Hoewel er nog grote slagen te maken zijn, gaat het de goede kant op met het dierenwelzijn in de Nederlandse voedingsmiddelenindustrie. Het grootste succes wordt momenteel bereikt in de supermarkt: nog even en er is geen plofkip meer te bekennen.

Kritiek op de intensieve veehouderij

De plofkip: een paar jaar geleden hadden we er nog nooit van gehoord, maar inmiddels zijn veel mensen het erover eens dat ze niet zou moeten bestaan. Er komt steeds meer kritiek op de intensieve veehouderij. De oorzaak daarvoor bestaat uit drie aspecten. Allereerst kijken consumenten kritischer naar de herkomst van hun voeding. Daarnaast zorgde de stichting Wakker Dier met slimme campagnes tegen de plofkip voor maatschappelijke druk. Tot slot staat maatschappelijk verantwoord ondernemen bij meer supermarkten hoog op de agenda.

“Zo’n 25 jaar geleden was zo efficiënt mogelijk zo veel mogelijk produceren de tendens, maar sinds ongeveer tien jaar is dat langzaam aan het veranderen”, zegt Sijas Akkerman, hoofd van de afdeling Voedsel bij de Stichting Natuur & Milieu. “Inmiddels is dierenwelzijn een groot en belangrijk thema, zeker voor de A-merken onder de supermarkten.”

Het Beter Leven keurmerk

Een belangrijk vehikel voor deze vooruitgang is het Beter Leven keurmerk dat in 2007 in het leven werd geroepen door de Dierenbescherming. Dat label is in supermarkten op steeds meer producten te vinden. Of, zoals Marijke de Jong, hoofd programma’s en lobby bij de Dierenbescherming het verwoordt: “De vleesschappen in supermarkten zijn al een stuk minder anoniem geworden en langzaam maar zeker zien we het label ook terugkomen op kant- en klaarmaaltijden, soepen en bewerkt vlees.”

Verschil met de plofkip

De eisen voor dit keurmerk werden in overleg met de sector vastgesteld. Het belangrijkste verschil tussen die ene ster en geen ster, is dat de dieren meer ruimte hebben en meer natuurlijk gedrag kunnen vertonen. “Varkens krijgen bijvoorbeeld afleidingsmateriaal om mee te spelen en bij kippen is de groeisnelheid sterk aangepast”, zegt Akkerman.

“En bij vleeskuikens is er daglicht in de stal en bovendien zijn die dieren een stuk gezonder”, vult De Jong aan. Ook niet onbelangrijk: de boeren die het keurmerk voeren, ervaren hun werk als prettiger. De kip met een ster is ongeveer 25 procent duurder dan de oude plofkip. Consumenten lijken bereid dat te betalen.

De rol van de overheid

Hoewel de sector er redelijk goed uit lijkt te komen, zou de overheid een nog wel iets actievere rol mogen spelen, zo vinden de twee experts. “Er zijn nieuwe normen vastgesteld, waaraan de boeren die investeren in een nieuwe stal voldoen”, zegt Akkerman. “Maar veel boeren hebben uitstel gekregen via de stoppersregeling: ze mogen nog produceren terwijl ze niet meer aan de milieunormen voldoen. Dan krijg je dus een ongelijk speelveld. Wat ons en wat heel veel boeren betreft zou die regeling dus moeten worden afgeschaft.”

Natuurlijk, kan het nog veel beter, zeggen Akkerman en De Jong. Maar ze zijn ook realistisch. “De overgang naar meer welzijn voor dieren heeft tijd nodig”, zegt De Jong. “Boeren kunnen zich niet van de ene op de andere dag aanpassen. Maar we gaan de goede kant op.”