Vorige maand gingen we met prof. dr. Jeroen Suijs van de Erasmus Universiteit in op geldstromen in de zorg. Deze keer gaan we over hetzelfde onderwerp in gesprek met een vertegenwoordiger namens de zorgverzekeraars. Wout Adema is sinds 1 maart jongstleden directeur Zorg bij branchevereniging Zorgverzekeraars Nederland. Een belangrijke vraag die hij zichzelf durft te stellen: ‘wat verwacht je nog te bereiken met meer geld in de zorg?’

Kunt u in een notendop een beeld schetsen van hoe geldstromen in de zorg lopen?

“De begroting van de Rijksoverheid bedraagt zo’n 275 miljard euro, zo’n 30 procent van de uitgaven worden als zorguitgaven gekenmerkt. Dat behelst alle zorguitgaven, met uitzondering van eigen bijdragen en eigen risico, die door de verzekerden zelf worden opgebracht. Het geld komt uit verschillende bronnen. Allereerst de premiebetalende Nederlanders en ten tweede een rechtstreekse begrotingsbijdrage vanuit VWS. Omgerekend kom je dan gemiddeld op ongeveer 5.000 euro per jaar per Nederlander. Wat mij zelf opvalt is dat het flinke bedragen zijn.”

zorgverzekeraars

Wout Adema

Tijdens de afgelopen verkiezingscampagne werd desalniettemin weer geroepen om meer geld in de zorg. Is dat werkelijk nodig?

“Als ik kijk naar de hoeveelheid geld die omgaat in de zorg, levert dat procentueel gezien een Europese toppositie op. Ook als je kijkt naar absolute bedragen per inwoner. Tegelijkertijd is ons zorgstelsel ook op het gebied van kwaliteit een koploper. Dan moet je je vervolgens ook durven afvragen wat je denkt te bereiken als je er extra geld in stopt. Voor de gehele zorgsector tijdens de komende kabinetsperiode boeken we 8 miljard euro extra in – dat is meer dan onze hele Defensiebegroting. Gedeeld door 17 miljoen betalen we straks per persoon allemaal weer een fors bedrag extra voor de zorg. Ik vind dat we daar best kritisch naar mogen kijken.”

Maar er zijn toch wel ‘drivers’ voor extra kosten?

“Zeker. Bijvoorbeeld vergrijzing en demografische ontwikkelingen. Nieuwe mogelijkheden en technieken. Dat kan de kosten opdrijven. Tegelijkertijd zien zorgverzekeraars dat een substantiële groep van hun verzekerden vindt dat het nu al om veel geld gaat, zeker ook als het gaat om eigen risico en eigen bijdrage. In Nederland hebben we een solidair zorgstelsel dat we zorgverzekering noemen. Het systeem heeft inderdaad deels een verzekeringskarakter, maar voor een groot deel betalen we ook kosten van mensen die het qua gezondheid structureel minder goed getroffen hebben. Dat is geen puur verzekeringskarakter meer, maar het fatsoen dat we als samenleving hebben om goed voor deze mensen te zorgen. En we betalen allemaal voor ouderen die nu eenmaal meer zorg nodig hebben. De premie wordt ook hiervoor grotendeels betaald door personen die (nog) geen risico lopen. Dus we betalen niet alleen een verzekeringspremie, maar ook een solidariteitsbijdrage. Dat vind ik overigens een groot goed. Maar bij steeds stijgende kosten gaan mensen zich vervolgens afvragen of ‘er straks voor mij ook nog wel een potje met geld is’, zoals je nu al ziet bij de pensioenen. Een te stevige kostenontwikkeling ondermijnt het deel solidariteit in het stelsel. Dan implodeert het.”

Zou je in plaats van extra geld ook kunnen kijken naar een herschikking van gelden of het stimuleren van innovaties die kostenverlagend
zouden kunnen werken?

