Longkanker staat in de top 10 meest voorkomende doodsoorzaken. Een sterke motivatie om te investeren in verbeterde onderzoeksmethodes en behandelopties. Wim Timens is professor en hoofd van de afdeling Pathologie en Medische Biologie in het Universitair Medisch Centrum Groningen. Hij zet uiteen hoe een biopt wordt afgenomen.

Een patiënt komt met klachten, zoals kortademigheid of pijn op de borst, meestal bij de longarts terecht. Als klinisch onderzoek doet vermoeden dat er sprake is van kanker wordt er een biopt afgenomen. Het biopt is een stukje tumorweefsel dat wordt afgenomen om op pathologisch en vaak ook moleculair niveau onderzoek te doen. Een stukje tumorweefsel weghalen bij iemand met een longtumor is een meer complexe procedure dan bijvoorbeeld bij iemand met een huidtumor. De tumor kan namelijk moeilijk bereikbaar zijn.

Afnemen biopt

Als er een tumor in de long wordt geconstateerd, neemt de arts meestal een trans-thoracaal biopt af. Timens: “Een trans-thoracaal biopt wordt bijna altijd afgenomen door een radioloog onder plaatselijke verdoving. De echo of CT-scan helpt de radioloog te zien waar hij het weefsel moet weghalen. Dit gebeurt met een dikke holle naald die tussen de ribben door in de long wordt geprikt. Als de tumor vlakbij de luchtwegen zit of zich helemaal in het midden bevindt, dan is deze methode niet mogelijk.” Alternatief kan het tumorweefsel via bronchoscopie worden benaderd. “Bij deze methodes wordt een flexibele scoop naar de longen geleid via de mond- of neusholte.” Een patiënt krijgt een lokale verdoving in de keel om een kokhalseffect te voorkomen als de flexibele scoop naar binnen wordt gebracht. Door de scoop wordt via een tangetje direct een stukje weefsel weggenomen.

Alternatief

Mocht het niet mogelijk zijn het tumorweefsel te bereiken via bovenstaande technieken, is het ook mogelijk een longpunctie te doen vaak via de slokdarm (EUS) of luchtwegen (EBUS). Er worden dan enkel cellen opgezogen. “Op deze cellen kunnen we tegenwoordig ook moleculaire diagnostiek doen. Als er voldoende tumorcellen aanwezig zijn in de punctie kunnen we de kanker ook op deze manier analyseren. Het is wel lastiger om een nauwkeurige diagnose te stellen op basis van de punctie.” Er wordt ook onderzoek gedaan om moleculaire diagnostiek uit te voeren op losse tumorcellen of DNA in het bloed. “Deze losse tumorcellen of DNA afkomstig van de tumoren ergens in het lichaam, kan tegenwoordig ook in het bloed aangetoond worden. Omdat het bloed overal komt, vergroot dat de kans dat het meer verschillende tumorcellen of tumor-DNA kan oppakken. Dit zal een aanvullende techniek worden, omdat tumoren niet altijd genetisch materiaal in het bloed loslaten.

Een kanker is niet homogeen. Dat betekent dat de kanker niet uit allemaal dezelfde tumorcellen bestaat. Een biopt is maar een heel klein stukje van een tumor en daarin zijn dan ook niet altijd alle varianten kankercellen aanwezig, terwijl er in het bloed mogelijk wel meer van die varianten tumorcellen kunnen worden gevonden. Echter, het nemen van een weefselbiopt en het uitvoeren van diagnostiek door de patholoog is nog steeds het belangrijkst om te bepalen of we met kanker te maken hebben en welke therapie we het best kunnen geven. Vandaar dat op dit moment het testen van bloed waardevol, maar vooral nog van aanvullende waarde is. In het geval dat het nemen van een biopt niet lukt, is het van belang met de bloedtest nog iets in handen te kunnen hebben.

Diagnose

De patholoog analyseert het biopt voor de pathologie diagnose, vervolgens de klinisch moleculair bioloog in de pathologie (KMBP) voor de moleculaire analyse. De patholoog verwerkt dan alle resultaten in een rapport. De klinisch behandelaar, vaak een longarts of oncoloog, maakt vervolgens de afweging of de patiënt in aanmerking komt voor vervolgdiagnostiek en/of direct met een bepaalde behandeling start. “Dat de tumor heterogeen is, maakt dat vaak één type behandeling niet volstaat. Daarom zijn we op zoek naar combinatietherapieën.” Een uitgebreider scala aan predictieve (moleculaire) testen, kan nieuwe behandelmogelijkheden creëren voor een patiënt. Het is daarom heel belangrijk dat artsen de weg weten om deze diagnostiek uit te laten voeren en te bespreken met patholoog. Als de arts onbekend is met de procedure, kun je als patiënt erop aandringen dat deze mogelijkheden worden onderzocht. Het is ook een optie een second opinion aan te vragen bij een gespecialiseerde longoncologie-afdeling.

Dit artikel is financieel mogelijk gemaakt door Takeda. De hierin besproken meningen en ervaringen zijn afkomstig van de geïnterviewde personen, Takeda heeft geen invloed op de inhoud gehad.

NL/ONC/19/0065