De laatste weken zien we ze in de media weer voorbijkomen: mannen met witte pakken die levenloze vogels in een aanhangwagen kieperen. Pluimveehouders die machteloos toezien hoe hun inkomen wordt weggevaagd. Vogelgriep. Fastfoodliefhebbers en vegetariërs zullen het erover eens zijn: dit wil niemand. Honderdduizenden eenden en kippen al dan niet preventief geruimd. En dat terwijl er flink getrokken is aan verbeteringen in de hele productieketen. De visie van Gert-Jan Oplaat, voorzitter van de vereniging van de Nederlandse pluimveeverwerkende industrie (NEPLUVI) en woordvoerder Anne Hilhorst van Wakker Dier, die verantwoordelijk is voor de plofkipcampagne.

Hygiëne, hygiëne en nog eens hygiëne

Deze keer lijkt consensus te bestaan over de oorzaak van de uitbraak: het virus is afkomstig van vogels uit de randmeren. De beste aanpak volgens Oplaat: Ophokplicht. En verder hygiëne, hygiëne en nog eens hygiëne. De vorige serieuze uitbraak, in 2014, leidde volgens Oplaat tot bijna 100 miljoen euro schade voor ‘zijn’ sector, de slachterijen en uitsnijderijen. Vooral de indirecte kosten kunnen hoog oplopen, vertelt hij. Importlanden sluiten vaak direct hun grenzen voor kip uit heel Nederland, terwijl er meestal regionaal sprake is van een uitbraak. In eigen land vond de pluimveesector begrip voor deze complicatie “Staatssecretaris Van Dam van landbouw heeft daar heel goed op gereageerd”, aldus Oplaat. “Voorheen leidde een uitbraak landelijk tot een stand-stil van 72 uur. Dit keer gebeurde dat alleen in de regio waar het virus daadwerkelijk gesignaleerd is.” Oplaat hoopt dat ook exportbestemmingen zich voortaan in hun restricties beperken tot de regio waar zich een uitbraak voordeed.

Ruimer kijken

Stichting Wakker Dier zou graag zien dat de vogelgriepuitbraken anders werden benaderd. Ook ophokken biedt geen bescherming volgens Hilhorst. Hoe zouden bedrijven waar vogels nooit buiten komen anders besmet kunnen worden? Er is nog veel onbekend, onderstreept zij. “Het is jammer dat er niet ruimer naar gekeken wordt door de sector. Je zou ook kunnen kiezen voor een robuustere kip, en deze vaccineren tegen vogelgriep. Er bestaat al een basisvaccin, maar deze wordt pas tegen een redelijke prijs geproduceerd wanneer er voldoende vraag naar is. Dat is dus, heel toepasselijk, een klassieke kip-of-het-ei-kwestie.”

Wat zijn de wensen van de consument?

Maar wil de consument wel gevaccineerde kip? De consument wil ook geen ruimingen, antwoordt Hilhorst. “Het is een kwestie van goede voorlichting, dan vermoed ik dat de consument er geen probleem mee heeft.” Wakker Dier vindt het ‘niet eerlijk’ om kippen uit voorzorg binnen te houden, zonder serieus naar alternatieven te kijken om de vogelgriep tegen te gaan of in elk geval te minimaliseren. Je zou het buitenverblijf van kippen met bomen kunnen beplanten, zodat watervogels het niet meer aantrekkelijk vinden om er te landen, stelt ze voor. “En wie zegt dat de vogels bijvoorbeeld de minder agressieve variant van de griep niet kunnen uitzitten? Nu wordt bij elke uitbraak meteen zo’n heel pluimveebedrijf geruimd.”