“De samenleving heeft duidelijke wensen. We willen meer tijd per patiënt, meer tijd in de zorg voor ouderen, betere verpleeghuiszorg, meer geld voor dure medicijnen, noem maar op. Tegelijkertijd zitten we qua kosten al redelijk hoog in de boom. Dan zou het mooi zijn als je een deel van de uitgaven kan regisseren door in het huidige uitgavenpatroon of in de manier waarop we zorg leveren, dingen slimmer te doen. Dat is iets wat zorgverzekeraars aanjagen, stimuleren en spiegelen richting zorgaanbieders. Dus niet per se meer van hetzelfde, maar ook kijken of het anders kan. Vernieuwing van de zorg. We willen bijvoorbeeld meer zorg terugbrengen naar de eerste of nulde lijn: dat vraagt om slimme oplossingen, bijvoorbeeld met behulp van e-health. Een andere manier van zorg aanbieden. En het is zaak om te zoeken naar goede voorbeelden waarin een aanbieder iets verzonnen heeft dat werkt. Iets wat doelmatig is en een hogere kwaliteit oplevert. Daar steken we veel energie in. We proberen ook te benchmarken: waarom lukt het deze zorgaanbieder in deze regio wel om bepaalde kosten op een lager niveau te houden? Slimmer aanbieden, slimmer organiseren en kijken of het goedkoper kan, omdat we zien dat middelen in de zorg krapper worden. We willen vooral ruimte zoeken binnen de bestaande kaders.”

In een eerder interview vertelde prof. dr. Jeroen Suijs dat er, ook vanuit zorgverzekeraars, weinig controle is op de uitgaven van zorgaanbieders. Valt daar ook iets te winnen?

“In de wet en vanuit toezicht ligt vast wat zorgverzekeraars moeten doen om vast te stellen of er sprake is van een verzekerde aanspraak. Op die spelregels wordt ook toegezien. Over het algemeen kun je zeggen dat dat vrij strak geregeld is. Daarnaast wordt van het toezicht gevraagd om te kijken of er sprake is van gepast gebruik. Per zorgsegment zal de controle verschillen en zullen de risico’s verschillen. Ik denk bijvoorbeeld dat de risico’s in de huisartsenzorg vrij laag zijn. In het domein van de medisch specialistische zorg is het eveneens heel formeel geregeld. In andere domeinen is het complexer. Voor de GGZ geldt dat de indicatiestelling en normbehandeling complexer zijn en privacy is een issue. Patiënten kunnen vaak niet goed voor zichzelf opkomen en/of hun zorgvraag formuleren. Dat is een grijzer en dus risicovoller gebied. Je ziet dan dat we moeite hebben om samen met de sector vast te stellen hoe je moet controleren. In de wijkverpleging is het nog complexer, daar speelt ook niet-gecontracteerde zorg een rol. Wij vinden dat geen goede ontwikkeling. Het contract is cruciaal om te sturen op kwaliteit, toegankelijkheid en betaalbaarheid van zorg. Al met al is het te gemakkelijk om over controle op zorguitgaven in generieke zin te spreken. Maar omdat er veel geld in omgaat en we het met elkaar betalen, moeten we er goed op letten.”

Wat zou er moeten of kunnen veranderen en wat is de rol van de zorgverzekeraars daarbij?

“De rol van de zorgverzekeraar in ons stelsel is helder omschreven. Onze missie is het realiseren van goede, toegankelijke en betaalbare zorg voor alle verzekerden. Gericht op het bevorderen van gezondheid en kwaliteit van leven. We ondersteunen hen in het vinden van passende zorg op het moment dat het nodig is. En we zorgen ervoor dat de geleverde zorg van voldoende kwaliteit is. Waarborg tot toegang en kwaliteit. In het stelsel kijken we ook naar het zorglandschap. Is het goed ingericht? Qua infrastructuur, capaciteit, doelmatigheid en vertrouwen in het stelsel. Terwijl andere landen vaak met grote interesse naar ons zorgstelsel kijken, zijn we zelf behoorlijk kritisch. Ja, het is duur, maar niet onbetaalbaar. En structureel houdbaar. Er wordt veel gesproken over bezuinigingen in de zorg, maar het feit is dat we jaar na jaar meer geld in de zorg steken. Dat komt door volumegroei, innovaties en de stijgende welvaart. Bezuinigen is in dit verband eigenlijk een gek woord. Hoewel het de afgelopen jaren gelukt is de groei van de zorguitgaven te beperken, zullen de totale zorgkosten de komende jaren blijven stijgen. Het is passen en meten, maar toch is het gelukt de premie voor onze verzekerden de afgelopen jaren redelijk stabiel te houden. Als het om premiegeld gaat, is het zaak om daar zinnig, zuinig en eerlijk mee om te gaan om de solidariteit te behouden. Houdbare zorg die de persoon centraal stelt, daar werken wij als zorgverzekeraars aan.”