Vanaf het moment dat Puk twee jaar was, ging hij twee keer in de week naar een peuterspeelzaal. Al snel gaven de medewerkers aan dat hij ‘niet in de groep paste’ en Puk zelf had het er bepaald niet naar zijn zin. Hij was boos en gefrustreerd als zijn moeder hem weer ophaalde. In die periode kreeg hij ook voor het eerst last van woedeaanvallen. Inmiddels zit Puk op een speciale peuterspeelzaal waar hij meer aandacht en begeleiding krijgt. Hij voelt er zich thuis dankzij deze specialistische jeugdhulp.

De zoektocht naar passende hulp

Er moest echter wel wat gebeuren voordat Puk zich op zijn gemak voelde. “Ik werk zelf met jongvolwassenen met een licht verstandelijke beperking en autisme, maar mijn trukendoos was leeg. Ik kon Puk niet meer de handvatten geven die hij nodig had”, vertelt zijn moeder Mariëlle. “Ik wilde Puk ook niet zien als ‘een speciaal kind dat hulp nodig heeft’. Ik ben zijn moeder, niet zijn hulpverlener. Het werd zelfs zo erg dat ik niet meer kon genieten van onze momenten samen. Ik was op en Puk was niet gelukkig. Uiteindelijk heb ik contact opgenomen met iemand van het wijkteam. Na een observatieperiode gaf zij aan dat het misschien goed zou zijn als Puk naar een speciale observatie- en diagnostiekgroep binnen de reguliere kinderopvang zou gaan. De pedagogisch medewerkers daar hebben ervaring met kinderen die meer begeleiding nodig hebben en de groepen zijn kleiner.”

De snelle ontwikkeling van Puk

De ouders van Puk besloten het advies op te volgen en Puk zit nu alweer vier maanden in de observatiegroep. In die periode is zijn ontwikkeling, die aanvankelijk stagneerde, in een stroomversnelling geraakt. “Hij praat beter, maakt hele zinnen, kan nu wel vijf minuten rustig stilzitten, is minder boos en snapt dat hij met vragen meer bereikt dan met schreeuwen.” Ook de relatie met zijn ouders is verbeterd. “Wij hebben geleerd hoe wij Puk het beste kunnen benaderen. Wij zijn geen onervaren ouders, maar soms heb je net even extra hulp of juist bevestiging nodig.”

Wie levert de specialistische jeugdhulp?

Bij de begeleiding van Puk en zijn ouders was een compleet team van deskundigen betrokken. “Ik heb ooit een gesprek gehad waarbij dat hele team aanwezig was. Een gedragsdeskundige, een logopedist, een kinderpsychiater, de contactpersoon van het wijkteam, iedereen die iets kon bijdragen was erbij. Dat heb ik als heel bijzonder ervaren.” Mariëlle kan met al haar vragen terecht bij de gespecialiseerd jeugdhulpverlener die de trajectbegeleiding verzorgt. “Terwijl ik voorheen soms het gevoel had van het kastje naar de muur te worden gestuurd, regelt zij nu alles voor me. Als zij zelf het antwoord niet weet, speelt zij de vraag door naar een andere specialist. En wil ik graag een afspraak met een deskundige dan regelt zij dat. Het is een fantastische samenwerking.”

Hoogsensitief en snel overprikkeld

Inmiddels is duidelijk dat Puk hoogsensitief is en snel overprikkeld raakt. In verband daarmee krijgt hij binnenkort begeleiding van een ergotherapeut. “Ik hou niet van stempeltjes. Het zegt immers niet wie je kind is. Maar een diagnose schept wel duidelijkheid. Ik begrijp Puk beter waardoor ik hem ook beter kan helpen.” Binnenkort gaat Puk drie dagen in de week naar een nieuwe kinderopvang waar ze verder bouwen op de basis die nu is gelegd. Daar kan hij blijven tot hij vier is. “Puk is een stuk blijer dan voorheen. En ik kan, dankzij de hulp die wij hebben gekregen, weer als moeder genieten van mijn zoontje.”