Plofkipvrije supermarkten

Genoeg over de vogelgriep. Er zijn ook positieve ontwikkelingen in de pluimveesector. De snelle opmars van de diervriendelijker ‘conceptkip’, bijvoorbeeld, die de ‘plofkip’ vrijwel uit de Nederlandse schappen heeft verdreven: in één jaar van een marktaandeel van nul tot twintig procent, volgens Oplaat. Nederland is het enige land waar geen gangbare kip meer op de versmarkt te krijgen is, voegt hij daar aan toe. Waarbij gangbare kip gelezen kan worden als plofkip. Maar dat woord zul je Oplaat niet horen gebruiken. Plofkip is een activistische term, stelt hij. Hilhorst beaamt dit. “Dat klopt. We gebruiken deze term om campagne te voeren.” Zij is verrast over het tempo waarmee het woord in brede kring ingeburgerd raakte. Ook veel mensen uit de sector gebruiken die naam inmiddels. Maar de snelle acceptatie van de benaming laat zien dat de consument het belangrijk vindt dat er op dierenwelzijn wordt gelet.

Wakker Dier is heel blij met de ontwikkeling dat zo’n 95 procent van de supermarkten inmiddels ‘plofkipvrij’ is, zegt Hilhorst. Maar de industrie, het grootste deel van de horeca en alle fastfoodketens gebruiken volgens haar nog plofkip. Tegen dat laatste heeft Wakker Dier afgelopen jaar volop campagne gevoerd.

De conceptkip

Wakker Dier beschouwt de conceptkip als ‘tussenkip’. “Wij streven ernaar dat heel Nederland alleen nog maar kip koopt met minimaal één Beter Leven-ster van het keurmerk van de Dierenbescherming. De grootste welzijnsproblemen, groeisnelheid en leefruimte, zijn weliswaar iets aangepakt door de sector, maar de leefomstandigheden zijn nog niet goed te noemen.” Als voordeel van het Beter Leven keurmerk noemt Hilhorst de onafhankelijke controle. Nu heeft elke supermarkt zijn eigen soort conceptkip ontwikkeld. Daarmee keurt de slager zijn eigen vlees.

De NEPLUVI-voorzitter ziet de conceptkip vooral als ‘aanvaardbaar compromis’. “De beste kip bestaat niet”, zegt hij. “Een biologische kip krijgt veel meer ruimte en uitsluitend biologisch voer. Maar daarmee is de CO2- footprint van zo’n kip vele malen hoger.” Daarom zou de consument volgens Wakker Dier niet alleen voor bétere, maar tegelijkertijd vooral ook voor mínder kip moeten kiezen.

Marktvergroting

Dat een dergelijk streven niet past in de visie van NEPLUVI wekt geen verbazing. De vereniging is momenteel volop bezig met het openbreken van de Aziatische markt, een mogelijkheid die zich waarschijnlijk aandient dankzij een handelsverdrag met Indonesië (CEPA). Op dit moment is zeventig procent van het kippenvlees sowieso al bestemd voor de export. Oplaat: “Dat dat zo’n hoog percentage is, komt vooral ook doordat Nederlanders vooral kipfilet willen. Naar de rest van de kip is te weinig vraag in eigen land. Maar we produceren ook gangbare kip voor het buitenland. In andere landen is nog nauwelijks vraag naar conceptkip, zeker in Azië niet. Zij gaan gewoon voor gezond en goedkoop. We hopen dat de Europese Commissie CEPA binnen twee tot drie jaar afrondt, zodat we dan ook naar deze nieuwe afzetmarkt kunnen exporteren. ”

Maar leidt productievergroting dan niet al snel weer tot verslechtering van dierenwelzijn en/of kwaliteit? “Wij houden vast aan onze productiestandaarden. En die zijn vele malen hoger dan die in Azië zelf”, zegt Oplaat. Dat argument klinkt Hilhorst bekend in de oren. “Wij hoeven hier in Nederland niet voor de rest van de wereld kip te gaan produceren. Wanneer je echt begaan bent met het verbeteren van productiemethoden, introduceer die methodes dan daar ter plekke, zou ik zeggen.”

Hoewel de visies op een gezonde pluimveesector duidelijk sterk uiteenlopen, over één ding zijn NEPLUVI en Wakker Dier het roerend eens: met Trump als president van Amerika, zal een handelsverdrag als TTIP waarschijnlijk niet doorgaan. Dat zouden beide organisaties als een zegen ervaren. Wakker Dier vanuit het perspectief van dierenwelzijn; NEPLUVI vooral vanwege de onwenselijke toetreding van kip van een stuk lagere kwaliteit op de markt.