‘Onze dochter Emma wil dood.’ Met deze vijf woorden opent de moeder van de zestienjarige Emma in juni een Facebookpost waarin ze het gebrek aan hulp voor jongeren met complexe psychische problemen ter discussie stelt. Het bericht wordt binnen enkele dagen duizenden keren gedeeld en leidt uiteindelijk tot een spoeddebat in de Tweede Kamer.

Het is niet de eerste keer dat ouders en professionals waarschuwingen uiten over de status van de geestelijke gezondheidszorg voor jeugd, maar veel lijkt er niet te veranderen. Doet de overheid voldoende om deze jongeren te helpen?

Betere hulp voor jongeren met psychische problemen

Dat het verbeteren van de zorg voor jongeren met complexe psychische problemen letterlijk een zaak van leven of dood is, blijkt uit het Facebookbericht. Voor Emma blijft door het gebrek aan hulp alleen de dood over als optie, schrijft haar moeder. “Het lijkt haar enige uitweg uit een psychische hel die ze dag na dag moet doorstaan.”

Het alternatief is wachten tot ze aan de beurt is bij de enige klinisch intensieve behandelkliniek voor jeugdigen in Nederland. Alleen daar kan ze terecht met haar complexe psychische klachten: borderline, PTSS, autisme en ADHD. Voorlopig is er echter geen plek voor Emma, want de kliniek telt slechts acht behandelplekken en de wachtlijst is lang. Haar familie is ten einde raad. “Hoeveel zelfmoordpogingen moeten we nog meemaken? Eén keer een geslaagde poging en we zijn ons meissie kwijt. Dan is alles voor niets geweest.”

Risicovolle wachttijden

Het voorbeeld van Emma staat helaas niet op zichzelf. Het Expertisecentrum Kinder- en Jeugdpsychiatrie (EKJP) greep de zaak aan om de ernst van de situatie uiteen te zetten in een brief aan demissionair staatssecretaris Martin van Rijn van Volksgezondheid. “In de kinder- en jeugdpsychiatrie is er landelijk een substantieel tekort ontstaan aan intensieve en langer durende behandel- en beschermingstrajecten, wat leidt tot risicovolle wachttijden.”

Deze risicovolle wachttijden kregen vlak daarna opeens een gezicht toen de afdeling kinderpsychiatrie van de Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie (NVvP) een dertigtal casussen presenteerde van jongeren die net als Emma op een wachtlijst staan of gestaan hebben, terwijl ze per direct specialistische hulp nodig hebben.

Er is dan ook sprake van structurele problemen in de sector. Door de transitie van de zorg voor jeugd naar de gemeente is enorme versnippering opgetreden. “De veelheid aan vormen van contractering, aanbesteding en financiering legt een enorme druk op het gehele veld”, zegt Robert Vermeiren, voorzitter van de afdeling Kinder- en Jeugdpsychiatrie van de NVvP. “Het is zonde dat we ons moeten bezighouden met deze administratieve rompslomp, in plaats van met zorg aan gezinnen.”

Pleisters plakken

Naar aanleiding van de enorme media-aandacht debatteerde de Tweede Kamer op 21 juni van dit jaar over het gebrek aan hulp voor Emma en andere jongeren met complexe psychische problemen. Demissionair staatssecretaris Van Rijn beloofde maatregelen te nemen om de situatie te verbeteren. Op 30 augustus schreef hij een brief aan de Tweede Kamer, waarin hij liet weten afspraken te willen maken met de sector over betere samenwerking en professionele coördinatie, het beperken van het aantal doorplaatsingen en betere begeleiding voor ouders.

Daarnaast ligt er een wetsvoorstel voor advies bij de Raad van State om gemeenten te verplichten om gezamenlijk jeugdhulp in te kopen en wil Van Rijn regionale expertteams inrichten. Zij zouden een bindend advies kunnen uitbrengen wanneer de reguliere hulpverlening er niet uitkomt.

De aangekondigde maatregelen roepen de vraag op waarom de overheid niet eerder actie heeft ondernomen, want de klachten over de geestelijke gezondheidszorg voor jeugd zijn niet nieuw. Had Van Rijn eerder moeten ingrijpen? Het lijkt erop dat de overheid niet goed heeft ingeschat hoe ingewikkeld het transitieproces zou zijn. Veel problemen hadden voorkomen kunnen worden als vanaf het begin af aan gewerkt was aan landelijke afspraken voor complexe specialistische zorg, verklaart Vermeiren.

Het gehele pakket van jeugdzorg overhevelen naar gemeenten met complete beleidsvrijheid, dat is een onderschatting van complexiteit, vindt hij. Jongeren als Emma zijn daar momenteel de dupe van. “Maar blijkbaar moet het in dit dossier telkens eerst fout lopen, waarna er pleisters worden geplakt zonder dat er een echte oplossing wordt gezocht.”

