Onder meer met levensstijlprogramma’s en waarschuwingen tegen obesitas en te weinig beweging gaat tegenwoordig voor het grote publiek veel aandacht uit naar diabetes type 2. Terwijl een evenredig deel met attentie uit mag gaan naar diabetes type 1. Enkele jaren geleden werd gesproken over ‘mogelijke genezing’, maar het leek daarna wat stil te worden.

Toegegeven: de verhoudingen tussen diabetes type 1 en type 2 liggen behoorlijk scheef: zo’n 90 procent van de mensen met diabetes heeft type 2. Begrijpelijk dat veel aandacht uitgaat naar diabetes type 2, maar toch: de ontwikkelingen rondom diabetes type 1 zijn niet minder spectaculair.

Auto-immuunziekte

Om bij het begin te beginnen: diabetes type 1 is een auto-immuunziekte. Het afweersysteem vernielt in de pancreas de bètacellen in de eilandjes van Langerhans die insuline aanmaken. De oorzaak is vooralsnog onbekend, maar er lijkt een link te zijn met gluten, koemelk in flesvoeding of een virus. Hoewel de ziekte zich op elke leeftijd kan openbaren, ligt de nadruk op mensen tussen de 10 en 30 jaar. Kenmerkend zijn veel dorst en vaak moeten plassen, droge mond, afvallen zonder reden, gevoel van zwakte en vermoeidheid en wazig of slecht zien.

Verschillende sporen

Mensen met diabetes type 1 zijn aangewezen op het (meestal zelf) toedienen van insuline met een injectiepen of pompje. Dankzij veel onderzoek was enkele jaren geleden zelfs in het nieuws dat de ziekte genezen kon worden. Dr. Rens Vandeberg is hoofd kennis en innovatie bij het Diabetes Fonds. Hij is goed op de hoogte van de laatste ontwikkelingen op dit gebied. “Als we zuiver kijken naar diabetes type 1, dan is er sprake van een langetermijnstrategie met een aantal paden. Het ultieme doel is genezing en er zijn twee hoofdrichtingen met oplossingen die veelbelovend zijn.” Allereerst wordt gekeken naar, simpel gezegd, nieuwe bètacellen. In het tweede spoor wordt gekeken naar het afweersysteem. “Begin dit jaar hebben we samen met Stichting DON (Diabetes Onderzoek Nederland) een call online gezet, Innovate2CureType1. Daarbij vragen we om projectvoorstellen voor vernieuwende oplossingen en richtingen. We zijn namelijk ook op zoek naar nieuwe paden die oplossingen kunnen leveren”, verklaart Vandeberg. Overigens verwacht hij niet dat één oplossingsrichting de ultieme oplossing zal bieden, veel meer denkt hij aan een combinatie van richtingen. Of dat de ene oplossingsrichting voor de ene patiënt meer soelaas zal bieden dan voor een ander. “Niet wedden op één paard, maar op een span van paarden. Dan kom je sneller bij de finish.”

Transplantatie

Op dit moment bestaat het span paarden derhalve uit twee stuks, met de mogelijkheid dat daar nog nieuwe bijkomen. De eerste richting bekijkt de mogelijkheid van transplantatie van bètacellen. “Het probleem met deze methode is dat er te weinig donororganen zijn, dat organen gevoelig en lastig zijn uit te nemen. En je hebt er twee nodig voor één transplantatie. Het is een tijdelijke oplossing, want ook deze cellen kunnen afgestoten worden. De methode is vrij invasief”, somt Vandeberg de uitdagingen op. Een nieuwe ontwikkeling startte twee jaar geleden: RegMedXB. “Regenerative Medicine Crossing Borders. De ambitie is om binnen vijf jaar een first in man trial te hebben, waarbij we gebruikmaken van nieuwe bètacellen die uit lichaamseigen stamcellen zijn gemaakt. Het voordeel is dat je veel meer cellen kunt produceren, die bovendien lichaamseigen zijn.”

Aanpakken immuunsysteem

Het tweede spoor, het aanpakken van het immuunsysteem, kent eveneens ontwikkelingen. Lange tijd werd gedacht dat het immuunsysteem een fout maakt en de bètacellen vernietigt. “Eind vorig jaar is het inzicht ontstaan dat het immuunsysteem prima werkt, maar er gaat iets fout in de bètacellen. Die produceren een verkeerd gevormd insuline-eiwit, waarop het immuunsysteem reageert zoals het hoort”, vertelt Vandeberg. Ook dat inzicht geeft nieuwe aanknopingspunten voor onderzoek. Het onderzoek naar een reset van het afweersysteem loopt nog, maar het plan is om witte bloedlichaampjes buiten het lichaam te behandelen met vitamine D3, waarna deze cellen weer teruggebracht worden in het lichaam. Dat geeft een anti-ontstekingsreactie, met als gevolg dat de bètacellen met rust worden gelaten. “Veelbelovende ontwikkelingen, die steeds dichter bij de patiënt komen. Toch zijn het vooralsnog langetermijntrajecten en zijn we er in de tussentijd, dus tot het moment van genezing, in belangrijke mate op gericht om het leven met diabetes zo goed en draaglijk mogelijk te maken.”