De invloed die voeding heeft op de gezondheid, en dan met name op de kans op hart- en vaatziekten, is niet te onderschatten. Zout, vetten en suikers hebben effect op onder andere de bloeddruk, het cholesterolgehalte en de bloedsuikerwaarden. Omdat het hier vaak gaat om ‘onzichtbare’ bestanddelen, is het voor sommige mensen moeilijk in te zien welke schade aangericht kan worden in het lichaam, stelt Irma Oosterhof van de Nederlandse Werkgroep Diëtisten Cardiologie (NWDC).

Het is over het algemeen niet mogelijk om een maaltijd te nuttigen zonder ten minste één van de bestanddelen vet, suiker of zout binnen te krijgen, vertelt Oosterhof. Deze voedingsstoffen zijn dus absoluut niet direct slecht voor de gezondheid, mits het niet om een te hoge inname gaat. Een gezond dieet voorkomt niet alleen overgewicht, maar verkleint ook de kans op hart- en vaatziekten en diabetes.

Dergelijke chronische aandoeningen zijn de nummer één levensstijlziekten in ons land, vult Marianne Geleijnse, hoogleraar Voeding en Hart- en vaatziekten aan de Wageningen Universiteit, aan.

 

“Je valt natuurlijk niet direct neer als je een ongezonde maaltijd nuttigt, maar de levenslange blootstelling aan de voedingstoffen die wij gewend zijn te eten, zorgt wel degelijk voor effect op de langere termijn.”

Verzadigd en onverzadigd

Om de risico’s van een overdaad aan vetten goed te kunnen inzien, is het belangrijk om het onderscheid te begrijpen tussen verzadigde en onverzadigde vetten, vervolgt Oosterhof. Verzadigde vetten zijn de harde vetten die stollen wanneer ze gekoeld worden. Dit zijn bijvoorbeeld roomboter en frituurproducten, maar ook de vetten in de meeste koek en in gebak. Ook in dierlijke producten zijn onverzadigde vetten aanwezig, met name in vette vleessoorten, vleeswaren, verwerkte worsten en kaas.

De Nederlander doet er goed aan als van alle genuttigde calorieën op een dag niet meer dan 10 procent afkomstig is van verzadigde vetten. Deze vetten verhogen namelijk het LDL-cholesterol. LDL, wat staat voor Lage Dichtheid Lipoproteïne, vervoert cholesterol vanuit het lever naar de rest van het lichaam.

“Bij een hoog gehalte van dit cholesterol blijft er te veel LDL aan de binnenkant van de bloedvaten plakken, waardoor vaatvernauwing ontstaat. Dit bemoeilijkt het transport van bloed.” HDLcholesterol (Hoge Dichtheid Lipoproteïne) heeft juist een gunstig effect op de gezondheid, legt Oosterhof uit. HDL neemt namelijk cholesterol weg uit het bloed en voert het af naar de lever, alwaar het afgebroken wordt. Hierdoor wordt het lichaam beschermd tegen hart- en vaatziekten. Het vervangen van verzadigd vet door onverzadigd vet zorgt voor een verlaging van het LDL-cholesterol en dus voor een verkleining van het risico op bijvoorbeeld een hartinfarct.

Onverzadigde vetten zijn de vloeibare vetten, zoals olie en vloeibare bakvetten, maar ook de goede vetzuren in noten en in vette vis zoals haring, paling en zalm. Eén keer per week vis eten is al voldoende voor de juiste inname van Omega 3-vetzuren (meervoudig onverzadigde vetzuren). Als ezelsbrug worden ook wel de aanduidingen ‘Verzadigd vet is Verkeerd’ en ‘Onverzadigd vet is Oké’ gebruikt.

De liefde voor zout is aangeleerd

Niet alleen een verhoogd cholesterolgehalte, maar ook een te hoge bloeddruk vergroot de kans op harten vaatziekten aanzienlijk. De inname van te veel zout, dat wil zeggen boven de aanbevolen maximale dagelijkse hoeveelheid van zes gram, heeft hier invloed op. Door de inname van zout houdt het lichaam namelijk meer vocht vast, wat een verhogende werking heeft op de bloeddruk. De hartspier moet hierdoor harder pompen om dezelfde hoeveelheid bloed op dezelfde snelheid door het lichaam te vervoeren.

Op het moment dat de vaatwanden deze verhoogde druk niet meer aan kunnen, kan hartfalen ontstaan. Zout is een aangeleerde smaak die de mens zich eigen heeft gemaakt, benadrukt Geleijnse. “Ons lichaam heeft geen toegevoegd zout nodig om normaal te kunnen functioneren. In borstvoeding en babypotjes zit dan ook geen zout verwerkt. De zoutinname begint niet veel later, wanneer kinderen een boterham met leverpastei of smeerkaas krijgen.”

Net als de toevoeging van suiker, wordt zout dus vaak alleen gebruikt om een product of gerecht lekkerder te maken. Ook kan zout een conserverende werking hebben. Met name in kant-en-klare producten en maaltijden wordt een bovengemiddeld grote hoeveelheid zout verwerkt. Ook rood vlees en bewerkte vleeswaren zoals worst bevatten veel zout en bovendien veel conserveringsmiddelen. Geleijnse spreekt dan ook de voedingsmiddelenindustrie aan als het gaat om het terugdringen van de zoutconsumptie in Nederland en het gezonder verwerken van ingrediënten. “Ook vezels worden vaak bewerkt tot een makkelijk consumeerbare substantie. Neem nu worteltjes: wil je die eten uit de pot, tot snot gekookt, of heb je ze liever vers en knapperig?”