Van Rijn zelf antwoordt ontwijkend op de vraag of hij eerder maatregelen had moeten treffen. Kwetsbare kinderen die acuut zorg nodig hebben, moeten die altijd zo snel mogelijk krijgen, laat hij via een woordvoerder weten. “Eventuele bestuurlijke vraagstukken mogen in acute gevallen nooit een reden zijn om een kind niet tijdig te behandelen. In spoedsituaties komt de zorg voor het kind altijd op de eerste plaats. Het geld op de tweede.”

Bezuinigingen

Desondanks is er met de transitie van de zorg naar de gemeente veel bezuinigd, ook op de geestelijke gezondheidszorg voor jeugd. Te veel, volgens sommige partijen. Van Rijn is echter niet van plan extra te investeren. “Van zowel de zijde van de gemeenten als de professionals hoor ik dat het niet per se een kwestie van geld is, maar vooral van hoe we de hulp goed organiseren en de middelen daar inzetten waar het echt nodig is. Wat mij betreft leggen we daar onze focus op.”

De bezuinigingen hebben echter wel degelijk een aandeel in de opeenstapeling van problemen waar momenteel sprake van is in de sector. Niet voor niets ging de transitie van de jeugdzorg in Denemarken, een land dat hetzelfde proces doormaakte, juist gepaard met grote investeringen.

Bezuinigingen werden daar gezien als een langetermijnresultaat van investeren in een beter systeem. En dat gebeurde ook. “In Nederland is daarentegen besloten om gelijktijdig met de transitie drastische bezuinigingen door te voeren, waardoor transformatie bij voorbaat al moeilijk werd”, zegt Vermeiren.

Toch beaamt hij dat meer geld vanuit de overheid niet de oplossing is voor de problemen die nu spelen. Hij ziet veel meer in het standaardiseren en bovenregionaal organiseren van de zorg, zodat geldverslindende versnippering wordt tegengegaan. “Ik sta om inhoudelijke reden positief tegenover de beweging naar de gemeente, maar ik zie geen enkele reden waarom de tarievenstructuur en contractering in de ene regio of gemeente anders moet zijn dan in de andere.”

Het klinkt inderdaad logisch: wanneer zorgaanbieders en gemeenten op een standaardmanier werken, hoeven ze zich niet bezig te houden met administratieve verschillen. Daarmee kan heel veel worden bespaard. De rol van de landelijke overheid hierin is duidelijk: zij draagt de verantwoordelijkheid voor het hele stelsel en moet kijken wat er nodig is om deze veranderingen voor elkaar te krijgen. Als het gemeenten niet lukt om onderlinge afspraken en consistente regels op te stellen om overzichtelijk te werken, ligt daar een verantwoordelijkheid voor de centrale overheid.

Belang van de jongere voorop

Het belang van jongeren staat altijd voorop in overheidsbeleid, benadrukt Van Rijn. “Gemeenten en jeugdhulpaanbieders hebben de verantwoordelijkheid om zorg voor kinderen en gezinnen samen, op maat en dichtbij het gezin te organiseren, waarbij uitgegaan wordt van hun behoeften.

Deze uitgangspunten worden doorvertaald in de beroepscodes en richtlijnen van de professionals.” Daarnaast wijst hij op programma’s, zoals het Programma Professionalisering Jeugdhulp en Jeugdbescherming, die jeugdhulpaanbieders en gemeenten daarbij helpen.

Er valt echter het nodige aan te merken op de manier waarop het debat in de politiek momenteel gevoerd wordt. De discussie draait nu alleen om de transitie, en niet om de benodigde transformatie. Vermeiren: “Ik denk dat de overheid het belang van de jongeren voorop wil stellen, maar daarvoor moeten eerst de juiste condities worden geschapen.” Met die condities doelt hij onder andere op de al eerdergenoemde consistentie in de werkwijze van gemeenten en zorgaanbieders. Als zorgaanbieders weten waar ze aan toe zijn, kunnen ze zich helemaal richten op het leveren van passende zorg aan jongeren.

Hopelijk is het nog niet te laat om de benodigde transformatie in te zetten. Eigenlijk is het al vijf over twaalf, want veel gemeenten zijn al ver in het proces van aanbesteden voor 2018. Er zijn stappen gezet die onomkeerbaar zijn, volgens Vermeiren.

Aan de overheid de taak om de focus van het debat te verleggen en het initiatief te nemen om de organisatie van de specialistische jeugdhulp, waaronder de kinderpsychiatrie, te standaardiseren. Daardoor zal er vanzelf meer tijd en geld vrijkomen voor jongeren als Emma. Eenvoudig wordt dat niet, voorspelt Vermeiren. “Ik voorzie dat de volgende staatssecretaris hier zijn handen vol mee zal hebben.”

Dit artikel is verschenen in het magazine Mijn Gezondheidsgids – editie 2.