Een op de vijf Nederlanders krijgt dementie. In de leeftijdscategorie 65 tot 70 jaar heeft 1 procent van de Nederlandse bevolking dementie. Van alle Nederlanders ouder dan 90 jaar lijdt 40 procent aan deze hersenziekte.

Onderzoek toont aan dat circa twintig jaar voordat de eerste klinische symptomen zichtbaar zijn de hersenen al afwijkingen vertonen. Dit is met name belangrijk voor het wetenschappelijk onderzoek. Het biedt de mogelijkheid om te onderzoeken welke stoffen kunnen worden ingezet om de ziekte af te remmen of tot stilstand te brengen.

Vergeleken met enkele jaren geleden zijn de onderzoeksmogelijkheden enorm verbeterd. Dr. Ir. Charlotte Teunissen, hoofd Neurochemisch lab bij het VUmc, verwacht dat de biomarkers die de hersenveranderingen reflecteren in de toekomst zelfs in het bloed kunnen worden aangetoond.

De bloedscreening kan dan worden gebruikt als prescreening. Worden in het bloed betreffende biomarkers aangetoond, dan kan aanvullend onderzoek worden gedaan naar het hersenvocht. De betere onderzoeksmogelijkheden maken het in de toekomst mogelijk de ziekte in een heel vroeg stadium aan te tonen.

Hersenschade onherstelbaar

Die vroege analyse is belangrijk om nieuwe medicijnen te testen. “Hersenschade die al is ontstaan, kun je niet herstellen”, legt Teunissen uit. “Maar als wij een medicijn of een combinatie van medicijnen vinden die de ziekte kan afremmen of zelfs kan stoppen, kun je wel voorkomen dat verdere schade optreedt.”

Wereldwijd loopt een groot aantal trials; een aantal daarvan laat veelbelovende resultaten zien. Om in de toekomst te kunnen profiteren van deze medicatie is het van groot belang al in de vroege fase te laten onderzoeken of sprake is van alzheimer.

Nu wordt onderzoek vaak pas gedaan als de ziekte vergevorderd is. Teunissen pleit ervoor dat neurologen al bij een lichte achteruitgang van de cognitieve vaardigheden de testmethoden inzetten, om op die manier de diagnose met behulp van objectief bewijs te ondersteunen.

Diagnose biedt toegang tot zorg

Wetenschappelijk onderzoek naar vroegdiagnostiek zorgt ook vaak voor verbeteringen van de diagnostiek nu. En tijdige diagnostiek is van groot belang voor de patiënt en diens omgeving. “De diagnose geeft toegang tot de juiste informatie, hulp, behandeling, ondersteuning en zorg”, stelt Marco Blom, adjunct-directeur van Alzheimer Nederland.

“Het maakt bovendien een einde aan onzekerheid over de oorzaak van de symptomen en het is een aanleiding om belangrijke financiële, juridische en medische beslissingen te nemen op een moment dat de persoon met dementie deze zelf nog het beste kan nemen.”

Symptomen verlichten

Het vaststellen van de diagnose dementie, hoe schokkend ook, geeft in bijna alle gevallen een zekere opluchting. Marco Blom: “Onduidelijkheid over wat er aan de hand is, zorgt voor veel onzekerheid en leidt soms tot spanning in de relatie, de familie of met de naaste omgeving. Daarnaast kan, dankzij de juiste diagnose wellicht tijdig medicatie worden ingezet die de ernst van sommige symptomen van de ziekte kunnen verlichten.”

Geen dementie

Het is ook mogelijk dat onderzoek aantoont dat juist geen sprake is van dementie. Op dat moment kan een betere behandeling worden ingezet. Geheugenklachten kunnen ook optreden als gevolg van een depressie, stress, overmedicatie, schildklierafwijkingen of een vitaminetekort.

In die gevallen is geen sprake van hersenschade en is behandeling goed mogelijk. Het op tijd vaststellen is dus ook hier van groot belang.