In de wereld van vandaag speelt technologie een steeds grotere rol. De medische industrie is hier geen uitzondering op. Zo heeft de gezondheidszorg in de afgelopen decennia door de inzet van technologie een vogelvlucht kunnen nemen.

Innovatie in de gezondheidszorg

Waar iemand met een keizersnede vroeger een groot litteken over de hele buik opliep, waarbij buikspieren werden doorgesneden, zijn de littekens nu doorgaans klein en bevinden zich op een ‘onzichtbare’ plek. En waar sommige hersenoperaties voorheen wellicht niet werden aangedurfd, omdat men erg diep in de hersenen moest zijn, zijn steeds minder plekken onbereikbaar voor chirurgen. Door de ontwikkeling van kleiner operatiemateriaal en camera’s die door een bloedbaan kunnen worden ingebracht, en door gebruik te maken van MRI-scans en navigatiesystemen die chirurgen precies laten weten waar ze zich bevinden in het lichaam, is precisiechirurgie mogelijk.

Persoonsspecifieke behandelmethoden

Deze vorm van chirurgie zorgt er niet alleen voor dat operaties een grotere kans van slagen hebben, maar ook dat de gevolgen van de operatie, de herstelperiode en littekens, minder heftig zijn. Steeds meer medische handelingen in het ziekenhuis worden ondersteund of zelfs overgenomen door technologische innovaties. Naast het ondersteunen van operaties met scans en navigatiesystemen, worden breuken geanalyseerd door 3d-foto’s, kan bestraling steeds gerichter worden toegepast en wordt gekeken naar de ontwikkeling van personalised medicine en persoonsspecifieke behandelmethoden gebaseerd op iemands DNA.

Weerstand tegen medische technologie

Niet alleen in het ziekenhuis ondersteunt medische technologie in toenemende mate de gezondheid van mensen, ook in zorginstellingen en bij zorg aan huis zijn er kansen te over om gebruik gemaakt van technische innovaties. Zo kunnen mensen die niet kunnen praten en slecht bewegen, die vroeger volledig afhankelijk waren van hun omgeving, zich nu met behulp ooggestuurde computers uiten en voortbewegen. Daarnaast kunnen mensen die op dagbasis ondersteuning in huis nodig hebben deze via een zorgplatform krijgen of een consult afnemen via Skype, en kunnen mensen met dementie nu door gebruik te maken van een gps-systeem meer bewegingsvrijheid ervaren.

Dat technologie een steeds grotere rol inneemt in ons leven, vindt iedereen niet meer dan normaal. Zo zijn de smartphone en smarttv niet meer weg te denken uit het dagelijks leven, evenals de elektrische auto en de slimme thermostaat. Toch lijkt technologie nog niet altijd zijn plek te hebben gevonden in de zorg, en worden innovaties in deze sector niet altijd met vreugde begroet. Zo wordt te vaak gedacht dat de invoer van technologie in de zorg gestuurd wordt door bezuinigingen, waardoor er banen zullen verdwijnen, en dat de persoonlijke band tussen zorgverlener en cliënt zal worden aangetast.

Innovatie als ondersteuner van zorg

Het eerste bezwaar is volgens zorgbestuurder Monique Kavelaars, zeker op de korte termijn, onterecht. Ze legt uit dat men juist moet investeren in technologie en innovaties om toekomstbestendige zorg te realiseren, en dat dit, met name in het begin, veel geld zal kosten. Dat er op de langere termijn geld mee kan worden bespaard ontkent ze niet, maar “het innoveren in de zorg draait in eerste instantie om het vergroten van de kwaliteit van zorg.” Dit wordt beaamd door Rutger Engels, voorzitter Raad van Bestuur van het Trimbos instituut en tevens hoogleraar Developmental Psychopathology aan de Universiteit Utrecht, die hieraan toevoegt dat technologische innovaties de kwaliteit van leven zullen vergroten, en de kosteneffectiviteit ervan nog zal moeten worden onderzocht. Het tweede bezwaar, dat het de relatie tussen zorgverlener en -vrager zal beïnvloeden, snappen beiden experts wel.

