Trombose leidt ertoe dat een bloedvat geheel of gedeeltelijk wordt afgesloten. De aandoening kan buitengewoon pijnlijk en hinderlijk zijn, en is zeker niet zonder gevaar. Het is van belang trombose goed te behandelen om ervoor te zorgen dat de doorbloeding zo goed mogelijk hersteld wordt.

Wat is trombose?

Bloedstolling is een ingenieus systeem, bedoeld om bloedverlies bij verwondingen te voorkomen. Bloedstolling kan echter ook voorkomen zonder dat er sprake is van een bloeding. In het hart of in een bloedvat ontstaat dan een bloedpropje of trombus.

Belangrijk is om een onderscheid te maken tussen slagaderlijke (arteriële) en aderlijk (veneuze) trombose. De veneuze variant treedt vaak op in de benen en longen, in de vorm van een trombosebeen en/of een longembolie. Trombose in de aders van de benen is te herkennen aan een dik, glanzend en rood been, omdat de afvoer van bloed terug naar het hart belemmerd is.

Longembolie, hartinfarct en CVA

Als een stolseltje vastloopt in de longen is er sprake van een longembolie, met benauwdheid en pijn als gevolg. Een ernstige longembolie kan levensbedreigend zijn. Een slagaderlijke trombose is eveneens gevaarlijk. In de benen is dan bijvoorbeeld de aanvoer van bloed gestremd, met zogenoemde ‘etalagebenen’ als gevolg. Een slagaderlijke trombose kan ook een bloedvat van het hart of de hersenen afsluiten, wat leidt tot een hartinfarct of CVA (Cerebraal Vasculair Accident of beroerte) met alle gevolgen van dien.

Behandeling van trombose

De behandeling van trombose is afhankelijk van of het arterieel of veneus is, en van de plaats waar het probleem zich heeft voorgedaan. Voor een hartinfarct kan dat betekenen dat de patiënt gedotterd wordt of een bypass krijgt. Belangrijker nog is om bij bekende risico’s preventief op te treden.

Hans van Laarhoven, beleidsadviseur van De Hart&Vaatgroep, licht toe: “Trombose is een bekende complicatie van boezemfibrilleren. Patiënten die last hebben van deze aandoening gebruiken antistollingsmiddelen om te voorkomen dat een bloedstolsel in de boezem van het hart ontstaat, dat vervolgens in een slagader in de hersen vastloopt en een herseninfarct kan veroorzaken.”

Veneuze trombose wordt in de acute fase behandeld door de toediening van antistollingsmiddelen in de ader om te proberen het stolsel zo snel mogelijk op te lossen. Na drie tot zes maanden is het stolsel meestal opgelost. Op dat moment wordt de afweging gemaakt om de antistolling al dan niet voort te zetten. Er is altijd een kans op een recidief, maar blijven gebruiken heeft ook nadelen, zoals de kans op bloedingen. De afweging moet daarom zorgvuldig gemaakt worden. Ook therapietrouw speelt in dit kader een rol. Het gebruik van antistollingsmiddelen bij boezemfibrilleren is meestal levenslang.

Het belang van therapietrouw

Voor de kwaliteit van leven is het gebruik van antistollingsmiddelen vaak geen probleem, hoewel de reeds genoemde therapietrouw wel van belang is. Kennis en betrokkenheid van een patiënt bij zijn/ haar therapie kunnen de therapietrouw verhogen. Bij bijvoorbeeld het gebruik van vitamine K-antagonisten wordt de betrokkenheid van de patiënt vergroot wanneer de patiënt zelf zijn INR (International Normalized Ratio) waarden, een maat voor de stollingstijd van bloed, kan meten.

Het is goed om een dagelijkse routine in te bouwen en de patiënt in kwestie goed te informeren. “Het is niet zomaar een medicijn”, vertelt Van Laarhoven, het gaat om de balans tussen het voorkomen van stolling en van ongewenst bloeden. “Goed gebruik van de middelen doet er echt toe.”