Duurzaam herstel van Anorexia Nervosa (AN) en Bulimia Nervosa (BN) vereist, naast verandering van eetgedrag, een beter begrip van zichzelf en een grotere autonomie in relatie tot anderen. Gehechtheid bij patiënten met AN en BN kan verbeteren door psychotherapie. De tijdsduur van het onderzoek (1 jaar) was te kort om ook het mentaliseren te zien verbeteren, aldus Greet Kuipers in haar proefschrift Attachment & Mentalization in Anorexia nervosa and Bulimia nervosa.

AN en BN worden gekenmerkt door afwijkend eetgedrag en een onevenredig grote invloed van iemands lichaamsgewicht op de zelfwaardering. Vrijwel altijd gaat het om negatieve gevoelens over zichzelf en over het contact met anderen. Naast de eetstoornis is er ook vaak sprake van psychische problemen als depressiviteit, angst, autisme of ADHD. Ondanks behandeling herstelt een aanzienlijk deel van de patiënten niet.

Negatieve gevoelens

De obsessie met eten en gewicht hangt mogelijk samen met onveilige gehechtheid en een beperkt vermogen tot mentaliseren. Een onveilige gehechtheidsstijl kenmerkt zich door moeite om emotionele gebeurtenissen te hanteren. Goed mentaliseren houdt in dat je je een redelijk correcte voorstelling kunt maken van wat er in jezelf en anderen omgaat. Een beperkt mentaliserend vermogen kan meespelen in de sociale moeilijkheden die patiënten met AN en BN ervaren en hun neiging zich op uiterlijk en gewicht te richten.

Gehechtheid en mentaliseren

Patiënten met een borderlinestoornis bleken baat te hebben bij psychotherapie om onveilige gehechtheid en beperkt mentaliserend vermogen te verbeteren. Zou dat ook voor patiënten met AN en BN gelden, wil de Kuipers weten, en zo mogelijk bijdragen aan verbetering van de behandeling. Ze volgde 50 patiënten in een specialistisch centrum voor eetstoornissen en vergeleek hen met gezonde controlepersonen (tot 1 jaar en 1½ jaar later).

Bijkomende psychische problematiek

Naast de eetstoornis keek de promovenda ook naar bijkomende psychische problematiek. Patiënten hadden vaker een onveilige gehechtheidsstijl en konden minder goed mentaliseren dan gezonde controlepersonen, los van de ernst van hun eetstoornis. Een jaar later deden 38 patiënten opnieuw mee aan het onderzoek. Eetstoornis, depressie, angst, persoonlijkheidsproblematiek en gehechtheid waren verbeterd; mentaliseren, autonomie en zelfverwonding niet. 28% was na 1 jaar geheel hersteld van de eetstoornis. Herstel, ook bij 1,5 jaar follow-up, hing samen met een groter mentaliserend vermogen. De herstelde patiënten waren in 1 jaar, vergeleken met hen die niet waren hersteld, autonomer geworden: minder gevoelig voor anderen en beter in staat met nieuwe situaties om te gaan.

Psychotherapie helpt

Kuipers concludeert dat gehechtheid bij patiënten met AN en BN door psychotherapie kan verbeteren, maar de tijdsduur van 1 jaar was te kort om ook het mentaliseren te zien verbeteren. Om van gestoord eetgedrag en gewichtsobsessie af te komen, is het wenselijk om in de behandeling te werken aan verbetering van mentaliseren en meer autonomie.

Bron: Tilburg University