Een herseninfarct is bij 80 procent van de mensen met een CVA (Cerebro Vasculair Accident), een ongeluk in de vaten van de hersenen, de oorzaak. Wat zijn de laatste ontwikkelingen in de behandeling hiervan?

Van de jaren 90 tot nu

Al in de jaren 90 van de vorige eeuw werden de eerste onderzoeken gedaan naar methoden om de afsluitende bloedprop waarvan sprake is bij een herseninfarct te verwijderen.
In 2010 had een team van Nederlandse medisch specialisten onder leiding van neuroloog prof. dr. Diederik Dippel het tij mee. De technieken om de diagnostiek en de ingreep uit te voeren waren sterk verbeterd, als ook de stents waarmee de blokkade in de hersenen wordt opgeheven.
Geholpen door de logistieke setting toen, slaagden Dippel en mede-onderzoekers erin om een hoog slagingspercentage voor elkaar te krijgen. Nu wordt dankzij dit onderzoek de nieuwe behandeling voorlopig vergoed in het basispakket.

Behandeling bij een herseninfarct

In tegenstelling tot een hartinfarct is het bloedvat bij een herseninfarct meestal redelijk in orde, legt Dippel uit. “De bloedprop is elders meestal als gevolg van aderverkalking of hartritmestoornissen ontstaan, en is naar de hersenen geschoten. Omdat de kwaliteit van het bloedvat relatief goed is, kan de stent als de bloedtoevoer weer op gang is gekomen, verwijderd worden en nemen we de bloedprop mee naar buiten.”

Door de behandeling herstelt 15 tot 25 procent van de patiënten weer zover dat een zelfstandig leven mogelijk is. Opgemerkt zij dat het meestal om oudere patiënten gaat, slechts 20 procent van hen is onder de 65. Van belang is dat niet iedere patiënt met een herseninfarct geschikt is voor de behandeling. Het gaat uiteindelijk om 10 procent van de ongeveer 20.000 mensen per jaar die voor een herseninfarct in het ziekenhuis worden opgenomen.

Criteria voor een behandeling

Als criteria gelden onder meer dat de afsluiting snel moet zijn aangetoond en dat de patiënt in ieder geval binnen 6 uur na het infarct moet worden behandeld. De bloedprop mag bovendien niet te ver in de hersenen zijn doorgedrongen. Dippel: “Neuro-interventieradiologen kunnen tot de tweede of derde aftakking komen, verder weg kunnen we er niet bij.”

Zorgketens voor CVA

Elke keer als er een nieuwe behandeling voor herseninfarct effectief blijkt, stijgt de behoefte aan een goede organisatie van aanpalende zorg. Ketenzorg dus, volgend op de acute fase, om ervoor te zorgen dat ook met de revalidatie snel begonnen kan worden. Nu zijn in heel Nederland 71 van dergelijke CVA-ketens. De spin in het web van al die CVA-zorgketens is Kennisnetwerk CVA Nederland, dat onder meer het opstellen van kwaliteitsindicatoren en het verspreiden van kennis ten doel heeft.

3 fasen in de CVA-zorg

Directeur Johanna Haanstra legt uit dat de CVA-zorg drie fasen kent, de acute fase, de revalidatiefase en de chronische fase. In alle drie fasen moet de zorg optimaal zijn, maar ook optimaal op elkaar afgestemd. Een goede overdracht tussen zorgverleners met alle informatie over het voorgaande traject is essentieel.

In de acute fase is het aantal zorgverleners vaak nog wel te overzien en bovendien binnen één ziekenhuis te vinden.

Na de acute fase gaat de patiënt binnen enkele dagen naar een revalidatiesetting: thuis of in het verpleeghuis (geriatrische revalidatie), of in een revalidatiecentrum.

Na de revalidatiefase volgt de chronische fase waarin de patiënt en zijn naasten ofwel redelijk zijn hersteld van de gevolgen van het CVA of moeten leren omgaan met de beperkingen.
Zowel in de revalidatie- als chronische fase is er een groot team aan zorgverleners rondom de patiënt, legt Haanstra uit. “Afstemming tussen al die zorgverleners is cruciaal voor het welslagen van de zorg. Daarom zijn goede afspraken in de keten zo belangrijk.”

2 factoren voor herstel

Een tweetal factoren zijn essentieel voor de mate van herstel, vertelt Haanstra. Dit zijn een snelle herkenning van het optreden van een CVA en zo snel mogelijk beginnen met behandelen. Twee factoren waarbij de laatste jaren veel vooruitgang is geboekt.

Door de ontwikkelingen in de medische zorg, zoals Dippel deze schetst, maar ook door een goede organisatie in de keten. Er is nu bijvoorbeeld veel meer bekend over wat wel en niet werkt in de revalidatiefase bij oudere mensen.

Intensief oefenen in deze revalidatiefase is een van de factoren die in belangrijke mate bijdragen aan het herstel, legt Haanstra uit. Niet alleen door de formele zorg, maar ook met behulp van vrienden en familie. Een groot aantal mensen keert na een CVA weer huiswaarts en kan met geringe of grotere neuropsychologische of lichamelijke beperkingen het leven hervatten.

Netwerk rondom de patiënt

Ook Monique Lindhout, directeur van patiëntenvereniging hersenletsel.nl, voor mensen met niet-aangeboren hersenletsel waaronder het CVA, wijst op het belang van begeleiden en ondersteunen door het informele netwerk rondom de patiënt.

Voor de formele zorg is steeds minder geld, zegt Lindhout, het belang van het netwerk rondom de patiënt is daarom nog belangrijker geworden. Maar soms is het lastig om dat netwerk erbij te betrekken.

Waar mensen voordat een CVA hen trof vol in het leven stonden, zijn zij eenmaal weer thuis niet zelden een deel van dat netwerk kwijt. Lindhout: “De omgeving weet niet altijd goed om te gaan met iemand die bijvoorbeeld opeens niet meer kan praten.”

Rol van de patiëntenvereniging

De patiëntenvereniging krijgt veel verhalen over de geboden zorg in de verschillende fasen. Op papier is het goed geregeld, zegt Lindhout, maar in de praktijk zijn er volgens haar nog wel wat beperkingen om de beste zorg voor de patiënt te bieden. Beperkingen van financiële aard, maar ook procesmatig. Bovendien wijst zij erop dat niet te snel het oordeel gegeven mag worden dat de patiënt te slecht zou zijn voor revalidatie, een situatie die Lindhout ook zelf van nabij heeft meegemaakt.

Zij doet vanuit de patiëntenvereniging een dringend beroep op medisch specialisten om te blijven openstaan voor mogelijkheden van herstel, ook al ziet het er in eerste instantie weinig hoopvol uit. Essentieel blijft dat mensen met een CVA zo snel mogelijk in het ziekenhuis terechtkomen. De ketenzorg kan nog zo goed geregeld zijn, goede zorg voor mensen met een CVA begint bij er tijdig bij zijn, benadrukt Dippel. Ieder uur wachten, betekent 6 procent minder kans op herstel, zegt hij. Patiënten met herseninfarct moeten zo snel mogelijk naar een van de 16 ziekenhuizen die de nieuwe ingreep doen. Bij een CVA blijft spoed geboden.