Kennis belangrijk bij voedselkeuze

Veel consumenten hebben op het eerste gezicht niet door wat er met het voedsel is gebeurd voordat het in de supermarkt terechtkomt en uit welke bestanddelen dit voedsel bestaat, ziet Oosterhof. “Dat is ook lastig uit te leggen, want met name in producten waarin bijvoorbeeld verzadigde vetten zijn verwerkt, zijn de boosdoeners als het ware onzichtbaar.” Ze kan twee groepen mensen onderscheiden: een groep die steeds meer overtuigd raakt van het belang van gezonde voeding als bijdrage aan ziektepreventie, en een lastig te bereiken groep die ongezond voedsel als de gemakkelijkste weg ziet en zich niet bewust is van de gevaren.

Het lastige van hart- en vaatziekten is volgens haar het sluipende karakter ervan. Patiënten kunnen jarenlang rondlopen met een verhoogd cholesterolgehalte zonder daar iets van te merken. Wanneer de maat vol is en de patiënt bijvoorbeeld een hartinfarct krijgt, is het dan al te laat. De sleutel tot bewustzijn ligt daarom in actieve voorlichting en adequaat handelen van huisartsen en specialisten, constateert ze.

Daarnaast moeten, in het oerwoud aan producten dat een consument voor de kiezen krijgt in een supermarkt, etiketten helder zijn, zodat voor de consument duidelijk is welke bestanddelen aanwezig zijn. Zo is het sinds december 2016 voor levensmiddelenproducenten niet meer toegestaan om de hoeveelheid natrium te vermelden op het etiket. In plaats daarvan moet melding gemaakt worden van de hoeveelheid zout, wat berekend kan worden door het natriumgehalte te vermenigvuldigen met 2,5. De hoeveelheid natrium kon daarom dus een misleidende werking hebben.

Advies en begeleiding

Voor huisartsen en specialisten is tevens een belangrijke rol weggelegd op het gebied van signalering, vindt Oosterhof. “Veel patiënten met een hoge bloeddruk of een hoog cholesterolgehalte krijgen direct medicijnen voorgeschreven. Het loont om eens verder te kijken en levensstijlfactoren mee te nemen in de diagnose. Doorverwijzen naar een diëtist is in veel gevallen raadzaam.” Nog lang niet iedereen krijgt namelijk een degelijk voedingsadvies, vervolgt ze.

Dit terwijl professionele ondersteuning van groot belang is als een patiënt zijn of haar voedingspatroon zodanig wil aanpassen dat het de gezondheid ten goede zal komen. Een uitgebreide analyse van het voedingspatroon en een persoonlijk advies zijn essentieel. “Het aanpassen van de levensstijl is veel moeilijker dan het slikken van een pil.” In de begeleiding naar een gezonder leven is het vooral belangrijk om te benadrukken wat er wél allemaal mogelijk is, in plaats van maar bezig te blijven met al het minder gezonde voedsel dat onze planeet rijk is. Oosterhof: “Soms helpt het om een patiënt letterlijk eens bij de hand te nemen en samen de supermarkt in te gaan.”

Een gebrek aan kennis zorgt vaak voor onjuiste aankopen, meent ze. Een pakje kant-en-klare tomatensaus lijkt misschien makkelijk en smaakt ook nog eens goed, maar met verse tomaten en kruiden is net zo’n lekkere saus heel eenvoudig zelf te maken – zónder toegevoegd zout en conserveringsmiddel. “Meer groenten en fruit, meer vezels, meer kruiden en meer zoutarme smaakmakers en meer gezonde tussendoortjes. Een handje ongezouten noten kan net zo lekker zijn als chips.”

Belangrijk voor levenskwaliteit

Hoewel er nog steeds veel sprake is van overgewicht en een ongezonde levensstijl onder Nederlanders, is men op de goede weg, constateert Geleijnse. Zo heeft de opgedane kennis over transvetten en verzadigde vetten alleen al voor een revolutie gezorgd op voedselgebied. Mede door de intrede van vloeibare vetten in ons voedselpatroon is het aantal hart- en vaatziekten enorm gedaald. “In de jaren ’80 dacht de gemiddelde Nederlander nog dat je diarree kreeg van olijfolie. Nu is het een van de meest gebruikte vetten in de keuken.”

Dat men er daarmee nog lang niet is, valt af te lezen uit de ontwikkeling die zich de afgelopen jaren heeft voorgedaan in Aziatische landen. Deze landen bewegen zich steeds meer richting een ongezond westers eetpatroon, waardoor daar een enorme toename is van diabetes en hart- en vaatziekten. Het terugdringen van zout, vezelarme producten en toegevoegde suikers in het Nederlands voedingspatroon blijft daarom een aandachtspunt.

Het zou helpen als meer mensen plezier zouden beleven aan het aanschaffen en het bereiden van hun voedsel. Het lopend, pratend, autorijdend en werkend consumeren van voedsel is niet bevorderlijk, stelt Geleijnse. “Neem de tijd voor het bereiden en nuttigen van eten en drinken. Er is zoveel méér dan het gemakkelijk weg te eten voedsel. Wanneer je aandacht besteedt aan je eetpatroon zorg je voor je eigen levenskwaliteit.”