Net als bij andere vormen van kanker kunnen er bij niet-kleincellig longcarcinoom verschillende mutaties voorkomen. Aan de hand van deze mutaties beslist de longarts welke behandeling het beste is voor de patiënt. Patiënten met bijvoorbeeld een ALK- of EGFR-mutatie worden dan ook voornamelijk in een academisch ziekenhuis behandeld, waar constant onderzoek wordt gedaan naar nieuwe behandelmethodes. Jacqueline de Bruin-Visser, casemanager longoncologie bij het Amsterdam UMC, doet een boekje open over de verschillende therapieën en de rol van de verpleegkundige in het behandeltraject.

Wat zijn de meest voorkomende behandelingen bij longkanker?

“Dat kan immunotherapie, chemotherapie, radiotherapie, chirurgie of doelgerichte therapie zijn of combinaties van deze behandelingen en hangt af van de mutaties die de patiënt heeft. Vroeger kreeg een longkankerpatiënt met stadium IV alleen maar chemotherapie maar nu is er zoveel meer mogelijk doordat er voor bepaalde mutaties een doelgerichte behandeling bestaat. Deze mutaties en de behandelingen daarvoor worden uitvoerig onderzocht in het academische ziekenhuis waar ik werk en gelukkig ook steeds meer in andere ziekenhuizen.”

Welke rol heeft de verpleegkundige bij doelgerichte therapie?

“Bij doelgerichte therapie geven we informatie aan de patiënt nadat ze bij de arts zijn geweest en te horen hebben gekregen dat ze deze behandeling gaan krijgen. Ook voor hen zijn we het aanspreekpunt in verband met bijvoorbeeld de bijwerkingen of eventuele andere vragen.”

Hoe verschilt doelgerichte therapie ten opzichte van chemotherapie of immunotherapie?

“Bij doelgerichte therapie van bijvoorbeeld ALK- en EGFR-mutaties komen patiënten minder vaak op de poli dan patiënten die chemotherapie of immunotherapie krijgen. Daarom zijn we als aanspreekpunt juist belangrijk als er bijwerkingen ontstaan. Patiënten zijn vaak erg blij als ze kunnen starten met pillen omdat ze dan niet zo vaak naar het ziekenhuis hoeven te komen. Ze verwachten dan ook weinig bijwerkingen te krijgen maar de pillen die ze moeten slikken kunnen echter heftige bijwerkingen hebben. Soms is er dan bijvoorbeeld een verlaging van de dosering nodig of antibiotica. Bij chemotherapie wordt er vaak een dosis gegeven die gebaseerd is op het gewicht van de patiënt. Bij pillen wordt er gestart met een vastgestelde dosering, onafhankelijk van hoe lang of zwaar de patiënt is. Het kan soms nodig zijn om de dosering aan te passen en dit gaat altijd in overleg met de arts.”

“Bij chemotherapie denken patiënten nog heel vaak dat ze altijd misselijk worden. Vroeger was dat ook zo, maar er zijn gelukkig steeds betere medicijnen tegen misselijkheid. Daarnaast denken heel veel patiënten ook dat ze bij iedere chemotherapie hun haar zullen verliezen, en dit is gelukkig niet altijd het geval. Soms is hoofdhuidkoeling bijvoorbeeld mogelijk om haarverlies te voorkomen. En andere chemotherapie geeft weer geen haarverlies, maar andere bijwerkingen. We zijn eigenlijk continue bezig met het ontwikkelen van nieuwe behandelingen en zoeken hoe de bijwerkingen het best behandeld kunnen worden.”

“Immunotherapie is een van de behandelingen die nu veel gegeven wordt. Heel veel patiënten lezen of horen alleen maar positieve verhalen en willen immunotherapie krijgen. Maar het is dus heel erg afhankelijk van de soort mutaties of welk stadium van longkanker de patiënt heeft of immunotherapie wel de beste behandeling is. Het werken in een academisch ziekenhuis geeft mij een fijn gevoel omdat ik weet dat onze patiënten de beste behandeling krijgen die er voor hen is, omdat de longartsen op de hoogte zijn van de nieuwste ontwikkelingen en die ook beschikbaar stellen voor onze patiënten.”

Hoe worden de bijwerkingen behandeld?

“Dat verschilt heel erg per behandeling en per bijwerking. Diarree is bijvoorbeeld een bijwerking bij immunotherapie, maar ook bij doelgerichte therapie en chemotherapie. Daarnaast kan een patiënt ook gewoon griep hebben of iets verkeerds gegeten hebben. Afhankelijk van de behandeling en bijwerkingen is er dus een andere aanpak nodig. De behandeling van de bijwerking gaat altijd in overleg met de arts. Wij zorgen vervolgens dat de recepten geregeld worden en maken bijvoorbeeld een telefonische vervolgafspraak om te controleren of de bijwerkingen minder zijn geworden.”

Dit artikel is financieel mogelijk gemaakt door Takeda. De hierin besproken meningen en ervaringen zijn afkomstig van de geïnterviewde personen, Takeda heeft geen invloed op de inhoud gehad.