Mensen met dementie blijven steeds langer in hun eigen huis wonen; de overheid stimuleert dat. Inmiddels gaat het om 75 procent van de in totaal 270.000 mensen met deze aandoening. De andere 25 procent wonen niet meer standaard in grote zorgcomplexen.

Het gevoel van intimiteit

Veel instellingen hebben kleinere woonunits gerealiseerd of aanpassingen gedaan in de inrichting om het gevoel van intimiteit te vergroten: kleine huiskamers, verschillende soorten leefgroepen waar zelf wordt gekookt. Ook zijn in woonwijken groepswoningen verrezen waar zij tussen hun eigen spullen wonen en gezamenlijk, onder begeleiding, het huishouden runnen.

Bij de inrichting staat functionaliteit vaak niet meer voorop. Het Trimbos Instituut experimenteerde in een woonzorgcentrum met opplakdeuren met afbeeldingen van de deur van het vroegere huis van de bewoners. De bewoners voelden zich daar prettig bij. Het gaf een gevoel van geborgenheid en riep herinneringen op. Grote ruimtes, modern sanitair, onopvallende kleuren bemoeilijken de oriëntatie van mensen met dementie, blijkt uit onderzoek. Een strakke kale toiletdeur wordt vaak niet herkend. Een gladde vloer maakt onzeker; vloerbedekking geeft een vertrouwd en veilig gevoel.

Maatwerk voor mensen met dementie

Volgens Yvonne Witter van Aedes-Actiz, het Kenniscentrum voor wonen en zorg, wil dat niet zeggen dat één bepaalde inrichting geschikt is voor alle mensen met dementie. Dementie kan zich op allerlei manieren uiten, bovendien zijn mensen met dementie, net als iedereen, verschillend in hun voorkeuren, dus het is altijd maatwerk. Witter: “Maar in het algemeen draait het er wel om dat men zich thuis, veilig en vertrouwd voelt.” Ook buitenruimte is belangrijk. Soms is dat een veilige, besloten tuin, soms zijn er meer voorzieningen. Zo is in er Alphen aan de Rijn een woonzorgcentrum met tuinen, hofjes, zitjes en onder meer een kapper, tandarts en een ‘beweegruimte’ rondom de groepswoningen.

Beweging, prikkels en voeding

Beweging en prikkels kunnen helpen de achteruitgang te vertragen. Een vader en dochter met een agrarische achtergrond hebben een woonzorgboerderij opgezet waar bewoners voor de dieren en de tuinderij zorgen, en in de werkschuur kunnen maken en repareren wat nodig. Ter afleiding is er een café-achtige ruimte voor spelletjes, tv-kijken en ander individueel of sociaal vermaak. Witter: “Ze hebben daar mensen met een rollator zien binnenkomen, maar die lopen nu zonder.” Ook de rol van de maaltijd is belangrijk. Niet allemaal op een zaal eten wat de pot schaft, maar kunnen kiezen wat je lekker vindt, zelf helpen koken als je dat leuk vindt, de geuren opsnuiven die je van vroeger kent, en de mogelijkheid om alleen te eten als je dat prettiger vindt.

De effecten van kleinschalig wonen

Hilde Verbeek, onderzoeker aan de Universiteit van Maastricht, promoveerde enkele jaren geleden op de effecten van kleinschalig wonen. De grootte van de woonvorm is niet doorslaggevend, blijkt uit haar meest recente onderzoek. Het gaat er vooral om wat de ruimte aan uitdagingen en prikkels te bieden heeft. “Je kunt een prachtige kleinschalige woonvorm hebben, waar mensen nog steeds nauwelijks iets zelf doen, of een grootschalige waar ze wél worden geprikkeld. Bijvoorbeeld om zelf te koken of samen met de verzorger een boodschap te doen. Juist die doelgerichte activiteit is belangrijk.”

Hoge druk voor mantelzorgers

Dat bevestigt ook Julie Meerveld, manager bij Alzheimer Nederland. Beweging en zinvolle activiteiten geven mensen het gevoel ertoe te doen, zelf de regie te hebben en het houdt ze fysiek gezond. Ze vindt dat er wat dat betreft nog veel te verbeteren valt in de zorgcentra. Thuis wonen heeft het voordeel dat het een beroep doet op de zelfredzaamheid, maar dat kan alleen met voldoende mantelzorg. Maar aan casemanagers om mantelzorgers te ondersteunen is een groeiend gebrek, nu steeds meer mensen met dementie thuis wonen.

Bovendien is bezuinigd op dagactiviteiten voor deze groep. Dat legt extra druk op mantelzorgers. Uit onderzoek van Alzheimer Nederland blijkt dat zeker de helft van hen zwaar belast is. Meerveld: “Thuis wonen is voor veel mensen met dementie en hun omgeving dus in de praktijk heel zwaar. We maken ons daar grote zorgen over, zeker met het oog op de verwachte groei van het aantal mensen met deze aandoening.”