Vrouwen die relatief veel vet voedsel eten tijdens hun zwangerschap beïnvloeden mogelijk de ontwikkeling van het immuunsysteem van hun ongeboren kind. Dit melden onderzoekers in Genome Medicine. Het schijnt dat de diversiteit aan bacteriën in de darmen minder is bij baby’s waarvan de moeder een hogere vetinname heeft.

Microbiota in de darmen

De verzamelnaam voor de micro-organismen in de darmen is microbiota. Bacteriën in de darmen zijn nodig om koolhydraten om te zetten in energie. Een lage diversiteit aan bacteriën kan ervoor zorgen dat dit proces verstoord wordt. Dit heeft mogelijk gevolg voor de ontwikkeling van het immuunsysteem.

Vet vermindert bacteriën diversiteit

Van meer dan 150 vrouwen is het eetpatroon onderzocht in de laatste fase van de zwangerschap. De dagelijkse inname van vet, suikers en vezels waren de drie indicatoren.

Bij vrouwen met een hoge vetinname bleek de diversiteit lager te zijn in de darmen van baby’s. Onderzoekers stelden dit vast na analyse van proefmonsters die bij de geboorte en na 4-6 weken werden afgenomen.

Volgens hoofdonderzoeker Kjersti Aagaard moet er nog meer onderzoek verricht worden om te achterhalen hoe een hoge vetinname zorgt voor een lagere diversiteit.
De resultaten uit dit onderzoek konden hier geen directe oorzaak voor vinden.

Aanpassingen voedingspatroon

De onderzoekers toonden eerder bij dieren aan dat een voedingspatroon met een hoge vetinname consequenties heeft. Nu blijkt dat bij vrouwen een vergelijkbare relatie bestaat. Voor aanpassingen aan het voedingspatroon lijkt een belangrijke rol weggelegd.

Aagaard zegt hierover dat vrouwen tijdens de zwangerschap een hogere motivatie hebben om hun voedingspatroon aan te passen. Inname van de voedingsstoffen vitamine D en foliumzuur gebeurt nu al op advies van artsen. Ze ziet reden om hieraan een richtlijn voor de hoeveelheid vetinname toe te voegen.

Bron: Genome Medicine.