• Ongeveer een kwart van de Nederlandse bevolking heeft te maken met een allergie
  • Naar schatting komen er jaarlijks 40.000 allergiepatiënten bij
  • Met name onder (jonge) kinderen is er in de laatste twintig jaar een enorme stijging

Dit zijn slechts enkele feiten en cijfers die de ernst van de aandoening benadrukken. Ondanks verschillende geluiden van patiënten en artsen om allergie niet te onderschatten, gebeurt dit nog te vaak. Het resultaat hiervan is dat patiënten zich niet serieus genomen voelen en mogelijk onvoldoende eraan doen om hun allergie goed onder controle te krijgen.

Bij een allergie reageert het lichaam op prikkels waarop het normaal gesproken niet hoort te reageren. Deze prikkels worden allergenen genoemd legt, dermatoloog Thomas Rustemeyer uit. “Normaal beschermt het afweersysteem tegen mogelijk schadelijke virussen, schimmels en bacteriën die het lichaam binnendringen. Maar in het geval van een allergie is het systeem zodanig door de war dat het reageert op onschadelijke stoffen van buitenaf.”

Meerdere aanwijzingen voor allergietoename

Rustemeyer richt zich vanuit zijn vakgebied voornamelijk op het afweersysteem en constateert inderdaad een stijging van het aantal personen die reageren op onschadelijke allergenen. Hierbij is het belangrijk om het onderscheid te maken tussen allergene en niet-allergene prikkels. Allergene prikkels worden onderverdeeld in de categorieën: inhalatieallergenen, voedingsmiddelen, insectengif, geneesmiddelen, contactallergenen en beroepsallergenen. Binnen de groep niet-allergene prikkels vallen bijvoorbeeld stoffen die worden ingeademd, zoals tabaksrook of parfum.

“De stijging is vooral te zien in westerse landen. Er wordt ten eerste sterk geloofd dat dit komt door de verbeterde hygiëne. Er zijn veel minder infecties en virussen, waardoor het afweersysteem zich richt op onschadelijke stoffen”, aldus Rustemeyer. Een tweede punt is het veranderende voedingspatroon. We consumeren steeds meer voorgefabriceerde producten. Hierin zitten allerlei stoffen die mogelijk een allergische reactie kunnen geven. Hij geeft aan dat er in ieder geval bewezen is dat er geen verhoogde kans is op allergie door vaccinatie. Lange tijd ging de gedachte dat vaccinatie tegen infecties het risico op allergie zou verhogen.

Allergie: type I en type IV

Serieuze aanwijzingen dus van een allergietoename. Maar voor welke allergieën is dit dan het geval? Volgens Rustemeyer gaat het met name om hooikoorts en voedingsallergie. Die vallen onder het type I. Bij dit type wordt er direct gereageerd op het allergeen waarmee in aanraking is gekomen. Denk bijvoorbeeld aan niezen bij inademing van pollen of jeuk en irritatie na het eten van bepaalde producten. Rustemeyer: “Vijftien tot achttien procent heeft last van een type-I allergie.” Daarnaast komen er ook steeds meer mensen bij met een type-IV allergie. Hierbij ontstaan de klachten pas enkele dagen na blootstelling aan het allergeen. Bij deze vorm komt de contactallergie het vaakst voor.

Contactallergie

Tegelijkertijd is contactallergie een complexe allergie om te diagnosticeren. Dagelijks komen we in aanraking met stoffen afkomstig van buiten het lichaam die na contact met de huid een allergische reactie kunnen veroorzaken. Na twee tot drie dagen is het dan haast onmogelijk om te achterhalen welke stof het geweest kan zijn. In die zin is het vergelijkbaar met griep. Toch ziet Rustemeyer een positieve ontwikkeling op dit vlak. “Er is een duidelijke trend zichtbaar van specialisten die de verschillende klinische beelden herkennen. Nederland is hierin een voorloper.”

‘Hoe meer blootstelling, hoe groter het geheugen

Het is vooral belangrijk om door te vragen bij het stellen van diagnose. Dat weet ook Leo Elders, bedrijfsarts en klinisch arbeidsgeneeskundige. Hij ziet geregeld patiënten en gaat altijd eerst de achtergrond van hen na. “Ik doe vaak een blootstellingsanalyse en vraag met welke stoffen iemand in aanraking komt. Vervolgens onderzoek ik welke een reactie kunnen geven.”
Bekende stoffen die vaak voor een contactallergie zorgen zijn nikkel en kobalt. Deze zitten bijvoorbeeld in sieraden, cement en leer. Andere voorbeelden zijn, lijmen, conserveermiddelen in handcrèmes, planten of permanentvloeistoffen.

