Bij epilepsie is er sprake van een onverwachtse, tijdelijke verstoring van signaaloverdracht in de hersenen. Hoe het precies ontstaat is nog niet bekend. Stukje bij beetje komt er meer inzicht in de rol van de hersenen. Zo melden onderzoekers van University College London (UCL) en the Keck School of Medicine of USC dat er een verband is tussen de aandoening en het volume van grijze massa in verschillende hersengebieden. De grijze massa is het gedeelte in het centrale zenuwstelsel (hersenen en ruggenmerg) waar zich de cellichamen van zenuwcellen bevinden.

Ze publiceren erover in het wetenschapstijdschrift Brain.

Hersenstructuur en patroon

De onderzoekers vergaarden data van ongeveer 4.000 personen uit verschillende continenten. Hiervan was de helft epilepsiepatiënt. Ze bekeken aan de hand van MRI-scans de patronen en structuren in de hersens van de deelnemers.

Verminderd grijze massavolume

Volgens onderzoeker Sanjay Sisodiya (UCL Institute of Neurology & Epilepsy Society) hadden de epilepsiepatiënten zowel een verminderd grijze massavolume als een verminderd hersenvolume in de subcorticale hersengebieden. Sisodiya: “Hoe minder het volume, hoe langer de duur van een epilepsieaanval.”

Met name in het rechterdeel van de thalamus bleek het volume minder. Dit hersendeel is onder andere verantwoordelijk voor het aansturen van prikkels. Het was een opvallende bevinding, want eerder werd dit breindeel gelinkt aan specifieke epilepsievormen. Nu werd duidelijk dat bijvoorbeeld ook patiënten met idiopathisch gegeneraliseerde epilepsie een verminderd volume hadden. Bij dit type zijn de hersenafwijkingen die de epilepsie veroorzaken voor een arts niet duidelijk in kaart te brengen.

“Het was echt met dank aan de enorme dataset dat het resultaat kon worden gevonden. De verschillen in volume die werden waargenomen bleken in sommige gevallen namelijk heel klein”, aldus onderzoeker Christopher Whelan (the Keck School of Medicine of USC).

Neuro-anatomische kaart

Met dit resultaat is er een goede stap gezet om de neuro-anatomische kaart samen te stellen van de hersengebieden die betrokken zijn bij epilepsie. De onderzoekers melden weliswaar dat er vervolgonderzoek nodig is om de verschillen in hersenstructuur te verklaren. Hierbij zou onder meer gekeken moeten worden naar het DNA en de gevolgen van eerdere epilepsieaanvallen.

Sisodiya: “Uit dit onderzoek kan niet worden opgemaakt of de verschillen in hersenvolume zijn veroorzaakt door eerdere aanvallen of door genetische aanleg. En we kunnen niets zeggen over de ontwikkeling van het volume.”
De onderzoekers hopen dit uiteindelijk wel te achterhalen om nog meer inzicht te verkrijgen in dit ziektebeeld en de behandeling van epilepsie te verbeteren.