De World Health Organization (WHO), een internationale belangenorganisatie voor de gezondheid van de mens, heeft onlangs een lijst met drie prioriteitsgroepen van de gevaarlijkste superbacteriën gepubliceerd. Het achterliggende doel: meer onderzoek naar bacteriën die multiresistent zijn geworden voor antibiotica. Volgens een rapport van de European Centre for Disease Prevention and Control sterven er jaarlijks ongeveer 90.000 Europeanen door superbacteriën. Het is dus hoog tijd om het ontstaan van superbacteriën en de relatie met antibiotica onder de loep te nemen.

Het ontstaan van superbacteriën

Superbacteriën zijn verschillende soorten bacteriën die door natuurlijke selectie en excessieve antibioticaconsumptie nu immuun zijn voor antibiotica. Antibiotica behoren namelijk tot de meest voorgeschreven geneesmiddelen in de gezondheidszorg. Kleine kwaaltjes worden steeds vaker onnodig behandeld met een antibioticakuur en antibiotica is nu ook online te bestellen. Hierdoor wordt er overmatig en onjuist gebruik van gemaakt, bijvoorbeeld door zelfmedicatie.

Daarnaast maakt de vee-industrie buitensporig veel gebruik van antibiotica waardoor de angst bestaat dat superbacteriën steeds meer in ons eten voorkomen. Doordat bacteriën over het algemeen dus erg vaak in contact komen met antibiotica treedt er grootschalige aanpassing op en verliest het medicijn op de lange termijn zijn uitwerking.

Het gevaar van antibioticaproductie

Antibiotica wordt door de enorme vraag dus in groten getalen geproduceerd waarin nog een oorzaak van het probleem ligt. Uit recent onderzoek van The Changing Markets Foundation, een belangenorganisatie voor duurzaamheid, bleek dat Chinese en Indische fabrieken grote hoeveelheden antibioticarestanten in de natuur dumpen.

Door de lage lonen en het soepele milieubeleid zijn China en India grootproducenten van het medicijn, en het afval belandt in de rivieren waar ook veel ontlasting van dieren en mensen terechtkomt. Dit vormt natuurlijk de perfecte broedplaats voor superbacteriën. In deze landen wordt dan ook een schrikbarend groeiend aantal resistente bacteriën aangetroffen.

De prioriteitsgroepen

Bij het samenstellen van de lijst van WHO werd er rekening gehouden met de ernst van de infecties die de bacteriën veroorzaken, de behandelingsduur, de mate van resistentie en het besmettingsgevaar. Daarnaast werd er gekeken of er al nieuwe antibiotica tegen de superbacteriën in ontwikkeling is.

De kritieke prioriteitsgroep omvat bacteriën die inmiddels multiresistent zijn en dodelijke infecties als longontsteking en voedselvergiftiging kunnen veroorzaken. Deze bacteriën vormen voornamelijk een grote bedreiging voor patiënten en medewerkers in de gezondheidszorg.

In de groepen met de hoge en gemiddelde prioriteit staan bacteriën die minder ernstige infecties veroorzaken, maar wel met toenemende mate resistent worden voor antibiotica. Deze bacteriën veroorzaken veelvoorkomende ziektes als hersenvliesontsteking, huidinfectie, salmonellavergiftiging en gonorroe.

Nederlands onderzoek

Er zijn grofweg drie vormen van onderzoek naar superbacteriën en antibiotica:

  • Onderzoek naar de prevalentie en transmissie van superbacteriën
  • Onderzoek naar hoe bacteriën multiresistent worden
  • Onderzoek naar de evolutie van antibiotica-resistentie

Bij de eerste vorm van onderzoek wordt er gekeken waar en in welke mate superbacteriën voorkomen en zich verspreiden. Dit onderzoek wordt voornamelijk in ziekenhuizen en de vee-industrie gedaan. De tweede vorm van onderzoek bestudeert de manier waarop bacteriën resistent worden, en de derde vorm van onderzoek kijkt naar de evolutie van antibiotica-resistentie.

Over het algemeen is het onderzoek naar superbacteriën in Nederland erg divers, volgens prof. dr. J. Kluytmans van het UMC Utrecht: “Nederland is vooral bekend als land dat de resistentie goed in kaart brengt en effectief bestrijdt. Daarin zijn wij koploper in Europa. Maar er is ook onderzoek over goed gebruik van antibiotica, het ontwikkelen van antibiotica en de bestrijding en preventie van infecties.”

