Alzheimer is de meest voorkomende vorm van dementie. Uit twee studies blijkt nu dat diagnoses voor de ziekte mogelijk vaak niet kloppen. Onderzoekers van de Mayo Clinic in Jacksonville en het Keenan Research Center for Biomedical Science in Toronto melden dit. Zo zouden personen die de diagnose krijgen, helemaal geen Alzheimer hebben. Aan de andere kant blijken personen die wel Alzheimer hebben niet gediagnosticeerd te worden. Deze lopen hiermee vertraging op in de behandeling.

Tijdige diagnose van Alzheimer van belang

Er is nog geen methode die met zekerheid kan vaststellen of een persoon de ziekte heeft. Nu wordt er vooral naar symptomen gekeken. Daarnaast worden er bloedtesten gedaan en worden er hersenscans gemaakt. De mogelijke inaccurate resultaten die hieruit voortkomen is één van de belangrijkste redenen voor een verkeerde diagnose.

Tijdig vaststellen van de ziekte is echter van groot belang. In een vroeg stadium kunnen medicijnen namelijk de ontwikkeling van de ziekte vertragen. Daarnaast is het voor mensen belangrijk dat zij hun zorg en financiën tijdens het verloop van de ziekte vooraf goed hebben kunnen plannen.

20% krijgt foutieve diagnose

De onderzoeksresultaten van het Keenan Research Center laten inconsistentie zien tussen het klinisch en pathologisch vaststellen van Alzheimer. Uit een database van meer dan 1000 personen met Alzheimer bleek 80% de correcte diagnose te hebben op basis van een klinische test en een scan van de hersenen. Bij ongeveer 20% bleek de diagnose foutief te zijn.

De personen in deze groep bleken Alzheimer te hebben, ondanks dat ze niet de diagnose kregen. Of juist het tegenovergestelde. Voor deze laatste groep bleken de symptomen die werden aangezien voor Alzheimer, voort te komen uit een andere vorm van dementie. Volgens onderzoeker David Munoz en collega’s waren dit de ziekte van Parkinson, Lewy Body dementie en hersenatrofie.

Verkeerde diagnose vaker bij mannen

Uit de studie van de Mayo Clinic kwam naar voren dat mannen vaker een verkeerde diagnose krijgen. Hiervoor werden de hersenen van meer dan 1600 mensen onderzocht. Onderzoeker Melissa Murray zegt hier het volgende over: “Mannen krijgen op gemiddeld vroegere leeftijd Alzheimer dan vrouwen (60 tegenover 80), waardoor het lastiger is om de symptomen te herkennen. Deze zijn vaker af te lezen aan hun gedrag en het moeizamer uit de woorden komen. Daar waar geheugenproblemen vaker kenmerkend zijn bij Alzheimer”. Hieraan voegt ze toe dat Alzheimer bij mannen in hele andere delen in de hersenen zit dan bij vrouwen. Hierdoor is het moeilijker vast te stellen of het om deze vorm van dementie gaat.

Bron: deze voorlopige resultaten zijn gepresenteerd op de Alzheimer’s Association International Conference (juli 2016).