Hoe kunnen professionals in de Jeugdgezondheidszorg (JGZ) overgewicht bij jonge kinderen (0-4 jaar) voorkomen? Welke knelpunten ervaren zij in de zorg op dit gebied en hoe kan die zorg verbeterd worden? Dat zijn de kernvragen in het promotieonderzoek dat Eveliene Dera-de Bie deed aan het Maastricht UMC+.

De gevolgen van overgewicht

Overgewicht bij kinderen komt steeds vaker voor. En op steeds jongere leeftijd. Inmiddels kampt 13 tot 15 procent van de 2- tot 18-jarigen ermee. Zij lopen een grote kans (80 procent) dat ze te zwaar blijven of opnieuw te zwaar worden. Overgewicht kan al op jonge leeftijd tot problemen leiden. Kinderen worden gepest op school, zitten vaak niet goed in hun vel en gaan onderpresteren.

Op latere leeftijd ontwikkelen kinderen met overgewicht vaak (ernstige) gezondheidsklachten. Een van de belangrijkste risico’s is het ontwikkelen van het zogenoemde metabool syndroom, dat een verhoogd risico geeft op diabetes type 2 en hart- en vaataandoeningen.

Vroegtijdig ingrijpen in de JGZ

Vroegtijdig ingrijpen kan ernstige gezondheidsproblemen op latere leeftijd voorkomen. De Jeugdgezondheidszorg heeft daar een belangrijke taak in. Promovenda Eveliene Dera-de Bie ontwikkelde een training voor JGZ-jeugdartsen en -verpleegkundigen, gericht op het signaleren van het risico op overgewicht in het eerste levensjaar.

Ook het bespreken van dit risico met de ouders vormt een onderdeel van deze training. Jeugdartsen en verpleegkundigen vinden het namelijk lastig om (dreigend) overgewicht van jonge kinderen en de noodzakelijke gedragsverandering van de ouders te bespreken.

Wat is het effect van de training?

Dera-de Bie onderzocht ook het effect van de training. Daaruit bleek dat getrainde professionals signalen van het risico op overgewicht eerder oppikten. Zij waren zich veel meer bewust van dit risico dan de professionals die de training niet volgden.

Helaas heeft de training nog geen meetbaar effect in de zin van minder overgewicht op jonge leeftijd. Mogelijk was de onderzoeksperiode daarvoor te kort. Een andere mogelijkheid is dat ouders de adviezen van de getrainde jeugdartsen en verpleegkundigen niet opvolgen. In de praktijk blijkt het uitermate lastig om gedragsverandering te bewerkstelligen. In het algemeen is het zo dat ouders (en hun jonge kroost) de verleiding die de voedingsmiddelenindustrie biedt, vaak niet kunnen weerstaan.

Bron: Maastricht UMC+.