Glaucoom en maculadegeneratie zijn ingrijpende oogziektes die het gezichtsveld beperken. Dit levert veel problemen op in het dagelijks leven van patiënten. Angst, onbegrip en depressie zijn veelvoorkomende gevolgen. Maar wat zijn nou eigenlijk de overeenkomsten en verschillen tussen deze aandoeningen?

Wat is glaucoom?

“Glaucoom is voornamelijk een ouderdomsziekte maar komt ook op jonge leeftijd voor, zelfs bij baby’s. Maculadegeneratie komt veel minder bij jonge mensen voor,” zegt prof. dr. Hans Lemij. Hij is o.a. voorzitter van de Nederlandse Glaucoom Groep.

Glaucoom wordt vaak veroorzaakt door een te hoge oogdruk. Dit komt doordat het vocht dat het oog aanmaakt niet goed kan worden afgevoerd. Door de toenemende druk wordt de oogzenuw beschadigd die verantwoordelijk is voor het versturen van elektrische signalen naar de hersenen. Hierdoor kunnen de hersenen geen juist beeld creëren waardoor delen van het gezichtsveld verdwijnen. In het begin vaak aan de randen, maar later ook meer in het centrum. Glaucoom treedt meestal in beide ogen op, maar niet altijd in dezelfde mate.

Wat is maculadegeneratie?

“Maculadegeneratie is een slijtageproces, waarbij een ophoping van afvalstoffen in het netvlies plaatsvindt. En die afvalstoffen veroorzaken dan een littekenreactie,” zegt dr. Peter Jaap de Lint. Hij is oogarts in het Oogziekenhuis Zonnestraal.

De macula is een minuscuul gebied in het centrale deel van het netvlies. Hier bevindt zich het grootste aantal lichtgevoelige cellen die zorgen dat we kleur en contrast kunnen zien. Dit worden de kegeltjes genoemd, en bij maculadegeneratie sterven deze kegeltjes af. Hierdoor vormt er een groeiende vlek in het midden van het gezichtsveld waardoor dagelijkse taken steeds moeilijker worden. Dit wordt de droge vorm van maculadegeneratie genoemd, en treft vaak beide ogen in verschillende mate. Bij de natte vorm worden er door slijtage nieuwe bloedvaten aangemaakt. Deze gaan lekken en veroorzaken daardoor vochtopstapelingen en bloedingen. Dit treedt in eerste instantie vaak op bij één oog, maar de patiënt loopt 50 procent risico om het binnen vijf jaar ook aan het andere oog te krijgen.

De beginsymptomen

De beginsymptomen van de ziektes verschillen beduidend. Waar maculadegeneratie vrijwel direct klachten oplevert, gebeurt dit bij glaucoom erg geleidelijk. Zo subtiel dat het vaak niet eens opvalt. Lemij: “De delen van het oog waarmee je slechter ziet worden als het ware door de hersenen genegeerd of ingevuld, waardoor je niet doorhebt wat er aan de hand is.” Mensen die nog niet weten dat ze glaucoom hebben merken dan ook dat ze onhandiger worden, doordat ze bijvoorbeeld vaker dingen omstoten, maar wijten dit niet aan de oogziekte. Dit is overigens niet voorbehouden aan het beginstadium. “Als mensen in een zeer vergevorderd stadium zitten, en dus al lang geen auto meer zouden mogen rijden, dan beginnen ze echt klachten te krijgen.”

Bij maculadegeneratie dringen de beginsymptomen zich sneller aan, voornamelijk omdat het om het midden van het gezichtsveld gaat. De Lint: “De meeste mensen ervaren in eerste instantie dat ze langzaam minder scherp gaan zien en dat een bril ook niet helpt. En mensen kunnen gaan merken dat de kleuren in het centrum wat matter en grijzer worden.” Daarnaast wordt het voor de patiënten lastiger om met hoge en lage lichtniveaus om te gaan.

De risicogroepen

Ouderdom en erfelijkheid spelen een grote rol bij het ontwikkelen van glaucoom en maculadegeneratie, maar er zijn ook andere risicofactoren. Glaucoom komt bijvoorbeeld bij bepaalde etniciteiten meer voor. Mensen met een Afrikaanse achtergrond hebben een hogere kans op glaucoom, en het verschilt ook per bevolkingsgroep. “Japanners hebben veel last van een bepaalde vorm van glaucoom en Chinezen hebben weer een hele andere vorm van die vaak voorkomt,” stelt Lemij. Mensen met sterke bij- en verziendheid hebben ook een hogere waarschijnlijkheid voor het ontwikkelen van glaucoom.

Bij maculadegeneratie zijn de rollen omgedraaid. “Blanke mensen hebben aanzienlijk meer risico om maculadegeneratie te krijgen dan mensen met een Afrikaanse achtergrond,” stelt De Lint. Een andere risicofactor voor maculadegeneratie is roken, maar de oorzaak hiervan is nog niet helemaal duidelijk. Mensen die meer dan een pakje per dag roken hebben een vijfmaal hoger risico op de ziekte, en dit houdt zo’n vijftien jaar aan na het stoppen. Rokers en ex-rokers zijn dus ook een risicogroep.

De behandeling

Er wordt veel onderzoek gedaan naar behandelmethodes voor glaucoom en maculadegeneratie. De genetische oorsprong, diagnostiek, vroege opsporing en medicamenteuze behandelingen worden daarbij onder de loep genomen. Daarnaast wordt er gekeken naar mogelijke chirurgische ingrepen en zelfs stamcelonderzoek. Lemij: “Tot op heden zijn er vele behandelmethoden ontwikkeld, die doorgaans vrij goede resultaten bieden, maar echt en blijvend genezen ligt nog niet binnen handbereik.”

Dit geldt ook voor maculadegeneratie, alleen de natte vorm kan behandeld worden. De Lint: “Voor de mensen met een natte vorm van maculadegeneratie hebben we een behandeling, waarbij we de schade aan het netvlies en de macula stabiliseren. Bij de droge vorm is het een slijtageproces dat helaas toch alleen maar achteruit gaat.”