Joeri (38) begon al op jonge leeftijd te stotteren, maar in plaats van bij de pakken neer te zitten, heeft hij het stotteren verholpen bij een stotter-logopedist. Dat heeft hem ook geïnspireerd om aan de andere kant van het tafeltje te zitten en anderen te helpen bij het stotteren.

Hoe is stotteren ontstaan?

“Volgens mijn vader en moeder is mijn stotteren ontstaan nadat mijn broertje geboren werd. Ik was toen ruim drie jaar. Mijn ouders hebben al vrij snel hulp gezocht. Echter, stottertherapie voor jonge kinderen was toen nog niet zo ver als deze hulp nu is. Toen werd nog gezegd: ‘Heb het er maar niet over, want dan wordt het erger’. Momenteel is het duidelijk dat kinderen zich al op jonge leeftijd bewust kunnen zijn van hun stotteren en dat het meestal juist goed is om dit te erkennen. Ook over de juiste begeleiding van ouders is nu veel meer bekend.

Tijdens de basisschool heb ik een aantal keer logopedische therapie gehad. Op de middelbare school begon het stotteren me te hinderen. In contacten met vrienden ging ik voor mijn gevoel wat minder diep. Tijdens gesprekken zei ik regelmatig ‘laat maar’ of ik zonderde me soms wat af. Ik weet niet zeker of dit altijd door het stotteren kwam. Ik was trouwens niet alleen en had genoeg vrienden.”

Welke acties heb je ondernomen?

“Tijdens mijn middelbare schooltijd volgde ik logopedie-stottertherapie. Daar leerde ik het stotteren bij te sturen. Door spreektechnieken, in dit geval stottermodificatie, kun je vast het stotteren wat losser en communicatiever maken. Het lukte me niet dat langere tijd vol te houden.

Op mijn 23e heb ik logopedie gevolgd in Groningen waar ik toen studeerde, werkte en woonde. Dat was een periode dat stotteren me belemmerde. Ik ging bijvoorbeeld niet naar werkcolleges van mijn studie omdat ik dan misschien iets moest zeggen voor de ‘hele’ zaal. Maar zonder werkcollege was het vak lastig te halen…

Ik werkte met veel plezier in een koffiezaak in Groningen als bedrijfsleider. Maar bestellingen deed ik liever via internet. Op mijn 31e was de maat vol en ging ik naar een logopedist-stottertherapeut. Zij was de eerste die naar mijn gevoel echt begreep wat ik nodig had: minder bang voor stotteren zijn. Alle eerdere therapieën richtten zich op het makkelijker maken van het stotteren, maar dat was niet genoeg. Door de angst lukte het me lang niet altijd om het stotteren makkelijk te maken. Zo bleef het probleem in stand.”

Lees ook: Meer aanwijzingen voor stotteren ontdekt

Hoe gaat het met jou?

“Tijdens die laatste therapieperiode werd me duidelijk dat ik zelf ook mensen die stotteren wilde begeleiden. Ik zag mijn therapeut en voelde dat ik heel graag aan haar kant van de tafel wilde zitten. Daarna is het snel gegaan. Een jaar geleden ben ik afgestudeerd als logopedist en binnen een paar maanden hoop ik mijn specialisatie stottertherapie op zak te hebben. Ik ben al werkzaam binnen een praktijk en na mijn specialisatie officieel als logopedist-stottertherapeut.

Ik zet mijn eigen stotteren ook in tijdens de therapie. Als het nodig is leg ik uit hoe ik bepaalde dingen ervaren heb of nog ervaar. Een onderdeel van de therapie is desensitisatie, ongevoeliger worden voor stotteren. Hier kan ik mijn cliënten natuurlijk goed en snel mee helpen doordat ze merken hoe ontspannen ik met het stotteren omga. Ik ben me er zeer bewust van dat ieder persoon die stottert anders is en dus anders met het stotteren omgaat.

In het dagelijks leven heeft mijn stotteren nog weinig impact. Een lastige spreeksituatie vind ik nog steeds als ik iemand telefonisch om een gunst moet vragen. Aan mensen die stotteren wil ik het advies geven dat als ze hulp willen bij hun spreken, dit aanvragen bij een gespecialiseerde logopedist-stottertherapeut. Besef dat als je als jongere of volwassene nog stottert het hoogstwaarschijnlijk nooit helemaal weg zal gaan. Je kunt wel prima leren om vrijuit te spreken via gedachtentraining, lichaamsgerichte- en spreektechnische oefeningen. Ik ben er trots op dat ik van een ogenschijnlijke zwakte mijn kracht en zelfs mijn beroep heb kunnen maken.”