Ondanks dat het doel niet is om de band tussen een cliënt en zorgverlener te veranderen, zal dit toch gebeuren, zoals alle relaties in de samenleving als gevolg van technologie veranderen. Dit is echter niet direct verkeerd, geeft Kavelaars aan. Volgens haar zal menselijke aandacht altijd belangrijk blijven, “maar cliënten worden vaak onderschat en kunnen met een beetje hulp vaak nog heel veel zelf doen”, iets dat volgens haar kan worden ondersteund met technologie.

Tijd- en kwaliteitswinst

Zo kunnen mensen bijvoorbeeld door gebruik te maken van een zelfhulp-coachingapp nog zelf hun was doen of een maaltijd bereiden, maar ook zelfstandig medicijngebruik ondersteunen. Dat de band tussen zorgverlener en zorgvrager anders zal worden, kan wellicht lastig zijn, aangezien de manier van werken aangepast zal worden. Toch is Kavelaars ervan overtuigd dat de verzorgenden op de langere termijn enkel nog voordelen zien van deze ontwikkeling. Zo kan de zorgverlener zijn of haar tijd op een efficiëntere manier inzetten door cliënten, waar mogelijk, dingen zelf te laten doen en te kijken waar zij specifiek behoefte aan hebben, in plaats van de vaste zorgstructuren te volgen.

Hierdoor wordt de one size fits all-zorg losgelaten. “Dit maakt het bieden van personalised care mogelijk. Dit is zorg die past bij de behoefte en motivatie van de persoon in kwestie”, zegt Engels. Kavelaars vult aan: “Op die manier zorgen technologieën ervoor dat zorg efficiënter kan worden ingericht, waardoor niet alleen tijdwinst, maar ook kwaliteitswinst te behalen is.”

Voorbeeld van innovatie: ehealth apps

Volgens Engels is een ander groot voordeel dat voortvloeit uit medische technologie dat meer mensen kunnen worden bereikt, ook mensen die wellicht anders geen zorg zouden vragen, maar wel nodig hebben. Als voorbeeld geeft hij mental health apps, welke een laagdrempelig eerste moment van preventie en zorg kunnen vormen voor mensen die klachten hebben, maar nog niet naar een arts durven. Engels: “We weten dat veel mensen met psychische problemen geen hulp zoeken, of veel te laat, terwijl zelfhulp-apps deze mensen wel in een vroeg stadium kunnen ondersteunen.”

Hierbij is het wel van belang dat deze data gemonitord worden door een arts of andere zorgverlener, zodat deze, mits dit nodig is, kan inspringen en zorg kan bieden. Engels geeft aan dat, door de data die deze apps verzamelen, het bieden van proactieve zorg ook mogelijk zal worden. Zo kunnen signalen van bepaalde ziektebeelden worden gesignaleerd nog voor de aandoening of ziekte zich daadwerkelijk manifesteert, zoals bijvoorbeeld een angststoornis of een depressie. Doordat via data van een gebruiker de stemming via deze app wordt gemeten, kan aan de hand van die opgeslagen data voorspellingen worden gedaan wanneer een depressieve episode weer nadert, waarop dan geanticipeerd kan worden.

Medische technologie voor empathie

Apps kunnen ook worden ingezet om familieleden van hulpbehoeftigden, zoals mensen met dementie, te ondersteunen. Engels geeft een voorbeeld: “Zo is er recent een virtual reality dementiebril ontwikkelt die mensen laten ervaren hoe het is om dementie te hebben, waarbij men bijna zelf aan den lijve ervaart hoe het is om dingen niet meer te kunnen en te vergeten.” Dit zorgt volgens hem voor meer inzicht en empathie. Iets dat zeker in de veranderende zorgstaat van nu, waarin ook informele sociale netwerken ter ondersteuning erg belangrijk zijn, zo legt hij uit.

