angststoornissen sprake is van irrationele angst. Dat wil zeggen dat een persoon in kwestie bang is voor zaken die niet gevaarlijk zijn. Overige kenmerken die hierbij gepaard gaan zijn ernstig lijden en beperkt worden in het functioneren door de irrationele angst. In de DSM 5 (Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders), het handboek voor de classificatie van psychische stoornissen, worden 12 typen angststoornissen onderscheiden. Zie tabel 1.

Taboe wordt minder, maar is er nog altijd

Sako Visser licht toe: “Mensen met angststoornissen zijn niet gauw geneigd om dit te delen op de werkvloer of tijdens privébijeenkomsten. Dit heeft deels te maken met schaamtegevoelens, hoewel dit een stuk minder is dan voorheen. Wat mensen er dan toch van weerhoudt om openheid te geven, zit o.a. in het ontbreken van kennis en de vooroordelen van buitenstaanders. Daarnaast veroordelen mensen met een stoornis zichzelf vaak met gedachtes als, het is mijn eigen schuld”.

Om angststoornissen nog beter bespreekbaar te maken zouden volgens Visser een aantal publieke figuren naar buiten moeten treden met hun verhaal. Net zoals bij lichamelijke aandoeningen zie je dan vaak dat er meer aandacht en bewustwording komt. Dit gebeurt gelukkig al wel meer, zoals bijvoorbeeld bij depressie.

Waarom worden angststoornissen onderschat?

Iemand met een angststoornis loopt hier vaak rond mee zonder in de gaten te hebben dat de situatie stap voor stap verergert. Krijgt iemand met een sociale angststoornis bijvoorbeeld een kritische opmerking tijdens een verjaardag, dan zal deze vervolgens verjaardagen vermijden. De vermijding breidt zich vervolgens uit naar etentjes, winkelbezoek en de werkvloer, waarna iemand helemaal niet meer uit huis komt. De onderschatting bij deze groep zelf heeft dus met name te maken met niet beseffen hoe zij hun situatie verergeren.
Vanuit de omgeving wordt vaak de ernst van de angststoornis onderschat. Zij kunnen moeilijk een voorstelling maken van de gevoelens die iemand ervaart, waardoor deze dergelijk gedrag (niet) vertoont.

Blootstellen aan angsten

Volgens Visser zijn er verschillende mogelijkheden om een angststoornis te behandelen. Bij de aanpak door middel van psychotherapie is de meest voorkomende eerste keus cognitieve gedragstherapie (CGT). Hiermee probeert de behandelaar het gedrag te veranderen en te doorbreken. Mensen worden geleidelijk juist blootgesteld aan de dingen waar ze bang voor ze zijn (exposure in vivo). Dit wordt gecombineerd met het analyseren van de gedachten die iemand heeft en de gevaren/rampen die deze persoon zich voorstelt (cognitieve therapie).

Een andere vorm van behandeling is farmacotherapie waarbij medicatie wordt voorgeschreven. De ervaring leert wel dat zodra er gestopt wordt met medicatie, de kans op terugval hoog is. Behandelaars adviseren daarom vaak bij gebruik van medicatie om ook therapie te volgen.

Zorgstandaard bij angststoornissen

Begin februari 2017 wordt de nieuwe zorgstandaard voor de behandeling van angststoornissen verwacht. Deze geeft de maatstaf voor het minimaal vereiste niveau van kwaliteit van zorg bij patiënten met angststoornis, zowel zorginhoudelijk als procesmatig. Visser: “Naast de wetenschappelijke evidentie staat het patiëntperspectief staat centraal door het gehele zorgproces.” De nieuwe standaard is het algemene raamwerk gebaseerd op de multidisciplinaire richtlijnen voor diagnostiek en behandeling van patiënten met angstklachten of een angststoornis en biedt daarmee het fundament voor goede zorg.

Tabel 1. Angststoornissen ondergebracht in DSM-V
  • Paniekstoornis
  • Agorafobie
  • Specifieke fobie
  • Gegeneraliseerde angststoornis ofwel piekerstoornis
  • Separatieangststoornis
  • Sociale angststoornis
  • Selectief mutisme
  • Angststoornis door een middel of medicatie
  • Angststoornis door een andere medische aandoening
  • Andere gespecificeerde angststoornis
  • Ongespecificeerde angststoornis