Momenteel is de motie van Wolbert van kracht. Deze schrijft voor dat alle schoolkantines in 2017 gezond moeten zijn. Een verandering die niet alleen de politiek, maar ook leerlingen zelf lijken toe te juichen.

De gezonde schoolkantine

“Ieder kind heeft recht op een gezonde schoolomgeving”, aldus Heleen Schuit van het Voedingscentrum. “Kinderen brengen hier een groot gedeelte van hun dag door en het is dan ook belangrijk dat ze worden gestimuleerd om zoveel mogelijk gezonde keuzes te maken.”

Het Voedingscentrum kan hen hierbij helpen. Schuit: “Vanaf 2003 bestaat het programma ‘De gezonde schoolkantine’ en de afgelopen jaren heeft onze Schoolkantine Brigade bijna alle middelbare en mbo-scholen in Nederland bezocht. Ze geven advies en maken een rapport op maat, met de beginsituatie en stappen die moeten worden ondernomen om aan de Richtlijnen Gezondere Kantines te kunnen voldoen. De brigadier die langs is geweest, vormt vanaf dat moment het aanspreekpunt van de school.”

Verschillende niveaus

Om de kantines te beoordelen, hanteert het Voedingscentrum verschillende kwaliteitsniveaus. “Zo is er de zilveren schoolkantine”, vertelt Schuit. “Het assortiment moet in dat geval voor minimaal 60 procent uit betere producten bestaan en voor maximaal 40 procent uit ongezondere keuzes. Erna komt de gouden schoolkantine, waar de verhouding 80 en 20 procent is. En ten slotte het ideale niveau, waarbij alle producten binnen de Schijf van Vijf vallen.”

“We letten op de uitstraling, zoals de looproute, het postermateriaal en de automaten. Er is groente of fruit aanwezig en water dient altijd op een hygiënische manier te worden aangeboden.”

Verleiden tot gezonde keuzes

Momenteel heeft de Schoolkantine Brigade ruim 1600 locaties bezocht, waarvan 700 een Schoolkantine Schaal hebben gekregen voor het voldoen aan de richtlijnen. Maar een gezond aanbod alleen, is niet genoeg. De goede keuzes moeten nog wel gemaakt worden. Schuit: “We hopen dat de meeste leerlingen vanuit huis het goede voorbeeld krijgen, maar dit is niet altijd het geval. School speelt in dat geval een sleutelrol.”

Zo wordt er geprobeerd de leerlingen op allerlei manieren te verleiden tot het maken van gezonde keuzes. “In het geval van mbo- of vmbo-scholen werken jongeren vaak zelf vanuit praktijkvakken in de kantine”, aldus Schuit. “Zij bereiden dan producten voor die vervolgens in de kantine kunnen worden verkocht. Bij havo- en vwo-leerlingen kunnen scholen ze vanuit vakken als economie of lichamelijke opvoeding stimuleren om na te denken over gezondheid. Andere manieren zijn het geven van een naam aan de kantine, prijsvragen of het houden van enquêtes waarin ze hun wensen kunnen aangeven.”

Toch zijn de richtlijnen voor het grootste deel gebaseerd op de overtuiging dat de meeste besluiten onbewust gemaakt worden. Schuit: “We zijn van nature lui en willen niet veel moeite doen voor ons eten. Hier spelen we op in door het principe van nudging. Gezonde producten liggen vooraan en worden in grote hoeveelheden aangeboden, terwijl de slechtere opties meer uit het zicht staan.”

Steeds meer vraag naar gezond eten

Volgens Schuit wordt het echter steeds normaler om gezond te eten. “Zo ontstaat er ook vanuit de leerlingen vraag naar gezonde voeding. Dat is fijn om te zien.”

Een gegeven dat ook Ruud Baljé kan beamen. Als voorzitter van de Vereniging voor Ondernemende Contract Cateraars (VOCC) volgt hij de ontwikkelingen rondom kantines op de voet. “Uit het nationaal cateringonderzoek is gebleken dat 60 procent van de mensen die toegang heeft tot een catering openstaat voor gezonde voeding. Dat zijn in totaal ongeveer 2,5 miljoen mensen. Opvallend hierbij is dat de zogenoemde millennials, ofwel mensen tussen de 17 en 37 jaar oud, met name hiervoor openstaan. Dit is heel anders dan tien jaar geleden.”

De jeugd lijkt bovenal steeds meer smaken te willen proeven. Baljé: “Doordat veel jongeren reizen, komen ze in aanraking met allerlei verschillende soorten eten. Als ze terugkomen willen ze vaak geen kroket meer bij de lunch, maar hebben de voorkeur voor wat ze in het buitenland hebben geproefd. Voorbeelden zijn Vietnamees eten of sushi. Vaak zijn deze gerechten ook veel gezonder, omdat ze vers worden bereid en veel groenten bevatten.”

Ook social media blijken een rol te spelen. “44 procent van de millennials delen hun maaltijden op hun profiel”, aldus Baljé. “Dit kan een foto van het eten zijn of van henzelf met de maaltijd. Een teken dat ze zich steeds meer willen vereenzelvigen met voeding.”

Einde kroket- en loketbuffet

De veranderingen hebben ook gevolgen voor de cateraars. “Vroeger was er sprake van een lijnbuffet”, aldus Baljé. “Nu is echter steeds vaker een horecamatige inrichting te zien. Voor de medewerkers betekent dit dat ze het eten vers moeten bereiden, in plaats van enkel uitreiken. Ze moeten worden omgeschoold tot echte koks.”

“Ook maken steeds meer cateraars gebruik van social media”, vervolgt Baljé. “Zij proberen in te spelen op het feit dat jongeren een groot deel van de dag op hun mobiel zitten. Voorbeelden zijn apps waarin ze kunnen aangeven wat ze zouden willen eten. De app stelt dan uit alle producten een gerecht voor hen samen.”

Het tijdperk van de frituur lijkt dus voorgoed voorbij. Baljé: “Het gaat tegenwoordig om inrichting, natuur, cultuur, kwaliteit en waarde. En zoals ik het noem, het einde van het kroket- en loketbuffet.”