Maria heeft last van een hartritmestoornis. “Op een bepaald moment ging mijn hart opeens heel anders kloppen dan normaal. Dat gebeurde zonder aanwijsbare reden. Dan weer snel, dan weer langzaam en het was alsof het steeds oversloeg. Heel beangstigend en je grijpt op zo’n moment direct naar je borst alsof je een hartaanval hebt.”

Welke symptomen had Maria?

Maria vervolgt: “Iedereen kent het gevoel van een overslaand hart wel; dat duurt twee, drie seconden. Maar bij mij hield het zeker vijf minuten aan. Mijn man was niet thuis toen dat voor het eerst gebeurde, dus ik heb gelijk mijn dochter gebeld. Zij kwam meteen, maar op het moment dat ze hier de deur binnenstapte waren die hartkloppingen al over.

Twee uur later kreeg ik het opnieuw en toen zijn we gelijk naar het ziekenhuis gegaan. Ik had het niet alleen wanneer ik bukte, of me wat intensiever inspande, maar ook in rusttoestand of als ik ‘s avonds naar bed ging. Mijn hartslag was in rust soms wel hoger dan 130 slagen per minuut, terwijl ik toch een heel redelijke conditie heb. Ik schrok daar enorm van, want ook door diep ademhalen veranderde die onregelmatige hartslag niet. Soms leek het over te gaan als ik diep voorover bukte en heel erg in elkaar dook.”

Maria’s ECG

Op de Spoedeisende Hulp in het ziekenhuis kreeg Maria een ECG. “Het maken van zo’n filmpje is heel eenvoudig en doet geen pijn; het is bijna een standaardonderzoek in een ziekenhuis. Je krijgt een stel plakkers op je borst die verbonden zijn met een apparaat. Zo worden je bloeddruk, hartslag en hartritme een half uur lang opgemeten. Op dat hartfilmpje konden ze niets afwijkends zien. Het is een momentonderzoek en juist op het moment dat de ECG gemaakt werd, had ik geen ritmestoornissen.”

Wanneer boezemfibrilleren langer dan twee dagen aanhoudt, is de kans op het ontstaan van een bloedstolsel in het hart verhoogd. Dit is een gevaarlijk risico, want je voelt daar niets van. Dat is ook de reden dat Maria na het ECG-onderzoek bloedverdunnende medicijnen kreeg. De verschillende onderzoeken in het ziekenhuis, waaronder de ECG, brachten geen abnormale afwijkingen van het hart aan het licht. De klachten van Maria waren echter voor de cardioloog reden genoeg voor verder onderzoek.

Holteronderzoek voor de diagnose van de hartritmestoornis

Maria vertelt: “Ik had gelukkig geen hartaanval gehad en was blij dat de cardioloog m’n klachten heel serieus nam. Hij besloot vrij snel een zogenoemd Holteronderzoek te doen. Ik heb toen twee dagen een heel klein kastje bij me gedragen en allerlei elektrodes op m’n borst gehad. Die twee dagen dat ik dat kastje bij me droeg, moest ik gewoon de alledaagse dingen doen: werken, het huishouden, tennissen en een wijntje drinken. In een boekje moest ik op het uur nauwkeurig bijhouden wat ik precies aan inspanning deed, wanneer ik iets at en wanneer ik klachten had. Het Holteronderzoek bleek voor de cardioloog genoeg aanknopingspunten te hebben om de officiële diagnose hartritmestoornissen te stellen.”

Welke medicatie kreeg Maria?

Maria mocht vrij snel met medicatie beginnen. “Dat was maar goed ook, want ik voelde me zó slecht. Niet vanwege die hartkloppingen, maar door de angst. Die sloeg me vaak letterlijk om het hart. De cardioloog schreef me een geneesmiddel voor dat de hartritmestoornis tegengaat. Zo’n middel moet binnen een paar uur gaan werken, maar bij mij sloeg het niet goed aan. Ik bleef last houden van de hartritmestoornis.

Ik stond in die periode onder intensieve controle van een cardioloog en daarom kreeg ik snel een andere medicijn. Toen ook dat niet binnen een paar dagen aansloeg, kreeg ik een bètablokker die heel goed werkt.” Deze bètablokker vertraagt de hartslag en verlaagt de bloeddruk. Daarnaast heeft het vrij weinig bijwerkingen als heftige dromen en depressiviteit.”

De bijwerkingen

Toen Maria de medicatie ging gebruiken had ze in het begin veel last van bijwerkingen.  “Vooral duizeligheid en misselijkheid. Maar goed, als een medicijn helpt dan is dat niet zo erg. Gelukkig ging dat na een paar maanden over en had ik ook daar geen last meer van.”

Ze gaat verder: “Zolang ik dat ik dat blijf slikken is ook mijn hartritme normaal. Dat merkte ik toen ik het, vanwege een operatie, drie dagen niet mocht slikken. Binnen een dag weer hartkloppingen, hoofdpijn en het complete paniekgevoel weer terug. Bij mij duurde het hele proces, vanaf het moment dat mijn hart voor het eerst oversloeg tot het aanslaan van het goede medicijn, zo’n drie weken. Dat lag vooral aan het zoeken naar het voor mij beste medicijn en het uitproberen van de juiste dosering ervan.”

De impact van de hartritmestoornis

De periode waarin haar hartritmestoornis begon, was voor Maria erg onzeker. “Ik ben gelijk naar het ziekenhuis gegaan, maar het Holteronderzoek vond een dag of vijf daarna plaats. Dat waren geen prettige dagen, want mijn leven werd er enorm door beïnvloed. Ik durfde niet meer in de auto te rijden, want ik was bang dat ik een hartaanval kreeg.

Ook een vakantie naar Texel heb ik destijds afgezegd, omdat daar geen ziekenhuis is. Iedere dag sloeg mijn hart wel een of meerdere malen over en dat duurde soms wel tien minuten tot een half uur. Op een gegeven moment zat ik gewoon te wachten op weer een ritmestoornis. Ik werd me heel bewust van m’n ademhaling en probeerde m’n hartritme weer onder controle te krijgen door diep adem te halen; dat had dan weer tot gevolg dat ik ging hyperventileren. Regelmatig dacht ik dat echt mijn laatste uur geslagen had. Het is een heel naar gevoel, net alsof je elke keer bijna flauwvalt of een zware paniekaanval krijgt.”