Vereniging Nee-Eten! informeert en ondersteunt gezinnen waarvan het kind sondevoeding krijgt of chronisch voedsel weigert. Sommige kinderen willen of kunnen helemaal niet eten, andere zijn heel selectief met eten en drinken. “Voedselweigering kan het hele gezinsleven beheersen en ouders enorm veel stress geven”, zegt voorzitter Marianne van Leeuwen.

Wat maakt het voor ouders zo zwaar als een kind voedsel weigert?

“Zij leveren vaak zeven dagen per week 24 uur per dag een strijd om hun kind aan het eten te krijgen en voelen zich erg machteloos als dit niet lukt. Ze stuiten ook vaak op onbegrip in hun omgeving. Mensen reageren nog wel eens met: ‘Breng je kind maar eens een weekend bij mij, dan gaat het wel eten!’”

Onderkennen behandelaars het probleem wel voldoende?

“Niet altijd. Vaak zie je dat een kind in behandeling is vanwege een medisch probleem waarvan het voedsel weigeren een gevolg is. Als dat probleem dan verholpen is, kan het eetprobleem echter toch blijven bestaan. Ook speelt er soms een ander, nog niet onderkend, medisch probleem. Jonge kinderen kunnen zich daar zelf vaak niet goed over uiten. Daarnaast zijn ouders veelal geneigd bij hun behandelend arts te blijven en vergeten om een second opinion te vragen. Jammer genoeg blijkt ook nog niet iedereen onze vereniging goed te kunnen vinden.”

Wat doet Nee-Eten! allemaal?

“We hebben een informatieve website en bieden de mogelijkheid van laagdrempelig telefonisch lotgenoten-contact en contact via de mail. Dat kan waardevolle herkenning bieden. We hebben een facebooksite en zijn actief op twitter. Ook organiseren we landelijke contactdagen en familiedagen. Verder geven we voorlichting door middel van nieuwsbladen en folders en we organiseren iedere twee jaar een symposium. We spreken ook tijdens bijeenkomsten in een revalidatie- of kindercentrum, of staan daar met een stand. Daarnaast doen we aan belangenbehartiging. We streven ernaar dat er goede behandelmogelijkheden beschikbaar zijn voor deze kinderen.”

Is dat niet altijd zo?

“Nee, we merken nog vaak dat ouders in het ziekenhuis niet de beste adviezen krijgen. Als vereniging hebben we goede contacten met verschillende kinderartsen, logopedisten, diëtisten, orthopedagogen en psychologen. We proberen ook de samenwerking tussen de verschillende behandelaars te stimuleren.”