Daarnaast kunnen apps gebruikt worden om interventies en therapieën te ondersteunen. Engels geeft het voorbeeld van applied gaming, waarbij interventies bij kinderen kunnen worden toegepast via games. Als bijvoorbeeld een kind erg angstig is, zo vertelt hij, dan kan therapie in de vorm van een spel de interventie zelfs leuk maken, waardoor het beter werkt.

Innovatie voor zelfredzaamheid

Beide experts zijn ervan overtuigd dat de inzet van ehealth innovaties de eigen regie en zelfredzaamheid van mensen zal vergroten. Nu van mensen wordt verwacht dat zij meer zelf doen en langer thuis blijven wonen, wordt die zelfredzaamheid steeds belangrijker. Door de steun van technologie, bijvoorbeeld in de vorm van ehealth apps, gps-systemen of elektrisch bedienbare deuren, kunnen mensen met zorgbehoeften beter voor zichzelf zorgen en deelnemen in het dagelijks leven. Engels vertelt dat ook de inzichtelijkheid van zorg, welke versterkt moet worden door verschillende evidence-based onlinediensten en apps, de eigen regie bevordert. Zo kunnen mensen professionele zorg vergelijken en uitkiezen, en hun eigen dossier inzien en delen met wie zij zelf willen, zodat de regie, maar ook het medische verleden, bij de persoon in kwestie blijft.

De toegenomen zelfredzaamheid zal een positieve bijdrage leveren op het leven van cliënten, zo vertelt Kavelaars, omdat het hen minder afhankelijk maakt. Het zelf doen van dingen, variërend van zelf de was doen tot een parttimebaan bij de bakker waarbij de medische toestand gemonitord wordt door een wearable, geeft mensen een doel, waardoor de kwaliteit van leven toeneemt. Daarnaast zal de eigen regie de behandeling ten goede komen, zodat de gestelde doelstellingen eerder behaald worden. Daarbij is volgens Kavelaars de belangrijkste doelstelling het zo zelfstandig en zelfredzaam mogelijk participeren in de samenleving.

Het recht op medische technologie

Zelfredzaamheid ondersteunt de zelfbeschikking van mensen in de zorg. Deze wordt als volgt omschreven: ‘iedereen moet zelf vorm kunnen geven aan het eigen leven’, waarbij de eigen autonomie en het mogen maken van keuzes een grote rol speelt. Omdat zelfredzaamheid versterkt wordt door medische technologie, en hierdoor de zelfbeschikking indirect ook, is Kavelaars van mening dat ieder mens recht heeft op technologische innovaties. Net zoals iedereen recht heeft op zelfbeschikking. Zij geeft aan dat het de plicht van de Nederlandse zorgaanbieders is om er alles aan te doen dat zorgvragers zo zelfstandig mogelijk in de samenleving kunnen participeren, waarbij een focus op innovaties onontbeerlijk is. Kavelaars vindt dat dit recht op technologische innovaties moet worden gestimuleerd door de overheid.

Om ervoor te zorgen dat zorgvragers toegang hebben tot de laatste technologieën, moeten zorginstellingen op de hoogte blijven van de laatste kennis en deze ook kunnen toepassen. Dit vereist net als in de medische zorg een aanzienlijke investering. Niet alleen moeten nieuwe technologieën ontwikkeld worden, deze moeten ook worden uitgetest, waarna deze moeten worden geperfectioneerd voordat ze bij cliënten en patiënten terecht kunnen komen. Daarnaast moeten verzorgenden mogelijk geschoold worden in de werkwijze van deze innovaties en moeten instellingen of woningen technologie-proof gemaakt worden. Om deze R&D (research and development) te kunnen bekostigen, moeten niet alleen de zorginstellingen, zo geeft Kavelaars aan, maar ook de overheid investeren in de toekomst van de zorg.