In ruim een derde van de vuurwerkongevallen die op 31 december 2017 en 1 januari 2018 tot een ziekenhuisbezoek leidden, is gedrag de oorzaak. Dit blijkt uit onderzoek door VeiligheidNL naar de oorzaken van vuurwerkongevallen. Ruim een kwart van de vuurwerkletsels ontstond echter doordat het product niet veilig genoeg bleek te zijn. Maatregelen rondom vuurwerkproducten zijn belangrijk, maar voorlichting over veilig gedrag blijft noodzakelijk.

Veel verschillende typen vuurwerk oorzaak van letsel

Vuurwerkletsel wordt veroorzaakt door veel verschillende typen vuurwerk; er stijgt niet één type ver bovenuit. Wel zijn vuurpijlen, illegaal vuurwerk, cake-/combiboxen en rotjes/kanonslagen gezamenlijk verantwoordelijk voor ruim de helft van de letsels (55%). Onderstaande figuur geeft – voor de belangrijkste typen legaal vuurwerk – weer welk deel van de ongevallen toe te rekenen is aan het product, het gedrag van de vuurwerkafsteker of een andere (onbekende) oorzaak.

Veilig gedrag stimuleren

In het rapport ‘Veiligheidsrisico’s jaarwisseling’ uit 2017 stelde de Onderzoeksraad Voor de Veiligheid voor om te overwegen vuurpijlen en knalvuurwerk uit de handel te halen. Een verbod op verkoop en gebruik van deze typen vuurwerk zou kunnen leiden tot vermindering van een kwart van de vuurwerkslachtoffers in het ziekenhuis. In de praktijk zal dit percentage naar verwachting lager liggen. Enerzijds omdat de ongevallen met illegaal vuurwerk laten zien dat lang niet iedereen zich aan een verbod houdt. Anderzijds omdat vuurwerkafstekers bij een verbod van vuurpijlen en knalvuurwerk waarschijnlijk meer ander vuurwerk zullen kopen en afsteken, waarbij ook letsel wordt opgelopen. Naast maatregelen voor vuurwerkproducten blijft voorlichting over veilig gedrag het belangrijkst om het aantal ongevallen verder te doen dalen.

Onderzoeksopzet

Het onderzoek ‘Type vuurwerk en letsel: vuurwerkongevallen 2017-2018’ is uitgevoerd door VeiligheidNL in samenwerking met de Nederlandse Vereniging van Spoedeisende Hulp Artsen (NVSHA), de Nederlandse Vereniging van Traumachirurgie (NVT), de Nederlandse Vereniging voor Plastische Chirurgie (NVPC), het Nederlands Oogheelkundig Gezelschap (NOG) en InEen, vereniging van organisaties voor eerstelijnszorg. De analyses hebben plaatsgevonden op 408 unieke cases van slachtoffers die zijn behandeld in het ziekenhuis en op 142 cases van slachtoffers die op de huisartsenpost zijn behandeld.

Bron: VeiligheidNL