In de afgelopen 6 jaar is het zoutgehalte van levensmiddelen die de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) onderzocht met 11% afgenomen. Dat geldt overigens niet voor sauzen; daar nam het zoutgehalte juist toe. Het percentage verzadigd vet in de onderzochte levensmiddelen daalt in 2017 langzaam. Dit blijkt uit vandaag gepubliceerd onderzoek naar de samenstelling (zout en verzadigd vet) van levensmiddelen in Nederland.

Minder zout

De NVWA onderzocht in het kader van de jaarlijkse zoutmonitoring 404 vergelijkbare levensmiddelen (brood, chips en zoutjes, conserven, (diepvries-)snacks, kaas, kant-en-klaar-maaltijden, koek en banket, sauzen, soep en vleeswaren) als bij de start van de monitoring in 2011. De resultaten van de bemonstering wijzen uit dat in de afgelopen 6 jaar het zoutgehalte in deze productgroepen met 11% is gedaald. Hiervoor zijn vooral de productgroepen brood, conserven, kaas, kant-en-klaarmaaltijden, soep en vleeswaren verantwoordelijk. Wel zijn er nog steeds grote verschillen in zoutgehaltes binnen dezelfde productsoorten. Alleen in de productgroep sauzen is geen reductie van zout waarneembaar maar juist een toename van 8%. Wanneer de monitoringsgegevens van alle 858 onderzochte producten over de jaren worden vergeleken is het gemiddelde zoutgehalte gedaald van 1,24% in 2011 naar 1,13% in 2017.

Er zijn voor veel productgroepen maximum-normen voor zout afgesproken in het Akkoord verbetering productsamenstelling. Voor de productgroep groenteconserven voldoet 83%, voor soep en bouillon 86% en voor specifieke vleeswaren voldoet 73% aan de afgesproken normen. Verder is opvallend dat circa 50% van de bouillonblokjes in 2017 nog niet voldeed aan de afgesproken norm. En voor vleesconserven voldeed slechts 59% aan de aanstaande norm.

Een andere conclusie uit de monitoring is dat het zoutgehalte dat wordt vermeld op etiketten van producten in de regel hoger is dan het geanalyseerde zoutgehalte. Het duidelijkst is dit voor de productgroep kaas. Onduidelijk is waardoor dit precies wordt veroorzaakt.

Percentage verzadigd vet daalt langzaam

Uit de resultaten van onderzoek naar verzadigd vet blijkt dat het gemiddelde gehalte in geselecteerde productsoorten langzaam afneemt. Zo voldeed in 2017 60% van de bemonsterde paté en smeerleverworst aan de afgesproken maximale norm voor verzadigd vet; in 2016 was dit nog minder (48%). 94% van de bemonsterde kant- en klaar-maaltijden voldeed aan de aanstaande norm voor verzadigd vet. Ook voor wat betreft verzadigd vet klopt de etikettering niet altijd. Meest opvallend is dat in Saksische smeerleverworst 12% meer verzadigd vet wordt geanalyseerd dan in de voedingswaarde op het etiket wordt vermeld.

Akkoord verbetering productsamenstelling

De afgelopen jaren zijn vanuit het Akkoord verbetering productsamenstelling afspraken gemaakt over het maximumgehalte aan zout en verzadigd vet in voedingsmiddelen. Het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport heeft dit akkoord begin 2014 afgesloten met brancheorganisaties van de voedingsmiddelenindustrie, retail, horeca en catering. Doel was dat het in 2020 gemakkelijker moet zijn voor de consument om maximaal 6 gram zout en maximaal 10% van de dagelijks benodigde calorieën uit verzadigd vet te laten bestaan. In dit kader monitoren NVWA en RIVM in opdracht van het ministerie van VWS jaarlijks voedingsmiddelen op gehalten zout, suiker en (verzadigd) vet. Dit is het laatste onderzoek naar zout-, suiker- en vetgehalte in levensmiddelen dat de NVWA op deze wijze uitvoert.

Bron: NVWA