Dat slechts 1 op de 6 mensen met deze glutenintolerantie wordt gediagnosticeerd, moet veranderen, vindt de Nederlandse Coeliakie Vereniging. Daarom is de Vereniging de campagne hebikcoeliakie.nl gestart.

Coeliakie is een auto-immuunziekte. Patiënten met deze aandoening hebben een intolerantie van de darmen op het eiwit gluten. Oftewel ze kunnen gluten helemaal niet verdragen, dit in tegenstelling tot wat vaak wordt vermeld over deze ziekte: namelijk dat patiënten overgevoelig zijn voor gluten. Bij coeliakie tasten gluten het darmvlies in de dunne darm aan. De beschadigingen in de dunne darm zorgen voor klachten. Permanente beschadiging aan de dunne darm kan in later stadium mogelijk leiden tot darmkanker.

De symptomen van coeliakie

Glutenintolerantie is bij kinderen vaak te herkennen aan klachten zoals een opgezette buik, weinig eetlust, overgeven en diarree. Ze blijven achter in groei en gewicht, hebben platte dunne billen, een bolle buik, dunne armen en benen. Bij volwassenen is het moeilijker te herkennen omdat de klachten niet direct gelinkt hoeven te zijn aan de darm. Voorbeelden zijn: vermoeidheid, bloedarmoede, botontkalking, onvruchtbaarheid en een algeheel gevoel van ziek zijn. Dit meldt de Maag Lever Darmstichting.

De diagnose coeliakie

In Nederland krijgt ongeveer 1 op de 6 personen de diagnose coeliakie. Er zijn verschillende methodes om dit vast te stellen. Een eerste methode die in de meeste gevallen meteen uitwijst of iemand glutenintolerantie heeft is een bloedtest. Hierbij wordt getest of er antistoffen tegen gluten in het bloed aanwezig zijn.

Mocht een bloedtest niet voldoende uitkomsten bieden, maar er zijn wel duidelijke klachten, dan is een volgende methode het afnemen van weefsel van de dunne darm tijdens een gastroscopie of endoscopie (beiden kijkonderzoeken). Hiermee wordt gekeken of er in de darm beschadigde vlokken aanwezig zijn. Vlokken zijn kleine uitstulpingen in het oppervlak van de dunne darm van ongeveer 1 millimeter lang. Het verschil tussen een endoscopie en een gastroscopie is, dat bij eerstgenoemde de camera, die via de dunne darm wordt ingebracht de gehele darm kan onderzoeken.

Prognose van coeliakie

De meeste patiënten hebben na enkele weken tot maanden geen klachten meer als ze glutenvrij eten. Binnen een half jaar tot een jaar heeft de dunne darm zich hersteld. Chronische coeliakie kan daarentegen wel er voor zorgen dat klachten blijven aanhouden of verergeren, ondanks dat gluten worden vermeden. In het geval van klachten die verergeren, wijst een nieuwe diagnose vaak uit dat er sprake is van refractaire coeliakie. Dit is een zeldzame vorm van coeliakie waarbij na onderzoek blijkt dat de darmwand zich niet herstelt. Bij een klein percentage kunnen er op de lange termijn implicaties optreden als darmtumoren of darmlymfomen. Een darmlymfoom is een vorm van lymfklierkanker.

Coeliakie in relatie tot PDS en diabetes type 1

Verkeerde diagnoses met betrekking tot darmklachten liggen op de loer. In het geval van coeliakie komt het voor dat deze gediagnosticeerd kan worden als Prikkelbaar Darm Syndroom (PDS). Reden hiervoor zijn vergelijkbare symptomen als buikpijn, een opgeblazen gevoel, diarree of verstopping en (chronische) vermoeidheid. Het verschil met PDS is dat een glutenvrij dieet niet zonder meer helpt om de klachten te verhelpen. Daarnaast is PDS per definitie een chronische aandoening en dat hoeft coeliakie niet te zijn.

Een andere ‘auto-immuunziekte’ waarmee coeliakie ook in relatie wordt gebracht is diabetes type 1. In Nederland hebben ongeveer 1 op de 100 mensen met diabetes type 1 ook coeliakie. Uit onderzoek blijkt dat de relatie tussen beiden zit in het enzym dat de ziektes veroorzaakt. Het gaat om het enzym weefseltransglutaminase (antistof). Dit wil zeggen dat de ziektes niet aan elkaar toe te schrijven zijn.

Enkele klachten bij beschadiging van de darmwand

  • bloedarmoede
  • chronische diarree
  • verstopping
  • afwijkend ontlastingspatroon
  • overmatige ontlasting (de zogenaamde remsporen)
  • huilerigheid
  • depressiviteit
  • sterke stemmingswisselingen
  • ondergewicht
  • dunne armen en benen
  • groeistoornissen bij jonge kinderen
  • vertraagde pubertijd
  • opgezette buik
  • weinig eetlust
  • overgeven
  • botontkalking
  • aften
  • afwijkingen aan het tandglazuur