Ondervoeding bij ouderen komt vaak voor. Zo is een op de tien 65-plussers ondervoed en bij senioren in de thuiszorg is dit zelfs een op de drie. Het is dan ook belangrijk dat risicofactoren vroegtijdig worden gesignaleerd. Door de zorgprofessionals, familie maar ook de ouderen zelf.

Oorzaken

“Ondervoeding bij ouderen kan een breed scala aan oorzaken hebben”, stelt Canan Ziylan. Als promovenda en voedingswetenschapper deed ze onderzoek naar het fenomeen. “Het kan te maken hebben met eenzaamheid en rouw, maar ook met praktische zaken zoals gebitsproblemen. Ook de verminderde eetlust als gevolg van medicatie kan een rol spelen. Of er is sprake van duidelijke risicofactoren, zoals chronische ziekten en kanker.”

“Minder eten niet gewoon”

Hoewel vaak wordt gedacht dat minder eten bij veroudering hoort, blijkt dit niet zo te zijn. Ziylan: “Familieleden zien vaak dat ouderen minder eten aan tafel, wat wordt geaccepteerd. Maar dit is juist iets waar we ons niet bij neer moeten leggen. In theorie kunnen mensen die ouder worden iets minder eten, doordat de energiebehoefte afneemt. Maar 2.000 calorieën vormen nog steeds de basis voor 75-plussers. Voor vrouwen is dit aantal 1.800. Afvallen moet dus niet als gewoon worden gezien.”

Daar komt nog bij dat het niet alleen gaat om hoeveel je eet, maar ook om wat je eet. “Ouderen met obesitas kunnen ook ondervoed zijn, omdat zij niet de juiste voedingsstoffen binnenkrijgen”, aldus Ziylan. “Wanneer zij afvallen, denken ze dat ze goed bezig zijn en juichen de verloren kilo’s toe. Maar de realiteit is dat ze vooral spiermassa verliezen, waardoor ze fysiek minder goed functioneren.”

Screenings

Ook Lisette de Groot, hoogleraar Voeding van de Oudere Mens aan de Universiteit Wageningen, erkent het probleem. Volgens haar is ondervoeding onder meer te signaleren door middel van gewichtsverlies. “Wanneer iemand een lage voedselconsumptie heeft en minder eet dan benodigd, valt diegene af. Dit is een duidelijke indicatie voor ondervoeding. Ook kunnen er screenings worden gedaan door zorgverleners en hier zijn verschillende methoden voor. Vaak wordt dan naar eetlust gevraagd, gewichtsverlies bekeken en de omtrek van de bovenarm of kuit gemeten. Welk screeningsinstrument in welke zorgsectoren gebruikt kunnen worden, is beschreven in de richtlijn ondervoeding.”

Alert op ondervoeding

Maar wanneer iemand daadwerkelijk ondervoed blijkt te zijn, is het meestal al te laat. “Veel beter is het dan ook om ondervoeding te voorkomen”, stelt de Groot. “Hierbij is een multidisciplinaire aanpak van belang. Alle mensen om de oudere heen dienen te letten op risicofactoren, zoals vermindering van de eetlust. Ook moet er meer gewerkt worden aan het bewustzijn rondom het probleem. Dit kan bijdragen aan vroegtijdige herkenning.”

Ook Ziylan benadrukt alertheid op het eetgedrag. “Er kan door familieleden worden nagegaan wie de boodschappen doet en of de maaltijden wel echt worden opgegeten. Ook is het goed om te bekijken wie er over het eten beslist en of er hulp moet worden ingeschakeld.”

Voldoende eten en bewegen

Maar ook de ouderen zelf kunnen hun verantwoordelijkheid nemen. “Ten eerste is het belangrijk om te letten op wat je eet”, aldus Ziylan. “Minder eetlust komt regelmatig voor bij het ouder worden, maar desondanks is het belangrijk voldoende te blijven consumeren. Neem de tijd om uit te vinden waar je nog wel trek in hebt en wat makkelijk is. Daarbij is het goed om eiwitrijke producten boven koek en snoep te verkiezen. Ouderen hebben meer eiwitten nodig en het is goed om hier vanaf je 65e mee te beginnen, maar het liefst nog eerder.”

Ook benadrukt de promovenda het belang van beweging. “Dit is essentieel om de lichaamssamenstelling en spiermassa te behouden. Ouderen moeten relatief veel meer inspanning leveren dan jongeren om dezelfde spiermassa op te bouwen. Voeding en eiwitten alleen, zijn niet genoeg.”

Zelftesten

De Groot benadrukt dat ouderen ook een test kunnen doen, in het geval ze hun risico op ondervoeding zouden willen controleren. “De Stuurgroep Ondervoeding heeft zelftesten hiervoor ontwikkeld. Daarnaast kunnen mensen altijd naar een diëtist in het geval ze ongewenst gewichtsverlies signaleren. Dit kan via de huisarts of praktijkondersteuner. De diëtist kan dan helpen om samen de oorzaak uit te zoeken en deze aan te pakken.”