Broedplaatsen

De noodzaak van het onderzoek neemt in ieder geval sterk toe. Dit geldt voornamelijk voor ziekenhuizen (de voornaamste broedplaats van superbacteriën), maar ook voor de vee-industrie. Gelukkig daalt antibioticaconsumptie in deze sector. “We zien de laatste jaren een sterke afname van het antibioticagebruik en de resistentie in de dierhouderij,” aldus Kluytmans.

Dit wordt ook onderschreven door R. Willems, hoogleraar populatie genetica van antibiotica resistentie aan het UMC Utrecht: “Ziekenhuizen zijn ongetwijfeld de grootste broedplaatsen voor multiresistente bacteriën in Nederland omdat daar de meeste antibiotica en ook de meeste klassen van antibiotica worden gebruikt. Andere reservoirs waar relatief veel antibiotica resistentie voorkomt zijn verpleeghuizen en de intensieve veehouderij.”

Hij deed onderzoek naar superbacteriën in de vee-industrie, en met name de vermeende transmissie van multiresistente bacteriën van dier naar mens. De angst dat we via (Nederlandse) dierlijke voedingsproducten superbacteriën in ons lichaam krijgen is volgens hem echter ongegrond. “De bewijslast hiervoor is erg mager en onder andere eigen onderzoek heeft aangetoond dat er weinig bewijs is voor directe overdracht van antibioticaresistente bacteriën van landbouwhuisdieren naar de mens,” aldus Willems.

Antibioticaconsumptie

Uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) bleek Nederland in 2013 uit de verf te komen als het Europese land met de laagste antibioticaconsumptie. Per duizend inwoners werden er slechts 11 dagelijkse doseringen antibiotica voorgeschreven. Griekenland was hierin de koploper met 32 dagelijkse doseringen.

In relatie tot sommige Europese landen is Nederland dus goed op weg om de antibioticaconsumptie op een laag peil te houden. Maar in 2013 waren er nog veel regionale verschillen. In de Noord-Hollandse gemeente Schermer werd aan minder dan 15 procent van de bevolking antibiotica verstrekt, tegenover ruim 30 procent in de Groningse gemeente Pekela.

Bacteriofagen

Naast het ontwikkelen van nieuwe antibiotica, wat slechts een tijdelijke oplossing van het probleem is, bestaat er ook een andere manier om superbacteriën tegen te gaan. Dit alternatief is tot nu toe nog redelijk onbelicht gebleven door de enorme effectiviteit van antibiotica in het verleden. Het gaat hierbij om virussen die specifieke bacteriën infecteren en doden. Deze virussen genaamd bacteriofagen, worden in landen als Israël, Georgië en Polen al veelvoudig gebruikt.

Doordat deze virussen in tegenstelling tot antibiotica organismes zijn, treedt er ook natuurlijke selectie op, waardoor bacteriën niet snel resistent kunnen worden. Mutaties in nieuwe bacteriofagen zorgen er namelijk voor dat de overlevingsstrijd relatief gelijk opgaat. Daarnaast zijn ze onschadelijk voor plantaardige of dierlijke cellen, in tegenstelling tot antibiotica, en is er dus makkelijker mee te werken op het gebied van bijvoorbeeld voedselveiligheid.

Virustherapie

Toch kleeft er nog wel een nadeel aan fagen, voor elke bacterie is er namelijk één specifieke faag die ingezet moet worden. Onderzoek naar fagen is dus ook erg duur, maar bij Salmonella, E. coli, Listeria en Campylobacter zijn ze al gevonden. Uit recent onderzoek blijkt dat Escherichia coli, de bacterie die de Ziekte van Crohn veroorzaakt, wellicht ook bestreden kan worden met fagen.

Door de hoopgevende resultaten en het feit dat antibiotica steeds minder effectief wordt zijn er nu ook bedrijven in Amerika, Zwitserland én Nederland die zich bezighouden met virustherapie.

De lijst van WHO

Kritieke prioriteit
  • Acinetobacter baumannii
  • Pseudomonas aeruginosa
  • Enterobacteriaceae
Hoge prioriteit
  • Enterococcus faecium
  • Staphylococcus aureus
  • Helicobacter pylori
  • Campylobacter
  • Salmonella
  • Neisseria gonorrhoeae
Gemiddelde prioriteit
  • Streptococcus pneumoniae
  • Haemophilus
  • Shigella

Bron: WHO, CBS