Nog maar net 21 was Marcel toen zijn zus hem meenam naar de huisarts. Marcel was verward, achterdochtig, vertrouwde niemand meer. Zijn ouders en zus begrepen niets van zijn gedrag. Hij zelf ook niet. De huisarts verwees Marcel door naar het ziekenhuis waar een psychose werd gediagnosticeerd. Vier jaar later gaat het weer goed met Marcel. “Maar dat heb ik wel te danken aan de hulp die me is geboden. Zonder hulp van mijn persoonlijke begeleider was ik nooit zo ver gekomen.”

Marcel is een vrolijke jongen. Zijn woorden weegt hij zorgvuldig af. Natuurlijk wil hij zijn verhaal vertellen; als hij andere jongeren daarmee kan helpen dan doet hij. “Want echt, je kunt uit de ellende komen, ik ben daar een goed voorbeeld van”, vindt hij zelf.

Niet meer te vertrouwen

Van zijn opname in het ziekenhuis herinnert hij zich nauwelijks iets. Hij was verward en is zijn zus nog steeds dankbaar dat zij in de gaten had dat het niet goed ging. “Ik veranderde. Ik was niet meer te vertrouwen. Maar dat kwam omdat ik zo achterdochtig was. Mijn hoofd was vol, ik werd moe van alle prikkels.” Zijn vrienden raakt hij in die tijd kwijt, zij snappen niets meer van Marcel. Hij woont nog thuis en sluit zich hele dagen op in zijn kamer. Post maakt hij niet meer open en de problemen stapelen zich op. Dat hij in een psychose zou raken, had hij niet kunnen bedenken.

Het duurt twee weken voordat hij de medicijnen die verplegend personeel hem in het ziekenhuis aanreikt, slikt. Ook die medicijnen vertrouwde hij niet. Als hij besluit toch mee te werken om ervoor te zorgen dat hij zich beter gaat voelen, ontdekt hij dat de medicijnen aanslaan. Veertien weken verblijft hij in de kliniek.

Eigen woning

Het is niet makkelijk om na die veertien weken terug te keren in de maatschappij. Marcel krijgt hulp van persoonlijk begeleider Marieke. “Dat was even ongemakkelijk, maar toen ik haar vertrouwde ging het geweldig.” Marieke zorgt er samen met Marcel voor dat hij stappen maakt. “Ik heb nooit op mezelf gewoond en nu heb ik een containerwoning. Een plek voor mezelf.” Marieke leert Marcel het huishouden runnen, ondersteunt hem met zijn financiën en helpt hem op weg naar een zinvolle dagbesteding.

Via de IPS-methode (Individual Placement and Support) werkt Marcel nu, vier jaar na zijn diagnose, 32 uur per week in een spoelkeuken bij een groot warenhuis. Alleen zijn supervisor weet van zijn situatie, zijn collega’s niet; hij is gewoon een van hen. Het contact met zijn vrienden is hersteld. Het was een opgave hen te vertellen wat er aan de hand was omdat er een stigma op rust. Toen het hoge woord eruit was, kwam er begrip. Hij is blij dat hij zijn vrienden weer terug heeft en lekker met hen op pad kan gaan.

Daarnaast leest hij graag, maar daar heeft Marcel nog wat meer moeite mee. Want hoewel het goed gaat, is hij er nog niet. De doelen die hij nu heeft zijn het afbouwen van zijn medicatie, werk vinden in een kledingwinkel en uiteindelijk wil hij graag een eigen huis. “Zo ver is het nog niet. Maar ik zie de toekomst zonnig in.”