Elders ziet eveneens dat contactallergieën steeds vaker voorkomen. “Hoe meer blootstelling aan allergische stoffen, hoe groter het ‘geheugen’ van de huid dat het aan die stoffen werd blootgesteld. Dit vergroot de kans op een contactallergie. Naast toename merkt hij op dat de meeste mensen zwijgen over hun allergie. Ze proberen het te camoufleren. Hoewel werknemers soms forse klachten hebben melden zij zich zelden ziek. Daardoor kunnen de klachten echter wel worden onderhouden indien het gaat om blootstelling in het beroep. Daarnaast kan schaamte een rol spelen. “Het blijft immers een uiting van de huid en de huid is zoals weleens gezegd wordt ‘de spiegel van de ziel’. Met name allergieën in het gezicht, op de handen of oorlellen vinden mensen cosmetisch onaantrekkelijk.”

allergie - eczeem

Hulpmiddelen bij allergie

Voor iedereen geldt een ander advies als er sprake is van allergie. Veel behandeling vindt plaats in de eerstelijnszorg (huisarts) en als dit niet afdoende is, zal iemand doorverwezen moeten worden naar een specialist (allergoloog, dermatoloog). In veel gevallen zal behandeling dan gepaard gaan met het gebruik van hulpmiddelen. Het is namelijk onmogelijk om allergenen volledig te vermijden. Er zijn verschillende hulpmiddelen om de thuis- en werkomgeving te saneren. Deze middelen zijn allergeenvrij. Sommigen zijn allergie-specifiek zoals de antibacteriële verbandmiddelen bij eczeem.

Eczeem

Een allergische reactie op bijvoorbeeld het smeren van een zalf of crème kan jeuk, een rode huid en irritatie geven. Dat heet eczeem. “Eczema, het Griekse woord voor eczeem betekent letterlijk iets wat omhoog borrelt”, vertelt Rustemeyer. Er treedt dan overgevoeligheid op. Dit moet niet verward worden met constitutioneel eczeem. Rustemeyer zegt hierover dat dit een aandoening is die voortkomt uit genetische aanleg. Bij patiënten met constitutioneel eczeem is de huid extra kwetsbaar.

Wat kan je doen om allergieklachten te verminderen?

Onderschatting van een allergie is al met al het laatste wat men zou mogen doen. En dat geldt niet alleen voor artsen maar ook voor patiënten die niet goed weten hoe met klachten om te gaan of niet weten dat ze een allergie hebben. Elders heeft een aantal adviezen voor patiënten.

  • Ten eerste is het verstandig om bij een beroepsgerelateerde allergie naar de bedrijfsarts te gaan. Dat kan sinds 1 juli 2017 zonder dat toestemming nodig is van de werkgever. Dan is het belangrijkste om de oorzaak te vinden en blootstelling te voorkomen. Want anders blijft de allergie voortbestaan. Bij contacteczeem kunnen er persoonlijke beschermingsmiddelen worden gebruikt zoals bijvoorbeeld handschoenen of maskers
  • Daarnaast is het belangrijk om de beroepsziekte te melden bij het Nederlands Centrum voor Beroepsziekten. Het zogenoemde healthy-worker effect kan ook aanwezig zijn; dat wil zeggen dat mensen die klachten hebben op de werkplek zelf besluiten om de werkplek te verlaten en ander werk te zoeken. Die mensen verliezen mogelijk hun klachten en contactallergie, maar blijven nog altijd gevoelig voor de stoffen waar ze in eerste instantie mee in aanraking kwamen
  • Het heeft weinig nut om er op los te smeren met zalfjes en gebruik te maken van medicatie indien het een beroepsgebonden aandoening betreft. Uiteindelijk is een gezonde leef en werkomgeving het belangrijkste waarbij alle bronnen van allergie zijn weggenomen
  • Klachten kunnen ook ontstaan in de hobbysfeer. Ga voor jezelf na met welke stoffen je in aanraking komt. Want bij een contactallergie geldt: voorkomen is beter dan genezen